Hof van Cassatie: Arrest van 4 November 2016 (België). RG F.15.0074.N
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20161104-1
- Rolnummer :
- F.15.0074.N
Samenvatting :
Kamelenvlees kan onder de GN-code 0208 90 40 als "ander vlees van wild" worden ingedeeld wanneer de kamelen waarvan dat vlees afkomstig is in het wild leefden en er op deze dieren werd gejaagd, hetgeen kan afgeleid worden uit de omstandigheid dat deze dieren aan een verwilderde populatie werden "onttrokken om te worden verwerkt tot voedingsmiddel"; opdat kamelenvlees als "ander vlees van wild" onder de GN-code 0208 90 40 kan worden ingedeeld, is derhalve niet vereist dat de kamelen waarvan dat vlees afkomstig is en die in het wild leefden, tijdens de jacht werden gedood (1). (1) Zie concl. OM.
Arrest :
Nr. F.15.0074.N
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur der Douane en Accijnzen te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Eller-manstraat 21,
eiser,
vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woon-plaats kiest,
tegen
DELI OSTRICH nv, met zetel te 8750 Wingene, Gravestraat 7B,
verweerster.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 4 maart 2014.
Waarnemend procureur-generaal Dirk Thijs heeft op 29 maart 2016 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.
Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.
Waarnemend procureur-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
1. Code 0208 90 40 van de gecombineerde nomenclatuur, opgenomen in bijla-ge I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrek-king tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douaneta-rief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006, betreft "ander vlees van wild".
2. Uit het arrest Deli Ostrich nv tegen Belgische Staat, C-559/10, van 27 okto-ber 2011 van het Hof van Justitie van de Europese Unie, volgt dat kamelenvlees onder de GN-code 0208 90 40 als "ander vlees van wild" kan worden ingedeeld wanneer de kamelen waarvan dat vlees afkomstig is in het wild leefden en er op deze dieren werd gejaagd, hetgeen kan afgeleid worden uit de omstandigheid dat deze dieren aan een verwilderde populatie werden "onttrokken om te worden ver-werkt tot voedingsmiddel".
3. Opdat kamelenvlees als "ander vlees van wild" onder de GN-code 0208 90 40 kan worden ingedeeld, is derhalve niet vereist dat de kamelen waarvan dat vlees afkomstig is en die in het wild leefden, tijdens de jacht werden gedood.
Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
Prejudiciële vraag
4. De eiser werpt de aan het Hof van Justitie te stellen prejudiciële vraag op: "Moet de gecombineerde nomenclatuur die bijlage I vormt bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statis-tieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij ver-ordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006, in die zin worden uitgelegd dat kamelenvlees dient te worden ingedeeld onder postonder-verdeling 0208 90 40 als ‘ander vlees van wild', wanneer de kamelen waarvan dat vlees afkomstig is in het wild leefden en er op deze dieren is gejaagd, zelfs wanneer de dieren niet tijdens de jacht worden gedood maar slechts gevangen genomen om ze vervolgens gedurende een zekere tijd op te sluiten teneinde hun vlees geschikt te maken voor menselijke consumptie, waarbij de dieren worden gevoed en verzorgd en gewoon gemaakt aan mensen om ze tenslotte, na die ontstressingsperiode, te slachten in een slachthuis?".
5. Het Hof is niet verplicht een prejudiciële vraag te stellen wanneer het Hof van Justitie reeds krachtens artikel 267 van het Verdrag van 13 december 2007 betreffende de werking van de Europese Unie een in dat artikel vermelde bepaling heeft uitgelegd en het Hof zich door deze uitleg voldoende ingelicht acht.
Het Hof acht zich voldoende ingelicht door het aangehaalde arrest Deli Ostrich nv tegen Belgische Staat, C-559/10, van 27 oktober 2011 van het Hof van Justitie, zodat de opgeworpen vraag niet dient te worden gesteld.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiser op 428,18 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 4 november 2016 uitgesproken door sec-tievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van waarnemend procureur-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.
