Hof van Cassatie: Arrest van 26 Oktober 1992 (België). RG 9456

Datum :
26-10-1992
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19921026-1
Rolnummer :
9456

Samenvatting :

Wanneer de eisende partij de identiteit en het volledig adres van alle betrokken partijen niet in limine litis ter griffie neerlegt, leidt dat, t.a.v. de betrokken partijen die regelmatig in de zaak zijn opgeroepen, op zichzelf niet tot niet- ontvankelijkheid van het beroep tegen de verkiezingen voor de ondernemingsraad of het veiligheidscomite. ( Art. 80, 3°, K.B. van 18 oktober 1990. )

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 19 november 1991 door het Arbeidshof te Luik gewezen;
Over het middel, ...
Overwegende dat, krachtens artikel 80, 3°, van het koninklijk besluit van 18 oktober 1990 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen, een partij, die een beroep instelt als bedoeld in de artikelen 24 van de wet van 20 september 1948, of 1, alinéa 4, h, van de wet van 10 juni 1952, ertoe gehouden is "in limine litis" bij de griffie van de arbeidsrechtbank waarbij de zaak aanhangig is de identiteit en het volledig adres van de betrokken partijen neer te leggen;
Dat, naar luid van artikel 81, 1°, van dat koninklijk besluit, onder betrokken partij moet worden verstaan elke persoon, representatieve werknemersorganisatie of representatieve organisatie van kaderleden die in het kader van de procedure in het geding wordt betrokken;
Overwegende dat noch uit artikel 80 van het koninklijk besluit van 18 oktober 1990 noch uit enige andere wettelijke bepaling blijkt dat het verzuim van die formaliteit, op zichzelf, leidt tot niet-ontvankelijkheid van de vordering ten aanzien van de betrokken partijen die regelmatig in de zaak zijn opgeroepen;
Dat de rechter uitspraak moet doen over de tussen de partijen gerezen geschillen inzake de hoedanigheid van de personen en organisaties waarvan de identiteit en het adres niet ter griffie zijn neergelegd en, eventueel, de eisende partij moet gelasten de procedure te regulariseren, zodat de naar zijn oordeel betrokken partijen behoorlijk kunnen worden opgeroepen;
Overwegende dat het arbeidshof, waarbij een dergelijk geschil aanhangig was, de vordering niet ontvankelijk heeft verklaard, op grond dat de identiteit en het adres van de personen die het als betrokken partijen in de zin van voormeld artikel 81 beschouwt, niet ter griffie werden neergelegd;
Dat het arbeidshof artikel 80 van het koninklijk besluit van 18 oktober 1990 schendt;
Dat het middel gegrond is;
Om die redenen, vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Brussel.