Hof van Cassatie: Arrest van 23 November 2005 (België). RG P051011F

Datum :
23-11-2005
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20051123-6
Rolnummer :
P051011F

Samenvatting :

Uit de omstandigheid alleen dat het arrest, waarbij de beklaagde wegens lasterlijke aangifte wordt veroordeeld, uit de beschikking tot buitenvervolgingstelling van degene tegen wie de lasterlijke aangifte is gericht, de valsheid afleidt van de eerder door de beklaagde geuite aantijging, kan geen miskenning van diens recht van verdediging worden afgeleid.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Nr. P.05.1011.F.-
Z. A.,
Mr. André Bernard, advocaat bij de balie te Luik,
tegen
H. A., handelend in eigen naam en in de hoedanigheid van wettelijk beheerder over de goederen van zijn minderjarige kinderen.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 8 juni 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Luik, correctionele kamer.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.
Advocaat generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser voert twee middelen aan in een memorie, waarvan een voor eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.
IV. Beslissing van het Hof
A. In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing op de strafvordering :
Over het tweede middel :
Eerste onderdeel :
Overwegende dat eiseres het arrest verwijt haar conclusie niet te hebben beantwoord betreffende de data waarop de feiten van lasterlijke aangifte werden gepleegd, aangezien die de beschikking tot buitenvervolgingstelling van verweerder voorafgaan ;
Overwegende dat uit de voornoemde conclusie niet blijkt dat eiseres dit verweer voor de appelrechters heeft opgeworpen ;
Dat het onderdeel, in zoverre, feitelijke grondslag mist ;
Overwegende dat, voor het overige, uit de omstandigheid alleen dat het arrest uit de beschikking tot buitenvervolgingstelling van verweerder valsheid afleidt van de eerder door eiseres geuite aantijging, geen miskenning van haar recht van verdediging kan worden afgeleid ;
Dat het middel, wat dat betreft, niet kan worden aangenomen ;
Tweede onderdeel :
Overwegende dat eiseres het arrest verwijt dat het de telastlegging lasterlijke aangifte bewezen verklaart ofschoon de feiten waarop dit steunt vóór de beschikking tot buitenvervolgingstelling van verweerder zijn gepleegd ;
Overwegende dat in zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters hun overtuiging steunen op "het feit dat de beschikking tot buitenvervolgingstelling (eiseres) ervan had moeten weerhouden de voormelde aantijgingen te maken", op een onjuiste lezing van het arrest berust ;
Overwegende dat het niet tegenstrijdig is om de valsheid van de aangeklaagde feiten af te leiden uit een beschikking tot buiten-vervolgingstelling die na de aangifte ervan is gewezen en te oordelen dat het moreel bestanddeel van het misdrijf uit de omstandigheid blijkt dat eiseres "duidelijk verbetenheid tegen haar ex-echtgenoot heeft betoond in weerwil van geruststellende, en zelfs herhaaldelijk negatieve adviezen van gynaecologen, pediaters en psychologen" ;
Dat het onderdeel in dat opzicht feitelijke grondslag mist ;
Overwegende dat, voor het overige, het misdrijf lasterlijke aantijging niet vereist dat de feiten zijn gepleegd na de rechterlijke beslissing waarbij de aangebrachte persoon wordt vrijgepleit ;
Dat het onderdeel, in zoverre dit het tegendeel aanvoert, faalt naar recht ;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen ;
B. In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van verweerder tegen eiseres :
Overwegende dat eiseres geen bijzonder middel aanvoert ;
OM DIE REDENEN,
HET HOF
Verwerpt het cassatieberoep ;
Veroordeelt eiseres in de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, de raadsheren Frédéric Close, Paul Mathieu, Sylviane Velu en Benoît Dejemeppe, en in openbare terechtzitting van drieëntwintig november tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van eerstaanwezend adjunct-griffier Patricia De Wadripont.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Benoît Dejemeppe en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.
De afgevaardigd griffier, De raadsheer,