Hof van Cassatie: Arrest van 20 Mei 2005 (België). RG F020036N
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20050520-6
- Rolnummer :
- F020036N
Samenvatting :
Handelsvennootschappen of burgerlijke vennootschappen, opgericht in de vorm van een handelsvennootschap, die als maatschappelijk doel het beheer van vastgoed hebben, houden zich bezig met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard in de zin van artikel 94, eerste lid, W.I.B. (1964).
Arrest :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Nr. F.02.0036.N
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Gewestelijk directeur der directe belastingen te Brugge, wiens kantoor gevestigd is te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4,
eiser,
tegen
1. RESIDENTIE DE BIEKORF, naamloze vennootschap, met zetel te 8660 De Panne, Duinhoekstraat 15,
2. MELI, naamloze vennootschap, met zetel te 8630 Veurne, Handelsstraat 13,
verweersters, rechtsopvolgers van Melimmo NV,
vertegenwoordigd door Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 29 januari 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Gent.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.
III. Middelen
Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.
Geschonden wettelijke bepalingen
de artikelen 20, 1°, 21, 1°, en 94 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (hierna afgekort WIB) zoals van toepassing voor de aanslagjaren 1983 t.e.m. 1989 ;
artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek ;
artikel 212 Wetboek van Koophandel Titel IX Handelsvennootschappen ;
voor zover als nodig, de artikelen 1 en 3 van het Wetboek van Vennootschappen ;
artikel 256 WIB betreffende de aanslagen gevestigd voor de aanslagjaren 1984 en 1989.
Aangevochten beslissingen
Na te hebben overwogen dat volgens de bepalingen van artikel 4 van de statuten van (Melimmo NV) haar statutair doel beperkt is tot het louter beheer van haar patrimonium, dat het feit dat volgens dit statutair doel (Melimmo NV) handelingen mag stellen met het oog op opbrengst van haar goederen op zich niet inhoudt dat (Melimmo NV) het kader van het beheer te buiten gaat, dat het beheer van een patrimonium niet alleen de instandhouding ervan inhoudt doch ook dat de nodige handelingen worden gesteld opdat het vruchten zou opbrengen, dat dergelijke opbrengst onder meer kan bestaan uit het innen van (desgevallend geïndexeerde) huur, dat het feit dat deze opbrengsten uitgekeerd worden onder de vorm van dividenden of tantièmes of dat deze opbrengsten van (Melimmo NV) winsten worden genoemd ook niet inhoudt dat (Melimmo NV) meer doet dan haar patrimonium beheren, dat de benaming die men eraan geeft de werkelijke aard van de opbrengsten niet vermag te wijzigen, dat uit niets blijkt dat de werkelijke activiteit van (Melimmo NV) niet zou overeenstemmen met wat als haar maatschappelijk doel is bepaald.
Het bestreden arrest beslist dat, in acht genomen hetgeen voorafgaat, niet blijkt dat (Melimmo NV) zich bezighoudt met een exploitatie, dat dit niet alleen door de Administratie niet voorgehouden wordt, maar dat ook uit geen enkel gegeven kan worden afgeleid dat (Melimmo NV) goederen of diensten ter beschikking van een cliënteel stelt, dat evenmin blijkt dat, in acht genomen hetgeen voorafgaat, (Melimmo NV) zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard, maar haar activiteit beperkt is tot het beheer van haar goederen, dat niet tot een ander besluit leidt het feit dat (Melimmo NV), zijnde een handelsvennootschap, inbreng deed van onroerende goederen die zij voorheen tot de uitoefening van haar activiteiten aanwendde en dat zij tevens aandeelhoudster is in (Melimmo NV), dat dit immers op zich niet impliceert dat (Melimmo NV) zelf zich bezighoudt met een exploitatie of verrichtingen van winstgevende aard, dat aldus (Melimmo NV) belastbaar is in de rechtspersonenbelasting en niet in de vennootschapsbelasting.
