Hof van Cassatie: Arrest van 30 Juni 2009 (België). RG P.09.0308.N

Datum :
30-06-2009
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20090630-6
Rolnummer :
P.09.0308.N

Samenvatting :

Artikel 55, derde lid, Jeugdbeschermingswet bepaalt dat de stukken die betrekking hebben op de persoonlijkheid van de minderjarige en op het milieu waarin hij leeft, niet aan hem noch aan de burgerlijke partij mogen worden medegedeeld; de algemene opzet van die bepaling houdt in dat die onderzoeken uitsluitend kunnen gebruikt worden voor het doel waarvoor ze zijn uitgevoerd, zodat het uitgesloten is dat een ouder van de minderjarige die stukken als verweer kan aanwenden tijdens een strafvervolging tegen hem of haar (1). (1) Cass., 12 mei 1999, AR P.99.0036.F, A.C., 1999, nr. 280; Cass., 19 okt. 2005, AR P.05.0807.F, A.C., 2005, nr. 519, met concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH; Cass., 19 okt. 2005, AR P.05.1287.F, A.C., 2005, nr. 526, met concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH; Cass., 4 maart 2008, AR P.07.1541.N, A.C., 2008, nr. 151.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Hof van Cassatie van België

Arrest

Nr. P.09.0308 N

C. B.,

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Gino Moerdijk, advocaat bij de balie te Antwerpen,

tegen

N. M.,

burgerlijke partij,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 21 januari 2009.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste en tweede middel

1. De middelen voeren schending aan van de artikelen 50 en 55 Jeugdbe-schermingswet, alsmede miskenning van het recht van verdediging: de appelrech-ters hebben onterecht geweigerd kennis te nemen van het maatschappelijk onder-zoek dat de eiseres heeft neergelegd en eveneens onterecht geweigerd het verweer dat de eiseres op basis van dit maatschappelijk onderzoek heeft gevoerd, te on-derzoeken.

2. Artikel 55, derde lid, Jeugdbeschermingswet bepaalt dat de stukken die be-trekking hebben op de persoonlijkheid van de minderjarige en op het milieu waar-in hij leeft, niet aan hem noch aan de burgerlijke partij mogen meegedeeld wor-den.

De algemene opzet van die bepaling houdt in dat die onderzoeken uitsluitend kunnen aangewend worden voor het doel waarvoor ze zijn uitgevoerd. Het is uit-gesloten dat de ouder van de minderjarige die stukken als verweer kan aanwenden tijdens een strafvervolging tegen hem of haar.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

3. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Begroot de kosten op 79,07 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 30 juni 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel.

C. Van de Mergel K. Mestdagh L. Van hoogenbemt

J.-P. Frère L. Huybrechts E. Forrier