Arbeidshof: Arrest van 17 Februari 2015 (Brussel). RG 2014/AB/331
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20150217-9
- Rolnummer :
- 2014/AB/331
Samenvatting :
GERECHTELIJK RECHT Hoger beroep - vonnis vooraleer recht te doen - belang. De omstandigheid of een onderzoeksmaatregel al dan niet is uitgevoerd, doet niets af aan de beoordelingsbevoegdheid van de rechter in beroep. Deze kan op eigen gronden een onderzoeksmaatregel bevelen, die zelfs gedeeltelijk kan samen sporen met een door de eerste rechter aan de deskundige toevertrouwde opdracht. Hij kan evenzeer het bestreden vonnis geheel of gedeeltelijk hervormen en de onderzoeksmaatregel behouden. Deze mogelijkheden zullen hun gevolg hebben op de onderscheiden toepassing van art. 1068 Ger, maar hieruit volgt meteen dat een appellant belang heeft om zodanig beroep in te leiden en dat dergelijk beroep niet zonder voorwerp is. Een vonnis ‘alvorens recht te doen' is een tussenvonnis dat strekt tot voorbereiding van de grond van de zaak. Een dergelijk vonnis houdt geen beslissing in omtrent enig geschilpunt. Het put de rechtsmacht van de rechter niet uit en heeft geen gezag van gewijsde. Dit brengt met zich dat de argumentatie van partijen over de ontvankelijkheid en gegrondheid van de ingestelde vordering voor de beoordeling van de beroepsgrieven tegen het tussenvonnis niet ter zake is; in geval van terugwijzing naar de eerste rechter dient de zaak immers daar te worden verdergezet; deze argumenten kunnen wel aan de orde komen wanneer het hof de zaak aan zich zou trekken op grond van art. 1068 Ger. W. Deskundigenonderzoek - opdracht De rechter draagt zijn rechtsmacht niet over wanneer hij een deskundige aanstelt met de opdracht de voor de oplossing van een geschil noodzakelijke materiële en boekhoudkundige gegevens te verzamelen en de berekeningen van partijen waarover de betwisting handelt na te zien. De devolutieve werking van het hoger beroep - Art 1068 Gerechtelijk Wetboek Kosten van de rechtspleging -Art 1017,1° Gerechtelijk Wetboek. Op grond van art. 1068 Ger. W. maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep. De beslissing waarbij de rechter in hoger beroep uitspraak doet over de principiële gegrondheid van de vordering in hoger beroep, de aanstelling van de gerechtsdeskundige bevestigt en de zaak terugverwijst naar de eerste rechter voor verdere afhandeling is een eindbeslissing, zodat op grond van art. 1017, 1° Ger. W. over de vereffening van de gerechtskosten in graad van hoger beroep moet worden beslist.
Arrest :
De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.