Grieven
Zo voor de kwestieuze jaren overeenkomstig artikel 212 van het Wetboek van Koophandel Titel IX Handelsvennootschappen (thans opgeheven maar gedeeltelijk hernomen in artikel 3 van het Wetboek van Vennootschappen) de vennootschappen waarvan het doel burgerlijk is de rechtsvorm van een handelsvennootschap kunnen aannemen zonder hun burgerlijke aard te verliezen, dit niet weg neemt dat overeenkomstig artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek (thans gedeeltelijk hernomen in artikel 1 van het Wetboek van Vennootschappen) deze vennootschappen zich tot doel stellen aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen.
Het arrest dat concludeert dat volgens de bepalingen van artikel 4 van de statuten van (Melimmo NV) haar doel beperkt is tot het louter beheer van haar patrimonium en dat uit niets blijkt dat haar werkelijke activiteit niet zou overeenstemmen met wat als haar maatschappelijk doel is bepaald, vermag hieruit niet te besluiten dat niet blijkt dat (Melimmo NV) zich bezighoudt met een exploitatie of verrichtingen van winstgevende aard, aangezien een burgerlijke vennootschap, die zonder haar burgerlijk doel te verliezen de vorm van een naamloze vennootschap heeft aangenomen, uitsluitend is opgericht om een winstgevende beroepswerkzaamheid uit te oefenen.
De opbrengsten die verweerster aldus verwezenlijkt worden beoogd in de artikelen 20, 1°, en 21, 1°, WIB en aangezien (Melimmo NV) rechtspersoonlijkheid heeft, is zij met de door haar verwezenlijkte opbrengsten overeenkomstig artikel 94 WIB onderworpen aan de vennootschapsbelasting.
Door te beslissen dat (Melimmo NV) onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting en de herberekening van de aanslagen gevestigd in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 1983, 1985, 1986, 1987 en 1988 te bevelen en de teruggave te bevelen van het eventueel teveel geïnde meer de moratoriuminteresten behoudens op de belastingverhogingen, schendt het bestreden arrest aldus de artikelen 20, 1°, 21, 1°, en 94 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen alsook artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 212 van het Wetboek van Koophandel Titel IX Handelsvennootschappen en voor zover als nodig de artikelen 1 en 3 van het Wetboek van Vennootschappen.
Aangevochten beslissingen
Het bestreden arrest, na te hebben vastgesteld dat ten aanzien van de aanslagjaren 1984 en 1989 de aanslagen van ambtswege werden gevestigd bij gebrek aan regelmatige aangifte omdat (Melimmo NV) in cassatie een aangifteformulier in de vennootschapsbelasting indiende maar aangepast had aan de rechtspersonenbelasting, beslist dat de Administratie op deze grond niet vermocht een aanslag van ambtswege te vestigen gezien (Melimmo NV), in acht genomen hetgeen hoger werd uiteengezet, belastbaar is in de rechtspersonenbelasting zodat die aanslagen dienen vernietigd te worden.
Grieven
Nu zoals uit het eerste middel blijkt dat (Melimmo NV) onderworpen is aan de vennootschapsbelasting moest zij voor de kwestieuze aanslagjaren een aangifte in de vennootschapsbelasting indienen en door dit niet te doen valt zij onder de toepassing van artikel 256, eerste lid, eerste gedachtenstreepje, WIB.
Hieruit volgt dat, door de aanslagen gevestigd in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 1984 en 1989 te vernietigen en de teruggave te bevelen van het eventueel teveel geïnde meer de moratoriuminteresten behoudens op de belastingverhogingen, het bestreden arrest artikel 256 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen schendt.
