Hof van Cassatie: Arrest van 3 Mei 1993 (België). RG F1993N

Datum :
03-05-1993
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
3 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19930503-8
Rolnummer :
F1993N

Samenvatting :

Wat een loterij van een kansspel onderscheidt is dat bij een loterij de winnaars louter door het lot, het toeval of enige andere kansbepaling, waarop zij geen overwegende invloed hebben, worden aangewezen, zonder dat zij daarbij op enige wijze actief optreden of medewerken. (Artt. 43 W.I.G.B.)

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 21 februari 1992 door het Hof van Beroep te Brussel op verwijzing gewezen;
Gelet op het arrest van het Hof van 30 september 1988;
Over het middel, door eiser als volgt gesteld : "schending van de artikelen 301, 302, 303, 305 en 557, 3° van het Strafwetboek, van artikel 1 van de wet van 24 oktober 1902 op het spel (zoals gewijzigd door het enig artikel van de wet van 19 april 1963 en door artikel 1 van de wet van 22 november 1974), van de artikelen 1 en 7 van de wet van 31 december 1851 op de loterijen en van artikel 43 van het Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen,
doordat het bestreden arrest op grond van de overwegingen dat het "kienspel" een spel is waarbij de speler een kaart koopt waarop een grille met nummers vermeld is en waarbij een prijs wordt toebedeeld aan de speler die het eerste een volledig ingevulde kaart van 15 uitgelote nummers vertoont en het woord "kien" roept, dat de uitloting geschiedt door het afroepen van een reeks nummers waarvan de volgorde bepaald wordt door blind toeval, dat het resultaat van deze uitloting op geen enkele wijze kan beïnvloed worden door de bezitter van de kaart die volledig passief de speling van het lot dient te ondergaan, dat de omstandigheid dat de bezitter van een volledig uitgelote kaart zijn recht op de prijs verbeurt wanneer een andere speler, op het ogenblik waarop op zijn kaart alle nummers uitgeloot zijn "kien" roept niet vermag afbreuk te doen aan het feit dat het "kienspel" een loterij is, dat de omstandigheid dat de bezitter van de volledig uitgelote kaart "kien" dient te roepen om recht te hebben op de onverdeelbare hoofdprijs eigen is aan de aard van de loterij waarin slechts één onverdeelbare prijs wordt verloot en steeds nieuwe nummers worden uitgeloot tot op het ogenblik waarop zich een winnaar kenbaar maakt, dat de kienspeler zoals eender welke deelnemer aan een loterij, bezitter van een winnend lot, waarvan hij al naargelang de loterij de nummers zelf diende aan te kruisen, de uitgelote nummers dient aan te bieden volgens de regels en binnen de vervaltermijn bepaald door de loterij waaraan hij deelneemt, dat deze termijn bij het kienspel vervalt op het ogenblik dat door een andere deelnemer, aangewezen wordt door het lot, "kien" geroepen wordt, dat het feit dat deze termijn onzeker is en wordt bepaald door het lot, namelijk door het onzeker feit, waaraan de deelnemer niets kan verhelpen, of een andere deelnemer door een speling van het lot ook in het bezit is van een volledig uitgelote kaart wat ook deze andere toelaat om "kien" te roepen, zodat best onmiddellijk "kien" geroepen wordt om zijn recht op de enige prijs niet te verbeuren, enkel een variante is van de aanbieding van het winnend lot zoals dit gebeurt in iedere loterij en geen afbreuk doet aan het feit dat de winnaar uitsluitend door het lot wordt aangewezen, dat de vervaltermijn om zich als winnaar bij loterijen aan te bieden erg verschilt, dat het feit dat twee of meerdere spelers tegelijk of met een zeer beperkte tussentijd in het bezit kunnen zijn van een lot dat recht geeft op de prijs en dat alleen diegene die zich als eerste als winnaar kenbaar heeft gemaakt, bij uitsluiting van de anderen, eigen is aan het type van de loterij waarbij slechts één onverdeelbare prijs wordt uitgeloot terwijl het door de aard van de loten mogelijk, maar lang niet zeker, is dat twee of meerdere loten, door het afroepen van dezelfde reeks nummers, op hetzelfde ogenblik recht verlenen op de prijs, dat het feit dat alleen diegene die het eerst zijn winnend lot aanbiedt de prijs bekomt, geen afbreuk doet aan het feit dat hij zijn winnend lot louter door toeval heeft bekomen zonder dat hij deze aanwijzing op
