Hof van Cassatie: Arrest van 30 Mei 1991 (België). RG F1068F

Datum :
30-05-1991
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19910530-1
Rolnummer :
F1068F

Samenvatting :

Het algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging wordt geschonden door de beslissing van de bestendige deputatie van een provincieraad, die het bezwaar van een belastingschuldige tegen een aanslag in een gemeentebelasting aanneemt, door ambtshalve op te werpen dat het beginsel van niet-terugwerking van de wet is geschonden, terwijl die exceptie door de belastingschuldige niet was opgeworpen en de gemeente niet de gelegenheid heeft gehad om die te betwisten.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op de bestreden beslissing, op 28 november 1989 in laatste aanleg gewezen door de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Brabant; Over het middel : schending van het algemeen beginsel van het recht van verdediging, van artikel 104bis van de provinciewet, van het algemeen beginsel dat de akten en verordeningen van het bestuur geen terugwerkende kracht hebben, van artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de door de gemeenteraad van Eigenbrakel op 31 augustus 1987 vastgestelde belastingverordening strekkende tot terugbetaling van de prijs van de gronden die in bezit genomen waren met het oog op de uitvoering van wegenwerken, inzonderheid artikel 17 en, voor zoveel nodig, de artikelen 97, 107 van de Grondwet en 6 van de wet van 23 december 1986 betreffende de invordering en de geschillen ter zake van provinciale en plaatselijke heffingen, doordat het bestreden besluit het bezwaar van de verwerende partijen gegrond verklaart op grond "dat de bestendige deputatie, wanneer zij kennis neemt van een bezwaar tegen een gemeentebelasting, uitspraak doet als rechtscollege en dat zij als zodanig het recht en de plicht heeft de besluiten en verordeningen met de toepassing waarvan zij is belast, op de wettigheid ervan te toetsen; dat artikel 107 van de Grondwet luidt als volgt : "de hoven en rechtbanken passen de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zover zij met de wetten overeenstemmen"; dat luidens artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek "de wet alleen voor het toekomende beschikt en geen terugwerkende kracht heeft"; dat artikel 17 van de door de gemeenteraad van Eigenbrakel op de zitting van 31 augustus 1987 goedgekeurde belastingverordening strekkende tot terugbetaling van de prijs van de gronden die in bezit genomen waren met het oog op de uitvoering van wegenwerken luidt als volgt : "Dit reglement is van toepassing op de verrichtingen betreffende de aankoop van de aardebaan van de openbare wegen, die gedurende de jaren 1981 tot 1988 voltooid worden"; dat de gemeentebelasting enkel mag worden geheven voor feiten die zich voordoen of situaties die bestaan in de loop van het aanslagjaar (Cass., 20 februari 1958, A.C., 1958, 434). Daaruit volgt dat de beslissingen die gemeentebelastingen vestigen moeten dagtekenen van uiterlijk 31 december van het jaar waarop zij betrekking hebben en dat zij niet voor 1 januari van datzelfde jaar mogen terugwerken; dat de belastingverordening, nu zij terugwerkt voor 1 januari 1987, het beginsel miskent volgens hetwelk de wet geen terugwerkende kracht heeft", terwijl, eerste onderdeel, de bestendige deputatie die, om het bezwaar tegen een directe gemeentebelasting gegrond te verklaren, ambtshalve de onwettigheid opwerpt van de belastingverordening en van de daaruit voortvloeiende belastingheffing, verplicht is het recht van verdediging en het contradictoir karakter van de rechtspleging in acht te nemen; het bestreden besluit bijgevolg, nu het eiseres niet de gelegenheid geeft om verweermiddelen voor te dragen betreffende de beweerde onrechtmatige terugwerkende kracht die is aangevoerd om de onwettigheid van de belastingheffing te dekken, niet naar recht is verantwoord (schending van het algemeen beginsel van het recht van verdediging, alsook van artikel 104bis van de provinciewet en, voor zoveel nodig, van de artikelen 107 van de Grondwet en 6 van de wet van 23 december 1986 betreffende de invordering en de geschillen ter zake van provinciale en plaatselijke heffingen); Wat het eerste onderdeel betreft : Overwegende dat de bestendige deputatie van een provincieraad, wanneer zij uitspraak doet over het bezwaar van een belastingplichtige tegen een aanslag in de gemeentebelasting, optreedt als rechtscollege en dus, krachtens artikel 104bis van
de Provinciewet, verplicht is het contradictoir karakter van de procedure in acht te nemen; Overwegende dat de bestreden beslissing het bezwaar van de verweerders gegrond verklaart, na ambtshalve van het beginsel dat de wet niet terugwerkt; dat die exceptie niet was opgeworpen door de verweerders en dat eiseres niet de gelegenheid gekregen heeft haar te betwisten; Dat het onderdeel gegrond is; Om die redenen, vernietigt de bestreden beslissing; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing; veroordeelt de verweerders in de kosten; verwijst de zaak naar de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Henegouwen.