IV. Beslissing van het Hof
1. Grond van niet-ontvankelijkheid van het middel
Overwegende dat de verweersters aanvoeren dat het middel niet ontvankelijk is omdat bij gebrek aan precisering dient aangenomen te worden dat eiser de bepalingen viseert van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, zoals die momenteel van kracht zijn onder het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992), wat tot gevolg heeft dat al deze bepalingen vreemd zijn aan de opgeworpen betwisting en bijgevolg niet tot cassatie kunnen leiden ;
Overwegende dat uit het middel blijkt dat :
1. de voorziening in beroep van Melimmo NV gericht was tegen een beslissing van de Gewestelijke directeur der belastingen over de aanslagjaren 1983 en 1985 tot en met 1988 ;
2. het uitdrukkelijk schending aanvoert van de artikelen 20, 1°, 21, 1°, en 94 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen zoals van toepassing voor de aanslagjaren 1983 tot 1989 ;
Dat daaruit blijkt dat het middel geen betrekking heeft op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992) ;
Dat de grond van niet-ontvankelijkheid niet kan worden aangenomen ;
2. Middel
Overwegende dat, krachtens artikel 94, eerste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1964), aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn, de vennootschappen, verenigingen, inrichtingen of instellingen die rechtspersoonlijkheid bezitten, in België hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer hebben en zich met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden ;
Overwegende dat, krachtens het te dezen toepasselijk artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek, het winstoogmerk een essentiële vereiste uitmaakt van het vennootschapscontract, zowel voor de handelsvennootschappen als voor de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm ;
Dat de handelsvennootschappen of burgerlijke vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, geacht worden te zijn opgericht met het oog op het uitoefenen van een winstgevende activiteit ;
Dat meer bepaald een burgerlijke vennootschap, opgericht in de vorm van een handelsvennootschap, die als maatschappelijk doel heeft het beheer van vastgoed, zich met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt ;
Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat :
1. volgens artikel 4 van de statuten van Melimmo NV van verweerders het statutaire doel van deze naamloze vennootschap beperkt is tot het louter beheer van haar patrimonium ;
2. de omstandigheid dat Melimmo NV handelingen mag stellen met het oog op de opbrengst van haar goederen op zich niet inhoudt dat zij het kader van het beheer te buiten gaat ;
3. de omstandigheid dat deze opbrengsten uitgekeerd worden onder de vorm van dividenden en tantièmes of dat deze opbrengsten van Melimmo NV winsten worden genoemd ook niet inhoudt dat zij meer doet dan haar patrimonium beheren ;
4. uit niets blijkt dat de werkelijke activiteit van Melimmo NV niet zou overeenstemmen met wat als haar maatschappelijk doel is bepaald ;
Dat appèlrechters op grond van die vaststellingen niet wettig hebben kunnen oordelen dat "niet blijkt (Melimmo NV) zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard" en dat "(NV Melimmo) belastbaar is in de rechtspersonenbelasting" ;
Dat het middel gegrond is ;
3. Overige grieven
Overwegende dat de overige grieven niet tot ruimere cassatie kunnen leiden ;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit de fiscale voorziening ontvankelijk verklaart ;
Beveelt dat van dit arrest melding zal gemaakt worden op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ;
Houdt de kosten en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen ;
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van twintig mei tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols.
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Gewestelijk directeur der directe belastingen te Brugge, wiens kantoor gevestigd is te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4,
eiser,
tegen
1. RESIDENTIE DE BIEKORF, naamloze vennootschap, met zetel te 8660 De Panne, Duinhoekstraat 15,
2. MELI, naamloze vennootschap, met zetel te 8630 Veurne, Handelsstraat 13,
verweersters, rechtsopvolgers van Melimmo NV,
vertegenwoordigd door Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 29 januari 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Gent.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.
III. Middelen
Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.
Geschonden wettelijke bepalingen
de artikelen 20, 1°, 21, 1°, en 94 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (hierna afgekort WIB) zoals van toepassing voor de aanslagjaren 1983 t.e.m. 1989 ;
artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek ;
artikel 212 Wetboek van Koophandel Titel IX Handelsvennootschappen ;
voor zover als nodig, de artikelen 1 en 3 van het Wetboek van Vennootschappen ;
artikel 256 WIB betreffende de aanslagen gevestigd voor de aanslagjaren 1984 en 1989.
Aangevochten beslissingen
Na te hebben overwogen dat volgens de bepalingen van artikel 4 van de statuten van (Melimmo NV) haar statutair doel beperkt is tot het louter beheer van haar patrimonium, dat het feit dat volgens dit statutair doel (Melimmo NV) handelingen mag stellen met het oog op opbrengst van haar goederen op zich niet inhoudt dat (Melimmo NV) het kader van het beheer te buiten gaat, dat het beheer van een patrimonium niet alleen de instandhouding ervan inhoudt doch ook dat de nodige handelingen worden gesteld opdat het vruchten zou opbrengen, dat dergelijke opbrengst onder meer kan bestaan uit het innen van (desgevallend geïndexeerde) huur, dat het feit dat deze opbrengsten uitgekeerd worden onder de vorm van dividenden of tantièmes of dat deze opbrengsten van (Melimmo NV) winsten worden genoemd ook niet inhoudt dat (Melimmo NV) meer doet dan haar patrimonium beheren, dat de benaming die men eraan geeft de werkelijke aard van de opbrengsten niet vermag te wijzigen, dat uit niets blijkt dat de werkelijke activiteit van (Melimmo NV) niet zou overeenstemmen met wat als haar maatschappelijk doel is bepaald.
