Hof van Cassatie: Arrest van 22 Oktober 1991 (België). RG 4561

Datum :
22-10-1991
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19911022-11
Rolnummer :
4561

Samenvatting :

Verval van de strafvordering door verjaring heeft geen invloed op de burgerlijke rechtsvordering die ingesteld werd vóór de strafvordering door verjaring vervallen was.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op het bestreden vonnis, op 14 maart 1990 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Gent;
I. Op de voorziening van Jonny Saey :
A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de strafvordering tegen eiser :
Over het ambtshalve aangevoerde middel : schending van de artikelen 21 en 22 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering :
Overwegende dat eiser was vervolgd ter zake van overtreding van artikel 10 van het gemeentereglement van de stad Gent van 4 mei 1981, houdende politieverordening betreffende de uitvoering van werken houdende inneming van de openbare weg, overtreding welke bestraft wordt met politiestraffen overeenkomstig artikel 17 van datzelfde reglement;
Overwegende dat, naar luid van artikel 21 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, de strafvordering wegens een overtreding verjaart door verloop van zes maanden te rekenen van de dag waarop de overtreding is gepleegd;
Overwegende dat het bestreden vonnis constateert dat het tegen eiser bewezen verklaarde feit gepleegd werd tussen 1 maart en 12 april 1989; dat aldus blijkt dat de bewezen verklaarde overtreding ten laatste kan zijn gepleegd op 11 april 1989;
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de laatste daad van onderzoek of van vervolging die voor stuiting van de verjaring van de strafvordering in aanmerking zou kunnen komen, gesteld werd op 5 september 1989, namelijk de betekening aan eiser van de dagvaarding om te verschijnen voor de politierechtbank;
Overwegende dat hieruit volgt dat op 14 maart 1990, datum waarop het bestreden vonnis werd uitgesproken, de strafvordering, bij ontstentenis van enige grond van schorsing, door verjaring was vervallen;
B. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de civielrechtelijke vordering van verweerder tegen eiser :
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat verweerder zich burgerlijke partij heeft gesteld tegen de eisers vooraleer de strafvordering door verjaring vervallen was;
Dat derhalve het verval van de strafvordering door verjaring en de daaruit voortvloeiende cassatie geen invloed hebben op de civielrechtelijke vordering van verweerder tegen de eisers;
Overwegende dat het bestreden vonnis, met bevestiging van het beroepen vonnis, aan verweerder een voorschot toekent van 1 frank en vervolgens de zaak terugwijst naar de eerste rechter;
Overwegende dat die beslissing geen eindbeslissing is in de zin van artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering en geen uitspraak doet over een geschil inzake bevoegdheid;
Dat de voorziening mitsdien niet ontvankelijk is;
II. Op de voorziening van de P.V.B.A. John Saey :
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat de voorziening van eiseres, civielrechtelijk aansprakelijke partij, werd betekend aan het openbaar ministerie en aan verweerder :
Dat de voorziening mitsdien niet ontvankelijk is;
Overwegende evenwel dat door de hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing op de strafvordering tegen eiser de beslissing waarbij eiseres civielrechtelijk aansprakelijk wordt verklaard voor de kosten van de strafvordering, geen bestaansreden meer heeft;
Om die redenen, ongeacht het in het verzoekschrift aangevoerde middel dat niet de ontvankelijkheid van de voorzieningen betreft, vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet op de strafvordering tegen Jonny Saey; verwerpt de voorzieningen voor het overige, onder de vaststelling evenwel dat de beslissing waarbij de P.V.B.A. John Saey civielrechtelijk aansprakelijk wordt verklaard voor de kosten van de strafvordering geen bestaansreden meer heeft; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; veroordeelt de eiseres P.V.B.A. John Saey in de kosten van haar voorziening; veroordeelt de eiser Jonny Saey in de helft van de kosten van zijn voorziening en laat de overige helft van die kosten ten laste van de Staat; zegt dat er geen grond is tot verwijzing.