F. Adriaensen K. Moens B. Wylleman
F. Van Volsem A. Smetryns E. Dirix
VOORZIENING TOT CASSATIE
VOOR: De BELGISCHE STAAT, Federale overheidsdienst Financiën, Administratie der Douane en Accijnzen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur der Douane en Accijnzen te Antwerpen, met kantoren te 2000 Antwerpen, Ellermanstraat 21,
eiser tot cassatie, bijgestaan en vertegen-woordigd door Meester Geoffroy de FOESTRAETS, advocaat bij het Hof van Cassatie, en Meester Stefan DE VLEESCHOUWER, advocaat bij de balie te Brussel, beiden kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar keuze van woon-plaats wordt gedaan,
TEGEN: De nv DELI OSTRICH, met maatschappelijke ze-tel te 8750 Wingene, Gravestraat 7B, met ondernemingsnummer 0443.254.465,
verweerster in cassatie,
* * *
Aan de Heren Eerste Voorzitter en Voorzitter, de Dames en Heren Raadshe-ren, leden van het Hof van Cassatie,
* * *
Hooggeachte Dames en Heren,
Eiser heeft de eer het arrest aan Uw toezicht te onderwerpen dat op 4 maart 2014 op tegenspraak werd gewezen door de zesde kamer van het Hof van Beroep te Antwerpen (2013/AR/815).
FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN
Op 22 oktober 2007 diende de nv DHL GLOBAL FORWARDING op het douanekantoor te Antwerpen een aangifte in voor het in verbruik stellen van 660 kartonnen dozen bevroren vlees van kamelen. Op de aangifte was de goederencode 0208 90 95 00 vermeld. Verweerster was de bestemmeling van deze zending.
Bij brief van 12 december 2007 vroeg de nv DHL GLOBAL FORWARDING aan de gewestelijke directeur der douane en accijnzen om de terugbetaling van de invoerrechten ten bedrage van 8.829,35 EUR omdat zij meende dat, gelet op een Australisch veterinair certificaat dat vermeldde dat het vlees afkomstig was van wilde, niet gedomesticeerde dieren, de zending onder de goederencode 0208 90 40 (wild) diende te worden aangegeven, waarvoor een nultarief geldt.
De gewestelijke directeur der douane en accijnzen wees dit verzoek af bij beschikking van 19 februari 2008.
Verweerster stelde administratief beroep in tegen deze beschikking dat door de administrateur der douane en accijnzen bij beslissing van 20 januari 2009 ongegrond werd verklaard.
Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen op 20 april 2009, vorderde verweerster voormelde administratieve beslissingen te vernietigen en eiser te veroordelen tot de teruggave van de betaalde invoerrechten.
De Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen stelde in haar vonnis van 17 november 2010, alvorens verder recht te doen, een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, met name de vraag onder welke tariefcode van invoerrechten vlees van niet in gevangenschap gekweekte kamelen dient te worden ingedeeld.
Bij arrest van 27 oktober 2011 verklaarde het Hof van Justitie voor recht dat:
" De gecombineerde nomenclatuur die bijlage I vormt bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006, moet in die zin worden uitgelegd dat kamelenvlees dient te worden ingedeeld onder postonderverdeling 0208 90 40 als ‘ander vlees van wild', wanneer de kamelen waarvan dat vlees afkomstig is in het wild leefden en er op deze dieren is gejaagd".
De Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen ver-klaarde in haar vonnis van 19 december 2012 de vordering van verweerster ongegrond omdat niet op de kamelen werd gejaagd nu ze niet in hun wilde omgeving werden gedood. Nadat de kamelen gevangen werden genomen, werden ze eerst een tijdlang in kralen gehouden om daarin te "ontstressen" onder verzorging, dit met het oog op het zacht maken van hun vlees.
