Hof van Cassatie: Arrest van 9 Juni 1995 (België). RG F930121N

Datum :
09-06-1995
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19950609-1
Rolnummer :
F930121N

Samenvatting :

Artikel 251 WIB (1964) wordt geschonden door het arrest, dat na te hebben vastgesteld dat de belastingplichtige in zijn aangifte in de personenbelasting het bedrag van de bedrijfsuitgaven niet in de daartoe bestemde rubriek heeft ingevuld, oordeelt dat de bijgevoegde bijlagen met opgave van bedrijfsuitgaven integrerend deel uitmaken van het aangifteformulier en dat de administratie de in die bijlage vermelde bedrijfsuitgaven slechts mocht verwerpen na voorafgaande toezending aan de belastingplichtige van een bericht van wijziging van aangifte.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 29 juni 1993 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
Over het middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 214, alinéa 1 en alinéa 3 en 251 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zoals deze van toepassing waren voor het aanslagjaar 1988. Het arrest wordt enkel bestreden in de mate dat het uitspraak doet over de grond van het geschil; het wordt niet bestreden in de mate dat het uitspraak doet over de niet-toekenning van een rechtsplegingsvergoeding,
doordat het bestreden arrest, na te hebben vastgesteld dat appellant (toekomstig verweerder) in zijn aangifte melding heeft gemaakt van zijn bezoldigingen als arbeider en als voetballer en dat op het gebruikelijk aangifteformulier de rubriek 256 "Andere bedrijfsuitgaven (enkel in te vullen indien U geen toepassing wenst van het wettelijk forfait)" oningevuld was alhoewel appellant bij zijn aangifte een bijlage heeft gevoegd houdende opgave van zijn "in 1987 in verband met de als inkomsten van voetballer gemaakte kosten" beslist dat de bij de aangifte gevoegde bijlage integrerend deel uitmaakt van die aangifte en de aanslag nietig verklaart omdat de administratie de door appellant ingediende aangifte heeft gewijzigd zonder een geldig bericht van wijziging overeenkomstig artikel 251 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen aan appellant toe te zenden hetgeen nochtans een substantiële formaliteit uitmaakt,
terwijl het aangifteformulier in de personenbelasting van het aanslagjaar 1988 waarvan het model overeenkomstig artikel 214, alinéa 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bij koninklijk besluit van 29 februari 1988 (Belgisch Staatsblad van 5 maart 1988) werd vastgesteld, voor wat betreft de bedrijfslasten beoogd in de rubriek 256 voorkomende op de bladzijde 6 van dit aangifteformulier de belastingplichtige uitnodigt om die rubriek 256 "in te vullen indien hij geen toepassing wenst van het wettelijk forfait" maar geenszins vraagt om een opgave houdend detail van de bedrijfslasten bij het aangifteformulier te voegen derwijze dat bedoelde opgave van de bedrijfslasten waarvan de overlegging in dit aangifteformulier niet wordt gevraagd luidens artikel 214, alinéa 1 van hetzelfde wetboek geen integrerend deel kan uitmaken van dit aangifteformulier, waaruit volgt dat indien in de rubriek 256 van het aangifteformulier geen cijfer is vermeld - zelfs indien een bijlage houdend vermelding van het detail van de bedrijfslasten bij het aangifteformulier is gevoegd de taxatieambtenaar gerechtigd is de aanslag te vestigen op de bedragen en andere gegevens vermeld in het aangifteformulier zelf en niet gehouden is alvorens de aanslag te vestigen een bericht van wijziging van aangifte te verzenden, zodat het bestreden arrest artikel 241, alinéa 1 en alinéa 3 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen miskent door te beslissen dat de bijlage met betrekking tot het detail van de lasten integrerend deel uitmaakt van het aangifteformulier en eveneens artikel 251 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen schendt door te beslissen dat de aanslag niet mocht worden gevestigd zonder voorafgaandelijk een bericht van wijziging van aangifte te verzenden nu laatstvermeld artikel slechts aan de aanslagambtenaar de verplichting oplegt om een bericht van wijziging te verzenden indien hij wil afwijken van de inkomsten en andere gegevens vermeld in het regelmatig ingediende aangifteformulier en van de gegevens vermeld in de bescheiden, opgaven en inlichtingen die krachtens artikel 214, alinéa 3 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen integrerend deel uitmaken van dit aangifteformulier :
Overwegende dat, krachtens artikel 214, alinéa 1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1964), de aangifte wordt gedaan op een formulier waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld; dat, volgens artikel 214, alinéa 3, van dit wetboek, de bescheiden, opgaven en inlichtingen waarvan de overlegging in het formulier wordt gevraagd, een integrerend deel van de aangifte vormen en moeten worden bijgevoegd;
Overwegende dat voor het aanslagjaar 1988 het formulier werd vastgesteld bij koninklijk besluit van 29 februari 1988; dat het aldus door de Koning vastgestelde formulier in de rubriek 256 voor de bedrijfsuitgaven vermeldt : "in te vullen indien hij geen toepassing wenst te maken van het wettelijk forfait";
Overwegende dat het arrest vaststelt : 1. dat verweerder bedrijfsinkomsten als arbeider en als voetballer heeft aangegeven; 2. dat verweerder de rubriek 256 van het formulier voor de aangifte in de personenbelasting van het aanslagjaar 1988 niet heeft ingevuld; 3. dat verweerder bij het formulier een bijlage heeft gevoegd met "de bedrijfsuitgaven als voetballer"; 4. dat eiser de in de bijlage opgegeven bedrijfsuitgaven als onbestaande heeft verworpen, zonder aan verweerder het bij artikel 251 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1964) vermelde bericht van wijziging te hebben gestuurd;
Overwegende dat het arrest, op grond van die vaststellingen, niet wettig kon oordelen dat de bijlagen met betrekking tot de bedrijfsuitgaven een integrerend deel uitmaken van het formulier en dat eiser de in die bijlage vermelde bedrijfsuitgaven slechts mocht verwerpen nadat hij verweerder met "geldig bericht van wijziging overeenkomstig art. 251 WIB "in kennis had gesteld van de verwerping van de aangegeven bedrijfsuitgaven;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit de voorziening toelaatbaar verklaart;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent.