Hof van Cassatie: Arrest van 29 November 2004 (België). RG S040079F
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20041129-5
- Rolnummer :
- S040079F
Samenvatting :
De sectie voor sociale bemiddeling van de dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen valt onder het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, en de sociaal bemiddelaar, personeelslid van die dienst en staatsambtenaar, valt, in de uitoefening van zijn ambt, onder de bevoegdheid van de Minister van Tewerkstelling en Arbeid, ongeacht of die opdracht hem al dan niet door de minister is toevertrouwd; de voorzitter van de arbeidsrechtbank is bijgevolg niet bevoegd om een sociaal bemiddelaar een bemiddelingsopdracht toe te vertrouwen, overeenkomstig het koninklijk besluit van 23 juli 1969, en hem te gelasten een verslag van zijn bemiddeling op te maken en het neer te leggen op de griffie van het rechtscollege (1). (1) Zie Cass., 10 juni 1996, AR S.95.0114.F, nr 227, met concl. O.M., in Bull. en Pas, 1996, I, nr 227; 17 dec. 2001, AR S.00.0012.F, nr 707, met concl. O.M.
Arrest :
BELGISCHE STAAT, Minister van Tewerkstelling en Pensioenen,
Mr. Philippe Gérard, advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
ARCHE D'ALLIANCE DE NAMUR, vereniging zonder winstoogmerk.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest dat op 18 november 2003 is gewezen door het Arbeidshof te Luik, afdeling Namen.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Philippe Gosseries heeft verslag uitgebracht.
Eerste advocaat generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.
III. Het middel
IV. Beslissing van het Hof
Overwegende dat artikel 584, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de voorzitter van de arbeidsrechtbank bij voorraad uitspraak kan doen in gevallen die hij spoedeisend acht, in aangelegenheden die tot de respectieve bevoegdheid van die rechtbank behoren ;
Overwegende dat uit de in het middel bedoelde bepalingen van het koninklijk besluit van 23 juli 1969 tot oprichting van een dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen en tot vaststelling van het statuut van het personeel van deze dienst, blijkt dat de sectie voor sociale bemiddeling van de dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen onder het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid valt, en dat de sociaal bemiddelaar, personeelslid van die dienst en staatsambtenaar in de uitoefening van zijn opdracht, onder de bevoegdheid valt van de minister van Tewerkstelling en Arbeid, ongeacht of die opdracht hem al dan niet door de minister is toevertrouwd ;
Overwegende dat het arbeidshof, door te beslissen dat de voorzitter van de rechtbank in kort geding een sociaal bemiddelaar een bemiddelingsopdracht kan toevertrouwen, overeenkomstig het koninklijk besluit van 23 juli 1969, en hem kan gelasten een verslag van zijn bemiddeling op te maken en het neer te leggen op de griffie van het rechtscollege, aan die rechter bevoegdheden van de minister van Tewerkstelling en Arbeid heeft toegekend en bijgevolg het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding van de machten miskent en artikel 584, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek schendt ;
Dat het middel gegrond is ;
OM DIE REDENEN,
HET HOF
Vernietigt het bestreden arrest ;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest ;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de bodemrechter over ;
Verwijst de zaak naar het Arbeidshof te Brussel.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, de raadsheren Christian Storck, Didier Batselé, Daniel Plas en Philippe Gosseries , en in openbare terechtzitting van negenentwintig november tweeduizend en vier uitgesproken door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Ghislain Dhaeyer en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols.
De afgevaardigd adjunct-griffier, De raadsheer,