Verweerster tekende hoger beroep aan tegen deze beslissing bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Antwerpen op 15 maart 2013.
Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de eerste rechter en veroordeelt eiser tot teruggave aan verweerster van de litigieuze invoerrechten. Volgens het Hof van Beroep te Antwerpen moet het kamelenvlees worden gekwalificeerd als "ander vlees van wild" en bijgevolg onder de goederencode 0208 90 40 worden ingedeeld.
ENIG MIDDEL TOT CASSATIE
Geschonden wetsbepalingen:
- de postonderverdelingen 0208 90 40 en 0208 90 95 van de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006;
Bestreden beslissing:
Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van verweerster gegrond, hervormt het beroepen vonnis en verklaart de vordering van verweerster gegrond. Het bestreden arrest oordeelt dat het ingevoerde kamelenvlees kwalificeert als "ander vlees van wild" en bijgevolg dient ingedeeld te worden onder goederencode 0208 90 40. Het bestreden arrest verklaart dienvolgens de vordering van verweerster tot teruggave van invoerrechten gegrond en veroordeelt eiser tot terugbetaling van het bedrag van 8.829,35 EUR, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf 12 december 2007 en de gerechtelijke intresten, meer de gedingkosten in beide aanleggen, zulks op grond van de volgende overwegingen:
" Teneinde te beoordelen of het door (verweerster) ingevoerde bevroren kamelenvlees onder tariefcode 0208 90 40 kan ingedeeld worden, dient derhalve onderzocht te worden of dit vlees afkomstig is van kamelen die in het wild leefden en waarop is gejaagd.
" Zoals de eerste rechter in het tussenvonnis van 16 november 2010 en het Hof van Justitie in het arrest van 27 oktober 2011, stelt het hof vast dat het niet betwist is dat het kamelenvlees in casu afkomstig is van in het wild levende dieren. De betwisting betreft uitsluitend de vraag of het gaat om dieren waarop ‘gejaagd' is.
" De (eiser) stelt dat het niet bewezen is dat het gaat om vlees van kamelen waarop gejaagd is, omdat blijkt dat de kamelen in eerste instantie levend worden gevangen om vervolgens enige tijd in een afgesloten wei te laten staan om te ontstressen en pas nadien geslacht worden.
" Het hof oordeelt dat het weliswaar moet gaan om dieren waarop ‘gejaagd' is, doch dat nergens wordt gesteld dat de dieren tijdens de jacht moeten gedood worden. Nergens wordt enig onderscheid gemaakt tussen jagen op de dieren om ze eerst gevangen te nemen en nadien te doden en jagen op de dieren om ze onmiddellijk te doden.
" Het kan niet betwist worden dat op de dieren moet gejaagd worden om ze te kunnen vangen. Het vlees van in het wild levende dieren kan maar bewerkt, verhandeld en ingevoerd worden, indien op de dieren gejaagd is. De enige manier om de dieren in handen te krijgen is er op jagen (vgl. conclusie van advocaat-generaal A. TRABUCCHI van 28 november 1973 in de zaak 149/73, Witt / Hauptzollamt Hamburg-Ericus: ‘Naar de grondbetekenis van deze term meen ik onder "wild" te moeten begrijpen dieren die, niet individueel doch generiek bezien, in de streek waar zij worden gejaagd normaliter ongetemd en in vrijheid leven, quorum et ipsorum feram esse naturam nemo negat, zodat de jacht in de regel de enige manier is om ze in handen te krijgen'.)
" Het attest dat door NV DHL bij de aangifte IM4 was gevoegd, uitgaande van de bevoegde Australische autoriteiten, gedateerd op 10 september 2007, vermeldt uitdrukkelijk dat het betrokken kamelenvlees afkomstig is van in het wild levende niet gedomesticeerde dieren die werden gedood.
" Het hof oordeelt dan ook dat in casu het kamelen-vlees afkomstig is van kamelen die in het wild leefden en waarop is gejaagd en derhalve dient ingedeeld te worden onder tariefcode 0208 90 40.
