Hof van Cassatie: Arrest van 26 November 2008 (België). RG P.08.1293.F
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20081126-10
- Rolnummer :
- P.08.1293.F
Samenvatting :
Rijden in staat van alcoholintoxicatie is een wanbedrijf waarvan het bewijs, wanneer het door een adem- of bloedanalyse wordt geleverd, bijzonder bij wet is geregeld; wanneer de rechter zijn beslissing grondt op de resultaten van een meting van de alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolaire lucht of per liter bloed, is hij gebonden door de bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2008, nr. ...
Arrest :
Nr. P.08.1293.F
L. J.-P.,
Mrs. Patrick Davreux, advocaat bij de balie te Neufchâteau, en Sophie Berger, advocaat bij de balie te Brussel.
.Irechtspleging voor het hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Neufchâteau, van 2 juli 2008.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.
Op 17 november 2008 heeft advocaat-generaal Damien Vandermeersch een conclusie neergelegd.
Op de rechtszitting van 26 november 2008 heeft afdelingsvoorzitter Jean de Codt verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd.
.Ibeslissing van het hof
Beoordeling
(...)
B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvordering die wegens alcoholintoxicatie (telastlegging A) is ingesteld
Eerste middel
Rijden in staat van alcoholintoxicatie is een wanbedrijf waarvan het bewijs, wanneer het door een adem- of bloedanalyse wordt geleverd, bijzonder bij wet is geregeld. Wanneer de rechter zijn beslissing grondt op de resultaten van een meting van de alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolaire lucht of per liter bloed, is hij gebonden door de bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen.
Wanneer de nagelaten rechtsvorm niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven of de onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs noch het recht op een eerlijke behandeling van de zaak aantast, mag de rechter geen wettelijke bewijswaarde toekennen aan een bewijs dat is verkregen met schending van de bepalingen die het bewijs bijzonder regelen en de intrinsieke waarde ervan waarborgen.
Het bestreden vonnis stelt vast dat het misdrijf alcoholintoxicatie dat de eiser wordt ten laste gelegd, op 22 mei 2006 is gepleegd en dat de vaststelling van dat misdrijf op dat ogenblik geregeld werd door het koninklijk besluit van 18 februari 1991 betreffende de analysetoestellen voor de meting van de alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht.
Krachtens de artikelen 2, 3 en 4 van dat koninklijk besluit dienden de ademanalysatoren om de twaalf maanden gekeurd te worden door het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid onder het hoger toezicht van de Inspectie van de Metrologie van het Ministerie van Economische Zaken. Dit vereiste is essentieel omdat zij de intrinsieke waarde van het bewijs waarborgt.
Het vonnis stelt vast dat de bij de eiser aangewende ethylometer niet werd gecontroleerd door het instituut waaraan het koninklijk besluit die taak heeft toevertrouwd, maar door de dienst metrologie.
Volgens de appelrechters heeft deze onregelmatigheid geen weerslag op de bijzondere bewijswaarde die de wet aan de resultaten van de analyse toekent, omdat de verrichte controle gelijkwaardige betrouwbaarheidsgaranties biedt, de vervanging van een controle-overheid door een andere geen schending van het recht op een eerlijke behandeling van de zaak met zich meebrengt, en omdat de tussenkomst van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid niet substantieel is of op straffe van nietigheid is voorgeschreven.
Het vonnis schendt aldus de voormelde artikelen van het koninklijk besluit van 18 februari 1991 alsook de artikelen 59, § 4, en 62, tweede lid, van de Wet betreffende de politie over het wegverkeer.
Het middel is gegrond.
Er is geen grond om de beide overige middelen te onderzoeken die niet tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing kunnen leiden.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de verjaring van de strafvordering wegens telastlegging B vaststelt.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.
Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de andere helft ten laste van de Staat.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Marche-en-Famenne, zitting houdende in hoger beroep.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Paul Mathieu, Benoît Dejemeppe en Pierre Cornelis, en in openbare terechtzitting van 26 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van eerstaanwezend adjunct-griffier Patricia De Wadripont.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.
De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,