enig wijze aktief kon beïnvloeden evenmin als hij de duur van de vervaltermijn kon bepalen binnen dewelke hij zich als winnaar kan aanbieden om zijn recht op de prijs ingevolge het winnend lot te laten gelden, dat ook in deze fase van het kienen de uitslag blijft afhangen van een onzekere gebeurtenis te weten het gelijktijdig uitloten van twee of meerdere loten en dat dit toeval beslissend is voor het bekomen van de prijs, beslist dat het "kienspel" een toegelaten loterij is waarbij de winnaar louter door het toeval wordt aangewezen zonder dat hij daarbij op enige wijze aktief dient op te treden of mee te werken, dienvolgens de voorziening in beroep gegrond verklaart en de gevestigde aanslagen vernietigt,
terwijl, enerzijds, bij een loterij, die van belasting kan worden vrijgesteld, de winnaar of winnaars louter door het lot, het toeval of enige andere kansbepaling waarop zij geen overwegende invloed hebben, worden aangewezen, zonder dat zij daarbij op enige wijze actief optreden of medewerken en, anderzijds, bij een kansspel de speler een actieve medewerking verleent van gelijk welke aard of omvang, weze het slechts het aandacht schenken, het aanmerken van cijfers op een kaart en het roepen van een woord, niettegenstaande het toeval de overhand heeft op de lichamelijke of verstandelijke behendigheid, derwijze dat wanneer de winnaar ten gevolge van zodanig spel of zodanige actieve medewerking wordt aangewezen, deze aanwijzing niet uitsluitend gebeurt door het lot of het toeval en, derhalve een kansspel voorhanden is dat steeds, overeenkomstig artikel 43 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen, onderworpen is aan de belasting op de spelen en de weddenschappen en geen loterij die kan worden toegelaten overeenkomstig artikel 7 van de wet van 31 december 1851 op de loterijen en kan worden vrijgesteld van voormelde belasting;
zodat het bestreden arrest, niet zonder de wettelijke notie van "kansspel" zoals die voortvloeit uit de artikelen 305 en 557, 3° van het Strafwetboek, artikel 1 van de wet van 24 oktober 1902 op het spel en artikel 43 van het Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen te miskennen, heeft kunnen beslissen dat het "kienspel", zoals het in het arrest wordt omschreven, in de zin van artikel 7 van de wet van 31 december 1851 op de loterijen een toegelaten loterij is waarbij de winnaar louter door het toeval wordt aangewezen zonder dat hij daarbij op enige wijze aktief dient op te treden of mee te werken, aldus de wettelijke notie "loterij" miskennend, zoals die wordt bepaald in de artikelen 301, 302 en 303 van het Strafwetboek en wordt hernomen in de artikelen 1 en 7 van de voormelde wet van 31 december 1851 en artikel 43, 1° van het Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen" :
Overwegende dat een loterij een verrichting is die het publiek aangeboden wordt en die bestemd is om winst te verschaffen door middel van het lot; dat de winnaars worden aangewezen louter door het lot, het toeval of enige andere kansbepaling waarop zij geen overwegende invloed hebben, zonder dat zij daarbij op enige wijze actief optreden of medewerken;
Overwegende dat de appelrechters vaststellen dat de aanwijzing van de speler die het eerst een volledige ingevulde kaart met vijftien uitgelote nummers vertoont, het woord "kien" roept en zodoende een prijs wint, louter geschiedt door het afroepen van een reeks nummers waarvan de volgorde bepaald wordt door blind toeval en dat het resultaat van deze uitloting op geen enkele wijze kan beïnvloed worden door de bezitter van de kaart die volledig passief de speling van het lot dient te ondergaan; dat zij voorts oordelen dat de omstandigheid dat de speler zelf de uitgelote nummers dient aan te stippen op zijn kaart en het woord "kien" dient te roepen op gevaar af zijn prijs te verliezen indien een andere speler met volledige ingevulde kaart eerder "kien" roept, geen afbreuk doet aan het feit dat hij zijn winnend lot louter door toeval heeft bekomen;
Overwegende dat uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat de door eiser aangevoerde actieve medewerking van de speler, namelijk "het aandacht schenken, het aanmerken van cijfers op een kaart en het roepen van een woord" niets uitstaande heeft met het aanwijzen van de winnaar door het lot, doch enkel met het noteren en bekendmaken van die aanwijzing; dat deze medewerking aan het kienspel het karakter van een loterij niet ontneemt;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; laat de kosten ten laste van eiser.