" De vordering van (verweerster) tot teruggave van de invoerrechten is dan ook gegrond".
(arrest, p.9-10).
Grieven:
1. Artikel 37 CDW bepaalt dat de in het douanegebied van de Gemeenschap binnengebrachte goederen vanaf het ogenblik waarop zij worden binnengebracht aan douanetoezicht onderworpen zijn. Met het oog daarop dient de invoerder te zorgen voor een aangifte onder de juiste nomenclatuuronderverdeling in de vorm van een cij-fercode, die als basis dient voor de berekening van de verschuldigde invoerrechten.
De nomenclatuur van goederen is vastgelegd in bijlage I van de Verordening (EEG) nr.2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, de Gecombineerde Nomenclatuur genoemd (GN).
2. In deel twee van de Gecombineerde Nomenclatuur bevat Afdeling I, met het opschrift "Levende dieren en producten van het dierenrijk", een hoofdstuk 2, met het opschrift "Vlees en eetbare slachtafvallen".
Post 0208 van dat hoofdstuk luidt als volgt:
"0208 Ander vlees en andere eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren:
[...]
0208 90 - andere
0208 90 10 - - van tamme duiven
- - van wild (met uitzondering van konijnen of van hazen):
0208 90 20 - - - van kwartels
0208 90 40 - - - andere
0208 90 55 - - vlees van robben
0208 90 60 - - van rendieren
0208 90 70 - - kikkerbilletjes
0208 90 95 - - andere".
In onderhavige zaak stelde zich de vraag of vlees van niet in gevangenschap gefokte kamelen moet worden ingedeeld onder postonderverdeling 0208 90 40 van de GN ("ander vlees van wild"), zoals verweerster beweert, dan wel onder de postonderverdeling 0208 90 95 van de GN ("andere"), wat het standpunt is van eiser.
3. Het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet in de regel worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de bewoordingen van de GN en in de aantekeningen op de afdeling of het hoofdstuk zijn omschreven (HvJ, 14 juli 2011, C 196/10, Paderborner Brauerei Haus Cramer, punt 31).
Ook de toelichtingen die de Europese Commissie, overeenkomstig artikel 9, eerste lid, sub a, tweede streepje, en artikel 10 van Verordening nr.2658/87, verschaft op de nomenclatuuronderverdeling zijn belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten (HvJ, 28 oktober 2010, X, C 423/09, punt 16).
De toelichtingen van de Europese Commissie die betrekking hebben op postonderverdeling 0208 90 40 luiden als volgt:
"Tot deze onderverdeling behoren onder meer:
1. van het lopend wild: herten, damherten, reeën, gemzen of klipgeiten (Rupicapra rupicapra), elanden, geitantilopen, antilopen, gazellen, beren en kangoeroes;
2. van het vederwild: wilde duiven, wilde ganzen, wilde eenden, pa-trijzen, fazanten, (hout)snippen, watersnippen, korhoenders, ortolanen en struisvogels.
Vlees en eetbare slachtafvallen van dieren waarop gewoonlijk wordt gejaagd (fazanten, struisvogels, damherten, enz.), blijven ingedeeld als vlees en eetbare slachtafvallen van wild, ook indien deze dieren in gevangenschap zijn opgefokt.
Vlees en eetbare slachtafvallen van rendieren zijn van deze onderverdeling uitgesloten (onderverdeling 0208 90 60). Vlees en eetbare slachtafvallen van bepaalde soorten rendieren (bijvoorbeeld van kariboes) blijven echter hier ingedeeld, voor zover wordt aangetoond dat het vlees of eetbare slachtafvallen betreft van in het wild levende dieren waarop is gejaagd.
Deze onderverdeling omvat geen vlees en eetbare slachtafvallen van wilde konijnen (Oryctolagus cuniculus) of van hazen. Deze vallen onder onderverdeling 0208 10 90." (zie Publicatieblad van de Europese Unie van 28 februari 2006, PB C 50, p. 1).