Het bestreden arrest beslist dat, in acht genomen hetgeen voorafgaat, niet blijkt dat (Melimmo NV) zich bezighoudt met een exploitatie, dat dit niet alleen door de Administratie niet voorgehouden wordt, maar dat ook uit geen enkel gegeven kan worden afgeleid dat (Melimmo NV) goederen of diensten ter beschikking van een cliënteel stelt, dat evenmin blijkt dat, in acht genomen hetgeen voorafgaat, (Melimmo NV) zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard, maar haar activiteit beperkt is tot het beheer van haar goederen, dat niet tot een ander besluit leidt het feit dat (Melimmo NV), zijnde een handelsvennootschap, inbreng deed van onroerende goederen die zij voorheen tot de uitoefening van haar activiteiten aanwendde en dat zij tevens aandeelhoudster is in (Melimmo NV), dat dit immers op zich niet impliceert dat (Melimmo NV) zelf zich bezighoudt met een exploitatie of verrichtingen van winstgevende aard, dat aldus (Melimmo NV) belastbaar is in de rechtspersonenbelasting en niet in de vennootschapsbelasting.
Grieven
Zo voor de kwestieuze jaren overeenkomstig artikel 212 van het Wetboek van Koophandel Titel IX Handelsvennootschappen (thans opgeheven maar gedeeltelijk hernomen in artikel 3 van het Wetboek van Vennootschappen) de vennootschappen waarvan het doel burgerlijk is de rechtsvorm van een handelsvennootschap kunnen aannemen zonder hun burgerlijke aard te verliezen, dit niet weg neemt dat overeenkomstig artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek (thans gedeeltelijk hernomen in artikel 1 van het Wetboek van Vennootschappen) deze vennootschappen zich tot doel stellen aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen.
Het arrest dat concludeert dat volgens de bepalingen van artikel 4 van de statuten van (Melimmo NV) haar doel beperkt is tot het louter beheer van haar patrimonium en dat uit niets blijkt dat haar werkelijke activiteit niet zou overeenstemmen met wat als haar maatschappelijk doel is bepaald, vermag hieruit niet te besluiten dat niet blijkt dat (Melimmo NV) zich bezighoudt met een exploitatie of verrichtingen van winstgevende aard, aangezien een burgerlijke vennootschap, die zonder haar burgerlijk doel te verliezen de vorm van een naamloze vennootschap heeft aangenomen, uitsluitend is opgericht om een winstgevende beroepswerkzaamheid uit te oefenen.
De opbrengsten die verweerster aldus verwezenlijkt worden beoogd in de artikelen 20, 1°, en 21, 1°, WIB en aangezien (Melimmo NV) rechtspersoonlijkheid heeft, is zij met de door haar verwezenlijkte opbrengsten overeenkomstig artikel 94 WIB onderworpen aan de vennootschapsbelasting.
Door te beslissen dat (Melimmo NV) onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting en de herberekening van de aanslagen gevestigd in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 1983, 1985, 1986, 1987 en 1988 te bevelen en de teruggave te bevelen van het eventueel teveel geïnde meer de moratoriuminteresten behoudens op de belastingverhogingen, schendt het bestreden arrest aldus de artikelen 20, 1°, 21, 1°, en 94 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen alsook artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 212 van het Wetboek van Koophandel Titel IX Handelsvennootschappen en voor zover als nodig de artikelen 1 en 3 van het Wetboek van Vennootschappen.
Aangevochten beslissingen
Het bestreden arrest, na te hebben vastgesteld dat ten aanzien van de aanslagjaren 1984 en 1989 de aanslagen van ambtswege werden gevestigd bij gebrek aan regelmatige aangifte omdat (Melimmo NV) in cassatie een aangifteformulier in de vennootschapsbelasting indiende maar aangepast had aan de rechtspersonenbelasting, beslist dat de Administratie op deze grond niet vermocht een aanslag van ambtswege te vestigen gezien (Melimmo NV), in acht genomen hetgeen hoger werd uiteengezet, belastbaar is in de rechtspersonenbelasting zodat die aanslagen dienen vernietigd te worden.
