We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.

Commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence et aux sauveteurs occasionnels: Décision du 13 janvier 2009 (Belgique). RG M80126/5882

Datum :
13-01-2009
Taal :
Frans
Grootte :
5 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel F-20090113-17
Rolnummer :
M80126/5882

Samenvatting :

Sommaire 1

Beslissing :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

(...)

I. Feiten

Uit de stukken blijkt dat verzoekster in de periode van 1993 tot en met 1995 seksueel misbruikt werd door de toenmalige vriend van haar moeder.

"Als volwassen man, die een gezagspositie had over zijn slachtoffer, maakte beklaagde misbruik van de naïviteit van een minderjarige om zijn seksuele lusten te voldoen. Hij bracht hierbij mogelijks onherstelbare schade toe aan de morele, fysische en seksuele integriteit van het slachtoffer.

De aard van de verwerpelijke feiten, de duur en de frequentie van de feiten, de wijze waarop beklaagde beschadiging toebracht aan het slachtoffer, waarbij hij er niet voor terugdeinsde zijn slachtoffer alcoholische dranken en verdovende middelen te verschaffen om haar willoos te maken, tonen de gevaarlijke geestesgesteldheid aan van de dader." (vonnis)

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis d.d. 20 januari 1997 van de Correctionele rechtbank te ... werd Z. (geboren op 22 oktober 1965, metselaar) veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar wegens:

A. Op diverse niet nader te bepalen tijdstippen herhaaldelijk, in de periode van september 1993 t.e.m. 4 februari 1995, te ..., ... en bij samenhang te ..., de misdaad die beschouwd wordt als zijnde verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, door een daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van een kind dat de volle leeftijd van veertien jaar niet heeft bereikt met de omstandigheid dat de schuldige behoort tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben.

B. Op diverse niet nader te bepalen tijdstippen herhaaldelijk, in de periode van september 1993 t.e.m. september 1995, te ..., ... en bij samenhang te ..., aanranding van de eerbaarheid of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud op het ogenblik van de feiten met de omstandigheid dat de schuldige behoort tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben.

C. Op diverse niet nader te bepalen tijdstippen herhaaldelijk, in de periode van 5 februari 1995 t.e.m. september 1995, te ... en te ..., de misdaad die beschouwd wordt als zijnde verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, door een daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt, toestemming met name er niet zijnde wanneer de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list of mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of geestelijk gebrek van het slachtoffer, de misdaad gepleegd zijnde op de persoon van een minderjarig kind boven de volle leeftijd van veertien jaar en beneden die van zestien jaar met de omstandigheid dat de schuldige behoort tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben.

...

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot het betalen van een provisie van 1 frank en werd er een deskundige aangesteld.

II-2. Bij arrest d.d. 12 mei 1997 van het Hof van beroep te ... werd het bestreden vonnis bevestigd, maar werd de beklaagde vrijgesproken van tenlastelegging E (verschaffen van verdovende middelen aan een minderjarige) en werd de gevangenisstraf herleid tot vijf jaar.

Tegen dit arrest werd geen rechtsmiddel aangewend.

II-3. Bij vonnis d.d. 12 maart 2004 van de Correctionele rechtbank te ... werd Z. veroordeeld tot het betalen van 9.000 euro meer de intresten aan de verzoekster en werd er voorbehoud verleend voor de toekomstige noodzakelijke psychotherapeutische kosten.

II-4. Bij arrest d.d. 26 september 2005 van het Hof van beroep te ... werd Z. veroordeeld tot het betalen van 13.000 euro meer de intresten en de kosten.

III. Medische gevolgen

Deskundig verslag van Dr. Emmanuël Nelis d.d. 8 oktober 1996:

"2. Samenvatting van de kinder- en jeugdpsychiatrische onderzoeksgegevens.

2.1. Ontwikkelingsanamnese: Jessica is enig kind van moeder en Mr. Y., vrachtwagenchauffeur. Moeder ging met Jessica van vader weg in 85. Moeder geeft daarbij als reden frequent geweld van vader op haar aan. Jessica herinnert zich nog het weggaan van vader als een traumatische gebeurtenis, waarbij mensen uit de buurt stonden te kijken. Moeder bleef met Jessica alleen gedurende een drietal jaar. Moeder zou twee niet samenwonende relaties gehad hebben. Rond de leeftijd van 8 zou een vriend van moeder een positieve indruk maken op Jessica. Ze blijft hem nog missen als mogelijke figuur waar ze vaderlijke verwachtingen in had gesteld. Het samenwonen met Z. begon in 92. De schoolcarrière verliep in aanvang zonder veel problemen: na lager onderwijs ging ze naar de middelbare school: 2 jaar handel, daarna 3e TSO hotel. In 1e en 2e TSO zou ze herhaaldelijk flauw vallen op school, waarvoor meerdere artsen werden geraadpleegd. In het 3e jaar faalde ze, ze herneemt momenteel dit 3e jaar. In de zomervakantie vertelde ze haar verhaal aan moeder, na aan een vroegere schoolvriendin te hebben verteld.