4. Het Hof van Justitie van de Europese Unie sprak zich in onderhavige zaak reeds uit over de vraag onder welke postonderverdeling het vlees van niet in gevangenschap gefokte kamelen moet worden ingedeeld :
" 25 In casu moet worden vastgesteld dat kamelenvlees niet uit-drukkelijk valt onder de bewoordingen van de posten en postonderverdelingen van de GN en evenmin onder die van de aantekeningen op de afdeling of het hoofdstuk van de GN of van de toelichtingen die betrekking hebben op postonderverdeling 0208 90 40 van de GN.
26 In die toelichtingen wordt immers gepreciseerd dat ‘[v]lees en eetbare slachtafvallen van dieren waarop gewoonlijk wordt gejaagd [...] blijven ingedeeld als vlees en eetbare slachtafvallen van wild, ook indien deze dieren in gevangenschap zijn opgefokt'. Uit die precisering volgt echter niet dat enkel het vlees en de slachtafvallen van dieren waarop gewoonlijk wordt gejaagd onder deze postonderverdeling kunnen worden ingedeeld.
27 Dienaangaande zij eraan herinnerd dat het Hof in punt 3 van zijn arrest van 12 december 1973, Witt (149/73, Jurispr. blz. 1587), over rendiervlees, dat afkomstig kan zijn van wilde of van gedomesticeerde dieren, heeft opgemerkt dat de term ‘wild', opgevat in zijn gewone betekenis, betrekking heeft op diersoorten die in het wild leven en waarop wordt gejaagd.
28 In hetzelfde punt van dat arrest heeft het Hof in wezen aangegeven dat de douane deugdelijk bewijs mag verlangen dat de dieren waarvan het vlees door de importeur als vallend onder de onderverdeling die betrekking heeft op ander vlees van wild is aangegeven, werkelijk als wild zijn te beschouwen, zodat vlees verschillend kan worden ingedeeld naargelang het afkomstig is van wilde dieren of van gedomesticeerde dieren van dezelfde soort.
29 Wat de objectieve kenmerken en eigenschappen betreft op grond waarvan kamelenvlees kan worden ingedeeld onder postonderverdeling 0208 90 40 van de GN, als zijnde ‘ander vlees van wild', dient dus als criterium te gelden de vraag of het vlees waarvan de indeling in geding is, afkomstig is van dieren die in het wild hebben geleefd en waarop is gejaagd. De beantwoording van die vraag is een zaak van de nationale rechter bij wie het geding aanhangig is.
30 In casu blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat partijen in het hoofd-geding niet betwisten dat het betrokken vlees afkomstig is van niet-gefokte kamelen. Bovendien heeft de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen feitelijke gegevens verstrekt die bevestigen dat een groot deel van de kamelenpopulatie in Australië verwilderd is en dat aldaar aan deze populatie regelmatig dieren worden onttrokken om te worden verwerkt tot voedingsmiddel, uit welke gegevens, in voorkomend geval, kan worden afgeleid dat het betrokken vlees afkomstig is van kamelen waarop is gejaagd.
31 Bijgevolg moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat de GN in die zin moet worden uitgelegd dat kamelenvlees dient te worden ingedeeld onder postonderverdeling 0208 90 40 als ‘ander vlees van wild', wanneer de kamelen waarvan dat vlees afkomstig is in het wild leefden en er op deze dieren is gejaagd" (HvJ, 27 oktober 2011, C-559/10).
Uit voormeld arrest volgt derhalve dat er sprake is van (ander vlees van) "wild", wanneer (1) de dieren in het wild leefden en (2) op deze dieren is gejaagd.
