Hof van Cassatie: Arrest van 22 November 2005 (België). RG P050963N

Datum :
22-11-2005
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20051122-10
Rolnummer :
P050963N

Samenvatting :

De door de onrechtmatige daad veroorzaakte schade moet worden begroot naar het tijdstip dat dit van het effectieve herstel ervan zo dicht mogelijk benadert, d.i. praktisch naar het tijdstip van de uitspraak, in voorkomend geval na het hoger beroep (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Nr. P.05.0963.N
P J,
eiser, burgerlijke partij,
vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
1. B A C L,
beklaagde,
2. ING INSURANCE ANTWERPEN nv, met zetel te Antwerpen, Desguinlei 92,
vrijwillig tussengekomen partij,
verweersters.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 8 juni 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Mechelen.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht.
Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
IV. Beslissing van het Hof
Overwegende dat de door een onrechtmatige daad veroorzaakte schade moet worden begroot naar het tijdstip dat dit van het effectieve herstel ervan zo dicht mogelijk benadert, dit is praktisch naar het tijdstip van de uitspraak, in voorkomend geval na het hoger beroep;
Dat, wanneer de rechter de raming van de schade grondt op een kapitalisatieberekening, hij ertoe gehouden is, wanneer één van de partijen dit verzoekt, de reeds geleden schade te onderscheiden van de toekomstige schade;
Overwegende dat eiser voor de appelrechters vergoeding vorderde van de schade die hij lijdt door het verlies van de economische waarde van de huishoudelijke arbeid van zijn door een dodelijk ongeval getroffen echtgenote;
Dat hij daarbij een onderscheid maakte tussen de reeds tot de uitspraak in hoger beroep geleden schade en de toekomstige schade;
Overwegende dat de appelrechters de berekening door de eerste rechter van de vergoeding van deze schade overnemen;
Dat de eerste rechter, in het vonnis van 9 december 2004, voor de berekening van de schade het onderscheid maakt tussen de reeds op het ogenblik van dat vonnis geleden schade en de toekomstige schade;
Dat de appelrechters zodoende niet het onderscheid maken, op het ogenblik van hun uitspraak, tussen de reeds geleden schade en de toekomstige schade;
Dat zij aldus de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek schenden;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de materiële schade die eiser lijdt door het verlies van de economische waarde van de huishoudelijke arbeid van zijn echtgenote;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis;
Veroordeelt de eiser in de helft en de verweersters in de overige helft van de kosten;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Antwerpen, zitting houdende in hoger beroep.
Gezegde kosten begroot op de som van honderd eenentwintig euro een cent, waarvan eenennegentig euro een cent verschuldigd en dertig euro door eiser betaald.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van tweeëntwintig november tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.