Grieven
Nu zoals uit het eerste middel blijkt dat (Melimmo NV) onderworpen is aan de vennootschapsbelasting moest zij voor de kwestieuze aanslagjaren een aangifte in de vennootschapsbelasting indienen en door dit niet te doen valt zij onder de toepassing van artikel 256, eerste lid, eerste gedachtenstreepje, WIB.
Hieruit volgt dat, door de aanslagen gevestigd in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 1984 en 1989 te vernietigen en de teruggave te bevelen van het eventueel teveel geïnde meer de moratoriuminteresten behoudens op de belastingverhogingen, het bestreden arrest artikel 256 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen schendt.
IV. Beslissing van het Hof
1. Grond van niet-ontvankelijkheid van het middel
Overwegende dat de verweersters aanvoeren dat het middel niet ontvankelijk is omdat bij gebrek aan precisering dient aangenomen te worden dat eiser de bepalingen viseert van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, zoals die momenteel van kracht zijn onder het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992), wat tot gevolg heeft dat al deze bepalingen vreemd zijn aan de opgeworpen betwisting en bijgevolg niet tot cassatie kunnen leiden ;
Overwegende dat uit het middel blijkt dat :
1. de voorziening in beroep van Melimmo NV gericht was tegen een beslissing van de Gewestelijke directeur der belastingen over de aanslagjaren 1983 en 1985 tot en met 1988 ;
2. het uitdrukkelijk schending aanvoert van de artikelen 20, 1°, 21, 1°, en 94 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen zoals van toepassing voor de aanslagjaren 1983 tot 1989 ;
Dat daaruit blijkt dat het middel geen betrekking heeft op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992) ;
Dat de grond van niet-ontvankelijkheid niet kan worden aangenomen ;
2. Middel
Overwegende dat, krachtens artikel 94, eerste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1964), aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn, de vennootschappen, verenigingen, inrichtingen of instellingen die rechtspersoonlijkheid bezitten, in België hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer hebben en zich met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden ;
Overwegende dat, krachtens het te dezen toepasselijk artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek, het winstoogmerk een essentiële vereiste uitmaakt van het vennootschapscontract, zowel voor de handelsvennootschappen als voor de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm ;
Dat de handelsvennootschappen of burgerlijke vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, geacht worden te zijn opgericht met het oog op het uitoefenen van een winstgevende activiteit ;
Dat meer bepaald een burgerlijke vennootschap, opgericht in de vorm van een handelsvennootschap, die als maatschappelijk doel heeft het beheer van vastgoed, zich met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt ;
Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat :
1. volgens artikel 4 van de statuten van Melimmo NV van verweerders het statutaire doel van deze naamloze vennootschap beperkt is tot het louter beheer van haar patrimonium ;
2. de omstandigheid dat Melimmo NV handelingen mag stellen met het oog op de opbrengst van haar goederen op zich niet inhoudt dat zij het kader van het beheer te buiten gaat ;
3. de omstandigheid dat deze opbrengsten uitgekeerd worden onder de vorm van dividenden en tantièmes of dat deze opbrengsten van Melimmo NV winsten worden genoemd ook niet inhoudt dat zij meer doet dan haar patrimonium beheren ;
4. uit niets blijkt dat de werkelijke activiteit van Melimmo NV niet zou overeenstemmen met wat als haar maatschappelijk doel is bepaald ;
Dat appèlrechters op grond van die vaststellingen niet wettig hebben kunnen oordelen dat "niet blijkt (Melimmo NV) zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard" en dat "(NV Melimmo) belastbaar is in de rechtspersonenbelasting" ;
Dat het middel gegrond is ;
3. Overige grieven
Overwegende dat de overige grieven niet tot ruimere cassatie kunnen leiden ;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit de fiscale voorziening ontvankelijk verklaart ;
Beveelt dat van dit arrest melding zal gemaakt worden op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ;
Houdt de kosten en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen ;
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van twintig mei tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols.