Hof van Cassatie: Arrest van 24 Januari 1995 (België). RG P941237N

Datum :
24-01-1995
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19950124-13
Rolnummer :
P941237N

Samenvatting :

Wanneer een lid van een hof van beroep ervan verdacht wordt buiten zijn ambt een misdaad of een wanbedrijf te hebben gepleegd, is de verjaring van de strafvordering geschorst vanaf de datum van de aangifte van de feiten aan de minister van Justitie tot op de datum waarop de door de minister doorgezonden stukken op het Hof van Cassatie worden ontvangen.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op de vordering van de Procureur-generaal bij het Hof van Cassatie welke luidt als volgt :
"Aan de tweede Kamer van het Hof,
De ondergetekende procureur-generaal heeft de eer hierbij kenbaar te maken dat :
X., emeritus kamervoorzitter in het Hof van Beroep te Y.,
verdacht is van :
te B., gerechtelijk arrondissement (...), op 31 december 1992,
als bestuurder die uit een openbare weg met een verkeersbord B 1 (omgekeerde driehoek) kwam, geen voorrang te hebben verleend aan een bestuurder die reed op de openbare weg die hij opreed;
Aangezien voormeld lid van het Hof van Beroep te Y.
ervan verdacht wordt buiten zijn ambt een wanbedrijf te hebben gepleegd;
Gelet op de bij brief van 16 september 1993 door de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Y. aan de Minister van Justitie gedane aangifte;
Gelet op de bij brief van 18 augustus 1994 door de Minister van Justitie aan het Hof van Cassatie gedane kennisgeving;
Aangezien er grond bestaat tot verwijzing van de zaak naar een strafrechter;
Gelet op de artikelen 479, 481 en 482 van het Wetboek van Strafvordering;
Aangezien de voorrang van rechtsmacht waarvan de verdachte geniet een wettelijk beletsel vormt voor de uitoefening van de strafvordering;
Dat de verjaring van de strafvordering derhalve geschorst werd vanaf 16 september 1993, datum van de aangifte van de feiten aan de Minister van Justitie, tot op de datum van het door het Hof te wijzen arrest;
Om deze redenen moge de ondergetekende Procureur-generaal het Hof verzoeken te zeggen dat er grond bestaat om de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen te verwijzen.
Brussel, 19 oktober 1994
Voor de Procureur-generaal,
De advocaat-generaal,
(get.) du Jardin";
Gelet op de door de minister van Justitie in uitvoering van artikel 482 van het Wetboek van Strafvordering overgemaakte stukken;
Gelet op de in de bovenstaande vordering van de Procureur-generaal vermelde wetsbepalingen;
Overwegende dat schorsing van de verjaring van de strafvordering ontstaat, hetzij uit een wettekst waarbij zij ingevoerd wordt, hetzij uit een wettelijk beletsel dat het berechten van de strafvordering verhindert; dat de schorsing een aanvang neemt op de dag waarop dit beletsel ontstaat en blijft voortduren tot en met de dag waarop het opgeheven wordt;
Overwegende dat naar luid van artikel 482 van het Wetboek van Strafvordering de minister van Justitie de in artikel 481 van dit wetboek bedoelde stukken doorzendt aan het Hof van Cassatie, mitsdien het instellen en uitoefenen van de strafvordering geen doorgang kan vinden vanaf 16 september 1993, datum van aangifte aan de minister van Justitie, tot en met 22 augustus 1994, datum waarop de door de minister doorgezonden stukken werden ontvangen op het Hof van Cassatie; dat de verjaring van de strafvordering gedurende de vermelde termijn is geschorst;
De overige redenen van de vordering overnemende, rechtdoende in raadkamer, verwijst de zaak van X., emeritus kamervoorzitter in het Hof van Beroep te Y., naar het Hof van Beroep te Z. wegens de in de bedoelde vordering vermelde telastlegging.