...

3. Als antwoord op de tweede opdracht meen ik:

- dat in december 94 voor het eerst vaginale penetratie plaats vond, ook eenmaal oraal, telkens waarschijnlijk zonder ejaculatie.

- Dat voor die tijd Jessica betrokken werd in seksuele activiteiten, gaande van zich naakt tonen, zich masturberen, handelingen stellen die Z. tot een orgasme konden brengen. Ik kan de precieze aanvang niet achterhalend, wellicht in het 1e jaar middelbaar onderwijs: 93-94.

- Dat er niet duidelijk van fysieke dwang sprake is. De relatie met Z. werd wel mede door angst en fysiek geweld bepaald, doch niet in onmiddellijke aansluiting of verband met de seksuele contacten.

- Er is wel duidelijk morele dwang, en wel op meerdere vlakken: in de eerste plaats dreigde Z. rechtstreeks ‘dingen te doen waar ze niet goed van zou zijn'; in de eerste plaats maakte hij misbruik van z'n stiefvaderlijke positie, en vooral van haar verlangen met een vaderfiguur een relatie te kunnen ontwikkelen. Dit verlangen komt in Jessica's levensloop meermaals terug, met herhaling van verlies. De hoop zich als kind ‘veilig te kunnen toevertrouwen aan een vader, werd misbruikt en misgeïnterpreteerd naar een volwassen relatie-inhoud. Toen Jessica steeds verder in een volwassen relatie werd gedrongen nam ze steeds duidelijker moeders plaats in. Dat maakte een weg terug door moeder ter hulp te roepen steeds moeilijker, het zou moeder erg kwetsen: ze wou moeder sparen. Door moeder niet in te lichten hoopte ze vader én moeder te kunnen behouden. Een hoop die verklaart dat ze na de reis naar de Ardennen zich nog verder liet leiden om met Z. contact toe te laten, zelfs na zijn scheiding van moeder.

- Mijns inziens werd inderdaad vaginale penetratie verricht door de dader.

4. Als antwoord op de derde opdracht:

...

Samengevat: er blijven tekenen van een post-traumatische stress-stoornis met dissociatieve ervaringen, depressiviteit, angst en herbeleving. In de actuele schoolse situatie is reeds een onderpresteren waar te nemen, waarvan de gehele ontwikkeling rond de feiten zelf en de zaak die eruit voortvloeit duidelijk oorzakelijk zijn.

Deskundig verslag van Dr. Decorte Stefaan d.d. 24 maart 2002:

"Besluiten en voorstellen:

In antwoord op de door u gestelde vragen kunnen wij voortgaande op de bovenstaande bevindingen besluiten tot een nog zeer manifeste resttoestand die kan worden toegeschreven aan de gepleegde feiten.

Zij uit spontaan klachten die typisch zijn voor een traumatisch beleefde seksuele abuse door een bekende met een gezagsfunctie.

Antwoord op de gestelde vragen:

1. Welke zijn de gevolgen van de door beklaagde bewezen gepleegde misdrijven op het gedrag en de persoonlijkheid van het slachtoffer?

We vinden bij haar klinisch de typische kenmerken van incest-survivors:

- Er zijn momenten geweest van lichamelijk ziek zijn.

- Er is nog sprake van schuldbeleving.

- Er is nog steeds angst voor de mogelijkheid dat de feitpleger haar opnieuw zou benaderen.

- Er is duidelijk sprake van depressieve gedachten en gevoelens.

- Haar Self-Identity/Self-esteem is mank ontwikkeld.

- Er is nog een zeer uitgesproken boosheid.

- Er is grote moeite met het vertrouwen van de omgeving.

- Er is een duidelijke rol-grens-verwarring.

- Er is rouw.

- Er is verwarring met betrekking tot haar eigen macht en haar controlegevoel.

- Haar sociale vaardigheden waren inadequaat.

- Het familiaal script is verstoord.

- Er zijn problemen op het vlak van de seksuele intimiteit.

- Zelf-destructief gedrag of ontsnappingsgedrag uit derealisaties komt nog vrij frequent voor.

- Er is een evolutie opgetreden naar en borderline-persoonlijkheid.

- Er treden nog vrij frequent dissociatieve momenten op.

- Er treden herbelevingen op.

- Er treedt vermijdingsgedrag op.

Het geheel wijst op enerzijds zeer typische restverschijnselen van seksueel misbruik, op lange termijn effecten van incest, maar anderzijds ook op een pathologische evolutie in de richting van een borderline-persoonlijkheid met nog frequente dissociatieve momenten.

Deze toestand kan als ernstig verstorend worden beschouwd voor en normaal welbevinden en een normale familiale, relationele en professionele integratie.

...

