Arbeidshof: Arrest van 16 November 2004 (Brussel). RG 44590

Datum :
16-11-2004
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20041116-1
Rolnummer :
44590

Samenvatting :

xxx1. De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 tot instelling van het recht op ouderschapsverlof voorziet niet in een berekeningswijze voor de opzeggingsperiode en voor de bijkomende vergoeding zodat hieromtrent het gemeen recht inzake arbeidsovereenkomsten, meer bepaald de Arbeidsovereenkomstenwet, van toepassing is. Wordt de duur van de opzeggingstermijn ingevolge het arrest van het Arbitragehof van 20 april 1999 berekend op basis van een voltijdse tewerkstelling, het bedrag van de vergoeding dient dan weer wel berekend te worden op basis van de deeltijdse tewerkstelling zoals die bestond op het ogenblik dat de opzegging gegeven werd. Het toepasselijke loon, in de zin van artikel 39 van de Arbeidsovereenkomstenwet, is datgene waarop de werknemer recht had op het ogenblik dat de opzegging hem betekend werd. Er mag dus geen rekening gehouden worden met het feit dat de bediende later, meer bepaald iets later dan het tijdstip waarop de opzegging gegeven werd, zijn arbeidsprestaties weer voltijds zou uitoefenen. 2. Een bediende die ouderschapsverlof nam en ontslagen werd om redenen inherent aan de vastgestelde herstructurering van de onderneming, werd ontslagen om redenen die geen uitstaans hebben met haar ouderschapsverlof.

Arrest :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.