5. Wanneer in het wild levende kamelen eerst levend worden gevangen om vervolgens gedurende enige tijd te worden opgesloten teneinde hen te laten "ontstressen", waarbij ze worden verzorgd en gevoed, om pas veel later in een slachthuis te worden gedood, is niet voldaan aan de voor de indeling onder de tariefcode 0208 90 40 van de GN gestelde voorwaarde dat op deze dieren moet zijn "gejaagd".
Van jacht kan immers pas sprake zijn wanneer de dieren tijdens de jacht, in hun wilde omgeving, worden gevangen en gedood (zie Van Dale: "jagen = het jagen, het vervolgen van dieren om die te vangen én te doden").
Het vangen van in het wild levende kamelen om ze nadien gedurende een zekere tijd in een weide te laten "ontstressen" teneinde hun vlees geschikt te maken voor consumptie (vlees van gestresseerde kamelen heeft weinig smaak en is bijgevolg niet geschikt voor de voedingsindustrie), beantwoordt niet aan de definitie van jacht in zijn gebruikelijke en meest natuurlijke betekenis.
Om van jacht te kunnen spreken, volstaat het bijgevolg niet dat op de dieren zonder meer wordt "gejaagd" om ze in handen te krijgen. Het is wezenlijk voor de jacht dat de in het wild levende dieren ook tijdens de jacht en dus "in het wild" worden gedood. Het gedood zijn tijdens de jacht vormt een objectief kenmerk of eigenschap van wild in de zin van tariefcode 0208 90 40 van de GN.
Vlees van in het wild levende kamelen die worden gevangen genomen en tijdens hun gevangenschap worden gevoed en verzorgd, alsook gewoon gemaakt aan mensen en vervolgens, nadat hun vlees geschikt is geworden voor menselijke consumptie, in een slachthuis worden gedood, kan niet als een product van de jacht worden beschouwd.
Waar niet werd betwist dat de kamelen in onderhavige zaak niet tijdens de jacht zelf werden gedood, kon bijgevolg geen sprake zijn van wild in de zin van voormelde tariefcode 0208 90 40, waarvoor een nultarief geldt, en diende het vlees ingedeeld te worden onder de tariefcode 0208 90 95 van de GN ("andere"), waarvoor wel invoerrechten zijn verschuldigd.
6. Indien Uw Hof aan deze uitlegging zou twijfelen, verzoekt eiser Uw Hof dienaangaande een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, luidend als volgt:
" Moet de gecombineerde nomenclatuur die bijlage I vormt bij ver-ordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met be-trekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeen-schappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006, in die zin wor-den uitgelegd dat kamelenvlees dient te worden ingedeeld onder postonderverdeling 0208 90 40 als ‘ander vlees van wild', wanneer de kamelen waarvan dat vlees afkomstig is in het wild leefden en er op deze dieren is gejaagd, zelfs wanneer de dieren niet tijdens de jacht worden gedood maar slechts gevangen genomen om ze vervolgens gedurende een zekere tijd op te sluiten teneinde hun vlees geschikt te maken voor menselijke consumptie, waarbij de dieren worden gevoed en verzorgd en gewoon gemaakt aan men-sen om ze tenslotte, na die ontstressingsperiode, te slachten in een slachthuis?".
7. Hieruit volgt dat het bestreden arrest niet wettig, zonder schending van de wettelijke begrippen "jacht" en "wild" in de zin van de tariefcode 0208 90 40 van de GN, heeft beslist dat het Australische kamelenvlees afkomstig is van kamelen waarop is gejaagd, mitsdien niet wettig heeft beslist dat het kamelenvlees als "ander vlees van wild" dient ingedeeld te worden onder tariefcode 0208 90 40 en dat de vordering van verweerster tot teruggave van de invoerrechten gegrond is (schending van de postonderverdelingen 0208 90 40 en 0208 90 95 van de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006).
Toelichting
Zoals de eerste rechter terecht oordeelde, kan het vlees van de in Australië in het wild levende kamelen enkel als wild in de zin van de tariefcode 0208 90 40 worden beschouwd als de kamelen in het wild en dus tijdens de jacht zelf werden gedood.
