Hof van Cassatie: Arrest van 21 Juni 2000 (België). RG P000708Fv

Datum :
21-06-2000
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20000621-27
Rolnummer :
P000708Fv

Samenvatting :

Een cassatieberoep is ontvankelijk, wanneer het door de verdachte onmiddellijk ingesteld wordt tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling die, met toepassing van art. 135 Sv., het hoger beroep van de verdachte tegen een door de raadkamer gewezen beschikking tot correctionele verwijzing niet ontvankelijk verklaart (Impliciet) (1).

Arrest :

Selecteer tekst om te onderstrepen of annotaties te maken bij het document
Nr. P.00.0708.F.
M J, verdachte,
Mr. Paul Héger, advocaat bij de balie te Namen,
tegen
1. B J-P, e.a.,
burgerlijke partijen.
HET HOF,
Gehoord het verslag van raadsheer Fischer en op de conclusie van advocaat-generaal Loop;
Gelet op het bestreden arrest, op 30 maart 2000 gewezen door de kamer van inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Luik;
I. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissingen, die met toepassing van artikel 135, § 2, van het Wetboek van Strafvordering uitspraak doen, en waarbij de eerste de door eiser opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid van de strafvordering verwerpt, en de tweede de beschikking van 2 februari 2000 van de raadkamer tot verbetering vernietigt en de verschrijving in de door die raadkamer op 26 januari 2000 gewezen beschikking bij wege van nieuwe beschikkingen verbetert;
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissingen overeenkomstig de wet zijn gewezen;
II. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke-partijstellingen van het "Comité pour un environnement sain, sûr et agréable":
Overwegende dat de voorziening, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk is;
III. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing die de overige punten niet ontvankelijk verklaart van het hoger beroep dat eiser tegen de beschikking tot correctionele verwijzing van de raadkamer heeft ingesteld :
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
ongeacht de memorie die eiser op de griffie van het Hof heeft neergelegd op 14 juni 2000, d.i. buiten de termijn bedoeld in artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiser in de kosten.
Aldus door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig juni tweeduizend uitgesproken.