2. Welke zijn de mogelijke gevolgen op haar gedrag en persoonlijkheid in de toekomst?

Er mag verondersteld worden dat het hierbij, zeker gezien de evolutie op het vlak van haar persoonlijkheid, om een vrij stabiel gegeven gaat, dat zij voor de rest van haar dagen zal meedragen. Naar de toekomst toe zullen de bovenstaande problemen blijven voorkomen. We weten dat die meestal nog iets afnemen, naarmate deze vrouwen ouder worden en hun feitpleger overleven. De problemen zullen niet steeds even heftig meer aanwezig zijn, maar ze zullen naar alle waarschijnlijkheid hun kop opsteken in crisissituaties, transitiefasen, naar aanleiding van traumatische gebeurtenissen (zoals nieuwsberichten), die haar niet eens persoonlijk moeten aangaan.

3. Welke fysieke en/of arbeidsongeschiktheid is er gebeurlijk voortgevloeid uit de gepleegde feiten?

Het spreekt voor zich dat wij geen uitspraak kunnen doen in verband met de fysieke resttoestand van betrokkene.

Inzake haar psychische resttoestand menen we dat er rekening moet gehouden worden met een borderline-evolutie in haar persoonlijkheid (Art. 654 van de OBSI) op basis van het doorgemaakte trauma, waarvan de weerslag zich doorheen haar hele levensloop en -patroon kan doen gelden en ondermeer gepaard gaat met dissociaties, angsten, stemmingsstoornissen, woede, vermijdingsgedrag, herbeleving van het doorgemaakte, die gepaard gaan met een diffuse sympatose met orthosympatisch overwicht (hyperemotiviteit, opvliegendheid, aanvallen van hartkloppingen, ...), waarvoor kan verwezen worden naar Art. 644 van de OBSI.

Er is een weerslag te verwachten op haar beroepsloopbaan en op haar verdienvermogen. Waar het verlies van een schooljaar ons niet onmiddellijk verdedigbaar voorkomt, heeft ze in die periode zeker een belangrijke meerinspanning moeten doen. In elk geval zal zij een concurrentiële minderwaarde hebben door het feit dat zij een aantal werksituaties (die als bedreigend worden ervaren) niet zal aankunnen of aandurven en zal zij in de wel toegankelijke werksituaties steeds een zekere meerinspanning moeten doen.

4. Welke zijn de maatregelen noodzakelijk om de schade voor het slachtoffer, op heden en in de toekomst, te beperken en/of ongedaan te maken?

We menen dat curatieve psychotherapie een langdurig proces betreft, die voor de vastgestelde afwijking eerder in een gespecialiseerd centrum voor jong-volwassenen en adolescenten met deze persoonlijkheidsstructuur zou moeten doorgaan dan wel op ambulante basis. We denken aan de Sint-Jozef kliniek in .... Op ambulante basis zien we mogelijkheden in een langdurige psychotherapie (3 à 5 jaar met wekelijkse sessies), maar uit ervaring weet ik dat dit voor de meesten moeilijk vol te houden is, aangezien ze vanuit hun probleem juist neigen tot vermijding.

Het komt mij daarom zinvoller voor kortdurende psychotherapeutische tussenkomsten te voorzien op transitiemomenten en/of op momenten dat er tekenen van decompensatie zouden voorkomen.

We stellen voor een blijvende psychische schade te voorzien van 15 à 20%.

Inzake haar arbeidsvermogen zal de economische schade o.i. vergelijkbaar zijn omdat instabiliteit van haar arbeidsgeschiedenis kan verwacht worden, omdat er allicht episodes van ongeschiktheid gaan optreden, omdat er een vermindering is van het concurrentieel vermogen en omdat ze steeds een meerinspanning zal moeten doen."

IV. Financiële middelen en schadeloosstelling

Tot oktober 2007 werd door de dader 5.001,10 euro betaald aan de moeder van de verzoekster.

Verzoekster beschikt niet over een verzekering die kan tussenkomen in de geleden schade.

V. Begroting van de schade door de verzoekster

De verzoekster vordert volgende bedragen

gevorderd

Verlies schooljaar euro 3.718,00

Weerslag op beroepsloopbaan euro 20.000,00

Morele schade euro 20.000,00

TOTAAL euro 40.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1 van de wet van 1 augustus 1985. Intresten zijn niet opgenomen in deze limitatieve opsomming en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding. Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Deze zienswijze van de Commissie werd trouwens bevestigd door het arrest nr. 165.787 d.d. 12 december 2006 van de Raad van State.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten, met de jeugdige leeftijd van de verzoekster op het moment van de feiten, met de duur ervan, met het feit dat zij gepleegd werden door een persoon die gezag over haar had, namelijk de vriend van haar moeder en met de daardoor door de verzoekster geleden schade zoals zij blijkt het neergelegde dossier en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster naar billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

VII. Begroting van de hulp door de Commissie

De Commissie meent de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op euro 25.000,00.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van 25.000,00 euro.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 13 januari 2009.

De secretaris a.i., De voorzitter,

P. VERHOEVEN C. DELESIE