Hof van Cassatie: Arrest van 30 April 2015 (België). RG C.13.0094.F

Datum :
30-04-2015
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20150430-7
Rolnummer :
C.13.0094.F

Samenvatting :

De lastgeving om in rechte op te treden, die de bevoegdheid inhoudt om de opeenvolgende proceshandelingen te verrichten die nodig zijn voor de uitvoering ervan, blijft t.a.v. de lastgever en de procespartijen gelden zolang de ontkentenis niet is aangetoond.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Nr. C.13.0094.F

1. G. R.,

2. F. G.,

Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. V. D., advocaat bij de balie te Brussel,

2. M D.,

3. N. L.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 juli 2012.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

(...)

Tweede onderdeel

Luidens artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek verschijnt de advocaat als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blij-ken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving eist.

Artikel 848, eerste lid, van dat wetboek bepaalt dat, ingeval een proceshandeling wordt verricht namens een persoon, buiten iedere wettelijke vertegenwoordiging, zonder dat deze die handeling, zelfs stilzwijgend, heeft gelast, toegelaten of be-krachtigd, hij de rechter kan verzoeken die handeling van onwaarde te verklaren.

Artikel 848, derde lid, van dat wetboek bepaalt dat de andere partijen in het ge-ding dezelfde vordering kunnen indienen, tenzij de persoon namens wie de hande-ling is verricht, deze bekrachtigt of te bekwamer tijd bevestigt.

Uit die bepalingen volgt dat de lastgeving om in rechte op te treden, die de be-voegdheid inhoudt om de opeenvolgende proceshandelingen te verrichten die no-dig zijn voor de uitvoering ervan, ten aanzien van de lastgever en de procespartijen blijft gelden zolang de ontkentenis niet is aangetoond.

Om de redenen die in antwoord op het eerste onderdeel zijn weergegeven, beslist het arrest dat de eisers niet aantoonden dat de tweede en derde verweerders de rechtsvordering hadden ingesteld buiten iedere wettelijke vertegenwoordiging omdat zij niet, zelfs niet stilzwijgend, werd gelast, toegelaten of bekrachtigd door C. R.

Aangezien het onderdeel niet aanvoert dat de conclusies die de voormelde ver-weerders later hebben neergelegd, de grenzen van de hun toevertrouwde lastge-ving te buiten gingen, verantwoordt het arrest aldus naar recht zijn beslissing om de vordering tot ontkentenis ongegrond te verklaren voor het geheel van de pro-ceshandelingen waarop zij betrekking had.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Michel Lemal en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 30 april 2015 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadri-pont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overge-schreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.

De griffier, De raadsheer,