We zijn erg blij om te zien dat u van ons platform houdt! Op hetzelfde moment, hebt u de limiet van gebruik bereikt... Schrijf u nu in om door te gaan.
Hof van Cassatie: Arrest van 27 November 1997 (België). RG C970213N
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-19971127-10
- Rolnummer :
- C970213N
Samenvatting :
Wanneer het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift ingediend op de griffie van het gerecht in hoger beroep, is de onregelmatigheid in de door de griffie te verrichten kennisgeving van het verzoekschrift aan de gedaagde partij zonder gevolg voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Arrest :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 28 februari 1997 gewezen door het Hof van Beroep te Gent;
Over het tweede middel :
Wat het vierde onderdeel betreft :
Overwegende dat het arrest aanneemt dat er in het verzoekschrift tot hoger beroep een verschrijving is met betrekking tot de familienaam van de zestiende verweerder; dat het die verschrijving rechtzet maar oordeelt dat ten gevolge van die verschrijving het verzoekschrift niet bij gerechtsbrief ter kennis kon worden gebracht van Maurice Verhoeyen, zodat het hoger beroep niet tegen Maurice Verhoeyen gericht werd;
Overwegende dat hoger beroep krachtens artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek wordt ingesteld bij verzoekschrift dat ingediend wordt op de griffie van het gerecht in hoger beroep; dat het hoger beroep dan ingesteld is op de datum van deze indiening op de griffie;
Dat het arrest vaststelt dat tijdig en in regelmatige vorm hoger beroep werd ingesteld;
Overwegende dat artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek weliswaar bepaalt dat het verzoekschrift tot hoger beroep ter kennis moet worden gebracht aan de gedaagde partij en, in voorkomend geval aan haar advocaat, door toedoen van de griffie uiterlijk de eerste werkdag nadat het is ingediend; dat de vormen en termijnen van deze formaliteit niet voorgeschreven zijn op straffe van nietigheid; dat een onregelmatigheid in de kennisgeving van het hoger beroep geen invloed uitoefent op de regelmatigheid van de akte van hoger beroep, mitsdien zonder gevolg is voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep;
Dat het arrest door, na de vaststelling van de verschrijving, het hoger beroep ten aanzien van de zestiende verweerder Verhoeyen Maurice, verkeerdelijk Berckmoes Maurice genoemd in het verzoekschrift tot hoger beroep, niet-toelaatbaar te verklaren wegens een onregelmatigheid in de kennisgeving, artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek schendt;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen.
Gelet op het bestreden arrest, op 28 februari 1997 gewezen door het Hof van Beroep te Gent;
Over het tweede middel :
Wat het vierde onderdeel betreft :
Overwegende dat het arrest aanneemt dat er in het verzoekschrift tot hoger beroep een verschrijving is met betrekking tot de familienaam van de zestiende verweerder; dat het die verschrijving rechtzet maar oordeelt dat ten gevolge van die verschrijving het verzoekschrift niet bij gerechtsbrief ter kennis kon worden gebracht van Maurice Verhoeyen, zodat het hoger beroep niet tegen Maurice Verhoeyen gericht werd;
Overwegende dat hoger beroep krachtens artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek wordt ingesteld bij verzoekschrift dat ingediend wordt op de griffie van het gerecht in hoger beroep; dat het hoger beroep dan ingesteld is op de datum van deze indiening op de griffie;
Dat het arrest vaststelt dat tijdig en in regelmatige vorm hoger beroep werd ingesteld;
Overwegende dat artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek weliswaar bepaalt dat het verzoekschrift tot hoger beroep ter kennis moet worden gebracht aan de gedaagde partij en, in voorkomend geval aan haar advocaat, door toedoen van de griffie uiterlijk de eerste werkdag nadat het is ingediend; dat de vormen en termijnen van deze formaliteit niet voorgeschreven zijn op straffe van nietigheid; dat een onregelmatigheid in de kennisgeving van het hoger beroep geen invloed uitoefent op de regelmatigheid van de akte van hoger beroep, mitsdien zonder gevolg is voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep;
Dat het arrest door, na de vaststelling van de verschrijving, het hoger beroep ten aanzien van de zestiende verweerder Verhoeyen Maurice, verkeerdelijk Berckmoes Maurice genoemd in het verzoekschrift tot hoger beroep, niet-toelaatbaar te verklaren wegens een onregelmatigheid in de kennisgeving, artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek schendt;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen.