Hof van Cassatie: Arrest van 9 Oktober 1996 (België). RG P960444F

Datum :
09-10-1996
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19961009-6
Rolnummer :
P960444F

Samenvatting :

Wanneer de behandeling van een zaak ter zitting van de correctionele rechtbank regelmatig is begonnen door een daartoe bevoegd alleenrechtsprekend rechter, grondt de rechter, die ter vervanging van de eerste rechter werd aangewezen om de zaak verder te behandelen en erover uitspraak te doen, zijn overtuiging wettig op de reeds uitgevoerde onderzoeksopdrachten, nu hij alle debatten over de zaak heeft bijgewoond.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 26 februari 1996 door het Hof van Beroep te Brussel gewezen;
A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de strafvordering :
Over het middel : schending van de artikelen 2 en 779, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek,
doordat het bestreden arrest, met bevestiging van het beroepen vonnis, de tenlastelegging van slagen en verwondingen door onvoorzichtigheid toegebracht aan D. M... en E. V.B... bewezen verklaart, eiser veroordeelt tot een boete van 200 frank en hem in de kosten van de strafvordering verwijst; dat het hem tevens voor de duur van vijftien dagen vervallen verklaart van het recht om een motorrijtuig te besturen, en doordat het arrest eiser jegens de burgerlijke partij veroordeelt in de kosten van het hoger beroep, met name op grond : "dat de eerste rechter de toedracht van het ongeval van 3 oktober 1992 correct heeft uiteengezet en zowel de opeenvolgende verklaringen van (eiser) en de getuige V.B... als de bevindingen van de deskundige L... (pagina 2 van het bestreden vonnis) correct heeft samengevat; ... dat (eiser) geenszins heeft aangevoerd... dat hij het rechter voorportier heeft willen sluiten...; dat bovendien de getuige V.B... evenmin van dat gegeven gewag heeft gemaakt, noch in zijn verklaring die de dag zelf van het ongeval werd opgetekend, noch op het formulier dat hij vervolgens aan de verzekeringsmaatschappij W... heeft gezonden; dat die getuige... bovendien preciseerde dat hij (eiser) de bewuste handeling niet heeft zien uitvoeren; dat laatstgenoemde precisering en het feit dat de verklaringen met elkaar overeenstemmen alle geloofwaardigheid ontnemen aan de latere verklaringen van (eiser) en aan de versie die de getuige op niet tegensprekelijke wijze heeft gegeven ten overstaan van de aangestelde van beklaagdes verzekeringsmaatschappij ...",
terwijl het beroepen vonnis op 13 juni 1995 is gewezen door de 43ste kamer van de Correctionele Rechtbank te Brussel, waar mevrouw Bettens zitting hield als alleenrechtsprekend rechter; zij eveneens zitting had gehouden op de terechtzitting van 15 mei 1995, waarop de beklaagde (thans eiser) was ondervraagd, het openbaar ministerie in zijn vordering en de beklaagde, de burgerlijke partijen en de tussenkomende partij, het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds in hun pleidooien waren gehoord, en de conclusies van de partijen waren neergelegd; evenwel op de zitting van 13 juni 1994 van diezelfde kamer van de Correctionele Rechtbank te Brussel de heer Dewolf zitting hield als alleenrechtsprekend rechter; het proces-verbaal van die zitting onder meer vermeldt dat de raadsman van beklaagde "een stuk neerlegt", dat "akte wordt verleend van de burgerlijke partijstelling van M.D..., M.F.., en S..., dat de vorderingen, middelen en conclusies van de burgerlijke partijen uiteengezet worden door Meester D..., advocaat" en dat "hij twee nota's neerlegt"; datzelfde proces-verbaal de verklaringen bevat van de burgerlijke partij, D.M..., "gehoord ter informatie", en van de beklaagde; het proces-verbaal van de terechtzitting van de correctionele rechtbank van 15 mei 1995 weliswaar vermeldt dat de debatten ab initio zijn hervat, maar het beroepen vonnis, in plaats van hiervan gewag te maken, melding maakt van de verklaringen die de beklaagde op de terechtzitting van 13 juni 1994 heeft afgelegd ("Overwegende dat de beklaagde op 13 juni 1994 door diezelfde rechtbank gehoord is en dat hij verklaard heeft dat ...; dat hij hieraan heeft toegevoegd dat...; dat hij voorts nog gepreciseerd heeft dat...") en noch het door de raadsman van beklaagde op die terechtzitting neergelegde stuk, noch de voor de burgerlijke partijen neergelegde nota's, noch het relaas van de verklaringen van de burgerlijke partij D.M... uit
de debatten heeft geweerd; uit dat vonnis blijkt dat de rechter Bettens niet alle zittingen over de zaak heeft bijgewoond; voornoemd vonnis bijgevolg nietig is krachtens het in strafzaken toepasselijke artikel 779, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek; het bestreden arrest de nietigheid van het bestreden vonnis heeft overgenomen door dat vonnis te bevestigen en zijn beslissing met name te gronden op de samenvatting die de eerste rechter heeft gemaakt van de door eiser op de zitting van 13 juni 1994 afgelegde verklaringen en op een op die zitting neergelegd stuk, namelijk het formulier dat de getuige V.B... aan de maatschappij W... heeft gezonden (stuk 24 van het dossier van de correctionele rechtbank) :
Overwegende dat, enerzijds, de burgerlijke of tot tussenkomst opgeroepen partijen hun hoedanigheid niet verliezen en zich niet opnieuw burgerlijke partij moeten stellen of opnieuw moeten tussenkomen, indien het geding achteraf wordt hervat voor de anders samengestelde rechtbank; dat, anderzijds, wanneer de behandeling van een zaak ter zitting van de correctionele rechtbank regelmatig is begonnen door een alleenrechtsprekend rechter die daartoe bevoegd is, de rechter, die ter vervanging van de eerste rechter werd aangewezen om de zaak verder te behandelen en erover uitspraak te doen, zijn overtuiging wettig op de reeds uitgevoerde onderzoeksopdrachten kan gronden, nu hij alle debatten over de zaak heeft bijgewoond;
Overwegende dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 mei 1995 blijkt dat de correctionele rechtbank werd voorgezeten door de rechter Bettens; dat beklaagde is gehoord, dat de raadslieden van beklaagde en van de burgerlijke partijen gepleit hebben en een conclusie hebben neergelegd, dat een dossier is neergelegd door de burgerlijke partijen en dat het openbaar ministerie gevorderd heeft, waarna de rechtbank de zaak in beraad heeft genomen en ze voor uitspraak heeft verdaagd tot de zitting van 13 juni 1995; dat het vonnis op die datum werd uitgesproken door een rechter die zitting had gehouden op de terechtzitting van 15 mei 1995;
Overwegende dat de zaak op 15 mei 1995 in haar geheel opnieuw werd behandeld voor de rechter die het vonnis heeft gewezen, zodat het zonder belang is dat op 13 juni 1994 akte is verleend van de burgerlijke partijstellingen en van de vrijwillige tussenkomst van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, dat de beklaagde en een getuige zijn gehoord, dat de burgerlijke partijen hebben gepleit en twee nota's hebben neergelegd voor de anders samengestelde rechtbank;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
B. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen :
Overwegende dat eiser afstand doet van zijn voorziening;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiser in de kosten.