Hof van Cassatie: Arrest van 8 Oktober 1999 (België). RG C990287F

Datum :
08-10-1999
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19991008-7
Rolnummer :
C990287F

Samenvatting :

Het verhaal op de rechter dat meer dan dertig dagen te rekenen van de feiten die tot dat verhaal aanleiding hebben gegeven wordt ingeleid door een ter griffie van het Hof van Cassatie ingediend verzoekschrift, is in de regel niet ontvankelijk.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het arrest, op 28 mei 1999 gewezen door het Hof van Beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling;
Gelet op het verzoekschrift waarbij het verhaal op de rechter is ingeleid (...);
Overwegende dat, luidens artikel 1142 van het Gerechtelijk Wetboek "het verhaal op de rechter, op straffe van verval, wordt uitgeoefend binnen dertig dagen. Deze termijn loopt te rekenen van het feit dat tot het verhaal aanleiding heeft gegeven en, in geval van bedrog of list, van de dag waarop de partij daarvan kennis gekregen heeft";
Overwegende dat uit het verzoekschrift blijkt dat de feiten waarop het gegrond is, hebben plaatsgevonden tijdens het onderzoek van de zaak, dat beëindigd werd door het arrest van 28 mei 1999 van de kamer van inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Bergen;
Overwegende dat, krachtens artikel 1143 van het Gerechtelijk Wetboek, verhaal op de rechter wordt ingeleid door een ter griffie van het Hof van Cassatie in te dienen verzoekschrift, dat de middelen bevat, ondertekend is door de partij of haar bijzonder gemachtigde en vooraf betekend is aan de rechter op wie verhaal is genomen;
Overwegende dat uit het onderling verband tussen de artikelen 1142 en 1143 van het Gerechtelijk Wetboek volgt dat het verzoekschrift waarbij het verhaal op de rechter wordt ingeleid, ter griffie van het Hof van Cassatie moet worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen van de feiten die tot het verhaal aanleiding hebben gegeven; dat het verzoekschrift in casu uiterlijk op 28 juni 1999 ingediend moest worden;
Overwegende dat het verzoekschrift waarbij het verhaal op de rechter is ingesteld, ter griffie van het Hof van Cassatie is ingediend op 30 juni 1999, dus buiten de wettelijke termijn;
Dat het verzoek niet ontvankelijk is;
En overwegende dat er geen grond bestaat om eiser tot schadevergoeding te veroordelen;
OM DIE REDENEN,
Wijst het verzoek af;
Veroordeelt eiser in de kosten.