Het hof van beroep daarentegen is ervan overtuigd dat het voldoende is dat de dieren tijdens een jacht gevangen worden genomen. Het maakt volgens het hof niet uit dat de kamelen nadat zij gevangen zijn in een wei worden opgesloten, gevoed, gewoon gemaakt worden aan mensen om tenslotte na een lange tijd geslacht te worden in een slachthuis. Het hof meent hiervoor ten onrechte steun te vinden in de conclusie van advocaat-generaal A. TRABUCCHI van 28 november 1973 in de zaak 149/73 (Witt t/ Hauptzollamt Hamburg - Ericus). In die zaak stond nochtans vast dat de dieren in kwestie (kariboes) in Groenland tijdens de jacht waren geschoten. Dit blijkt immers duidelijk uit het arrest in die zaak 149/73:
" 4. Het Finanzgericht overwoog in de verwijzingsbesschikking met name het volgende: Volgens de verklaringen van partijen en met name blijkens de keuringscertificaten die het Deense Ministerie voor Groenland verstrekt is het onderhavige vlees afkomstig van in het wild levende kariboes die tijdens de jacht zijn geschoten".
Enkel wanneer de kamelen tijdens de jacht worden gedood kan het vlees als "wild" worden beschouwd. Dit is immers de meest natuurlijke betekenis van "wild". Doorgaans zal het vlees van wild dan ook hagel bevatten, precies omdat het wild tijdens de jacht werd gedood.
Ook het Directoriaat-generaal XXI van de Europese Commissie is de mening toegedaan dat:
" kamelen niet aan te merken zijn als ‘wild'; dat in het algemeen kan gesteld worden dat op ‘lopend wild' wordt gejaagd ten behoeve van de consumptie en dat in het wild levende kamelen veeleer ge-vangen en getemd worden om te worden ingezet als lastdier; dat gekoeld of bevroren vlees van in het wild levende kamelen dient ingedeeld te worden als ander vlees en andere eetbare slachtafval-len, andere dan van konijnen of van hazen en andere dan kikker-billetjes onder onderverdeling 0208 90 80 van de gecombineerde nomenclatuur; dat deze goederencode 0208 90 80 in het jaar 2007 overeenkomt met de goederencode 0208 90 95 00 van de gecombi-neerde nomenclatuur".
(zie de brief van 29 april 1997 met referte XXI/B-4D (97) common/agricult/1997/docs/camel/doc).
Het staat immers vast dat vlees van kamelen, die tijdens de jacht gedood zijn, eigenlijk niet geschikt is voor menselijk consumptie.
OM DEZE REDENEN,
besluiten voor eiser ondergetekende advocaten, dat het U behage, Hooggeachte Dames en Heren, het bestreden arrest te vernietigen, de zaak en partijen te verwijzen naar een ander hof van beroep, minstens de uitspraak te verdagen in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op de volgende door Uw Hof te stellen prejudiciële vraag:
" Moet de gecombineerde nomenclatuur die bijlage I vormt bij ver-ordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met be-trekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeen-schappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006, in die zin wor-den uitgelegd dat kamelenvlees dient te worden ingedeeld onder postonderverdeling 0208 90 40 als ‘ander vlees van wild', wanneer de kamelen waarvan dat vlees afkomstig is in het wild leefden en er op deze dieren is gejaagd, zelfs wanneer de dieren niet tijdens de jacht worden gedood maar slechts gevangen genomen om ze vervolgens gedurende een zekere tijd op te sluiten teneinde hun vlees geschikt te maken voor menselijke consumptie, waarbij de dieren worden gevoed en verzorgd en gewoon gemaakt aan men-sen om ze tenslotte, na die ontstressingsperiode, te slachten in een slachthuis?",
kosten als naar recht.
Brussel, 8 mei 2015
Geoffroy de FOESTRAETS Stefan DE VLEESCHOUWER