Hof van Cassatie: Arrest van 28 Oktober 1994 (België). RG C930047N

Datum :
28-10-1994
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19941028-8
Rolnummer :
C930047N

Samenvatting :

Art. 1690 B.W. vereist niet dat de akte zelf van de overdracht van een schuldvordering, een recht of een rechtsvordering aan de schuldenaar wordt betekend.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 15 september 1992 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen;
Over het eerste onderdeel van het tweede middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 1165, 1319, 1320, 1322, 1689 en 1690 van het Burgerlijk Wetboek,
doordat het bestreden arrest de hoofdvordering van eiseres, welke zij had ingesteld als cessionaris van de vorderingen van Socar N.V. op verweerder, niet ontvankelijk verklaart om de reden dat "(eiseres) evenmin bewijst een schuldoverdracht te hebben doen betekenen aan (verweerder); dat immers niet is bewezen dat deze overdracht gevoegd was bij de dagvaarding dd. 13 november 1989; dat ook niet blijkt dat de zes facturen door de N.V. Socar geëndosseerd werden aan (eiseres)" en dat "bijgevolg geen rechtsverband bestaat tussen (eiseres) en (verweerder) i.v.m. de betreffende facturen en/of de schuldvordering die de N.V. Socar op (verweerder) zou bezitten of bezeten hebben", en aldus beslist dat, behoudens in het geval van endossement van faktuur, de tegenwerpelijkheid aan de gecedeerde schuldenaar van een cessie vereist dat de "overdracht" gevoegd wordt bij het exploot waarmee de betekening geschiedt,
terwijl (...) de overnemer van een schuldvordering volgens art. 1690 B.W. het bezit ten opzichte van derden, en meer bepaald de gecedeerde schuldenaar, onder meer verkrijgt door de betekening van de overdracht, dit wil zeggen van het enkele feit van de overdracht, zoals in casu geschiedde in de oorspronkelijke dagvaarding, en de afgifte van de titel alsook de verdere inhoud van de cessie-overeenkomst enkel de partijen bij die cessie-overeenkomst aanbelangt, en terwijl de overdracht eveneens kan worden tegengeworpen aan de gecedeerde schuldenaar indien hij het bestaan van de overdracht heeft erkend, wat in casu gebeurd is in de "beroepsbesluiten" van verweerder, die immers stellen dat "de cessie-overeenkomst dd. 22 juni 1989 vermeldt het volgende : In toepassing van de kredietverzekeringspolis afgesloten door de eerstgenoemde (SA Socar) bij tweede genoemde (SA Les Assurances du Crédit) werd door de eerstgenoemde de schuldvordering met alle rechten en zekerheden gecedeerd, welke zij bezit op Campion Marcel tot een totaal bedrag in hoofdsom van 1.128.384 fr. ten voordele van de SA Les Assurances du Crédit, die verklaart deze overdracht van schuldvordering te aanvaarden", zodat het arrest door te eisen dat de overdracht gevoegd wordt bij de betekening van de overdracht hier in de dagvaarding om de overdracht tegenwerpelijk te maken aan de gecedeerde, aan de regel van art. 1690 B.W. inzake de tegenwerpelijkheid van de cessie aan derden een voorwaarde toevoegt die deze bepaling niet bevat en die enkel betrekking kan hebben op de verhouding tussen cedent en cessionaris (schending van de art. 1165, 1689 en 1690 B.W.), en aan de erkenning van het bestaan van de cessie door de gecedeerde schuldenaar niet de gevolgen toekent die zij ten opzichte van hem heeft (schending van art. 1690 B.W.) :
Overwegende dat, krachtens het te dezen toepasselijk artikel 1690 van het Burgerlijk Wetboek, degene aan wie een schuldvordering, een recht of een rechtsvordering tegen een derde is overgedragen, door de betekening van die overdracht aan de schuldenaar, het bezit van die overgedragen schuldvordering, recht of rechtsvordering ten opzichte van derden verkrijgt;
Dat die wetsbepaling niet vereist dat de akte van overdracht zelf betekend wordt;
Overwegende dat het arrest oordeelt dat "(eiseres) evenmin bewijst een schuldoverdracht te hebben doen betekenen aan (verweerder); dat immers niet is bewezen dat deze overdracht gevoegd was bij de dagvaarding dd. 13 november 1989"; dat het op grond daarvan beslist dat "bijgevolg geen rechtsverband bestaat tussen de (eiseres) en (verweerder) i.v.m. de betreffende facturen en/of de schuldvordering die de N.V. Socar op (verweerder) zou bezitten of bezeten hebben" en dat de hoofdvordering van eiseres niet ontvankelijk is;
Dat het aldus artikel 1690 van het Burgerlijk Wetboek schendt;
Dat het onderdeel gegrond is;
Overwegende dat het eerste middel, de overige onderdelen van het tweede middel en het derde middel niet tot ruimere cassatie kunnen leiden;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.