Hof van Cassatie: Arrest van 3 November 1999 (België). RG P991500F

Datum :
03-11-1999
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19991103-7
Rolnummer :
P991500F

Samenvatting :

De onderzoeksgerechten kunnen wettig beslissen dat de nieuwe en ernstige omstandigheden die de uitvaardiging van een nieuw bevel tot aanhouding tegen een in vrijheid gestelde verdachte noodzakelijk maken, gelet op de in hun vroegere beslissingen vermelde gegevens, de handhaving van de voorlopige hechtenis volstrekt noodzakelijk maken voor de openbare veiligheid.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 21 oktober 1999 gewezen door de kamer van inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Brussel;
Overwegende dat, krachtens artikel 28, § 1, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, de onderzoeksrechter in elke stand van de zaak een bevel tot aanhouding kan uitvaardigen tegen een in vrijheid gestelde verdachte, inzonderheid wanneer nieuwe en ernstige omstandigheden die maatregel noodzakelijk maken; dat het bevel, in dat geval, de nieuwe en ernstige omstandigheden vermeldt die de aanhouding wettigen; dat nieuwe omstandigheden die zijn welke pas na de invrijheidstelling van de verdachte ofwel zijn ontstaan, ofwel aan het licht zijn gekomen; dat die omstandigheden kunnen bestaan in het vinden van nieuwe ernstige aanwijzingen van schuld;
Overwegende dat de appèlrechters, op grond van een feitelijke beoordeling, beslissen "dat de nieuwe gegevens, die blijken uit de processen-verbaal, welke zijn opgemaakt na de door de kamer van inbeschuldigingstelling in haar arrest van 23 juli 1999 bevolen invrijheidstelling (...), door de raadkamer terecht - zijn aangemerkt als nieuwe en ernstige omstandigheden die de uitvaardiging van het nieuwe aanhoudingsbevel wettigen"; dat het nieuwe aanhoudingsbevel, met toepassing van de artikelen 16, §§ 1 en 5, en 28, § 1, 2°, van voornoemde wet, tegen eiser op 20 september 1999 is uitgevaardigd wegens medeplichtigheid aan moord;
Dat het arrest, na die gegevens, met name het bestaan van nieuwe aanwijzingen, te hebben vermeld, hieraan toevoegt "dat die gegevens nieuwe en ernstige omstandigheden zijn die, gelet op de gegevens uit de arresten die de kamer van inbeschuldigingstelling op 18 maart 1999, 21 mei 1999 en 25 juni 1999 heeft gewezen, de handhaving van de hechtenis (van eiser) volstrekt noodzakelijk maken voor de openbare veiligheid (...); dat de aanwijzingen van (eisers) medeplichtigheid aan de feiten van de zaak bevestigd worden door de nieuwe gegevens die na het door de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep op 23 juli 1999 gewezen arrest aan het licht zijn gekomen";
Overwegende dat het arrest, aldus, voornoemd artikel 28, 1, 2°, niet schendt;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiser in de kosten.