Arbeidshof: Arrest van 19 April 1993 (Brussel). RG 26803

Datum :
19-04-1993
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19930419-5
Rolnummer :
26803

Samenvatting :

Overeenkomstig artikel 35, 1° lid en artikel 36 alinéa 1, 1° en 2° lid Arbeidswet mogen werkneemsters geen nachtarbeid verrichten tussen 20 uur en 6 uur. De Koning kan evenwel toestaan dat nachtarbeid, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, wordt verricht in bepaalde bedrijfstakken, bedrijven of beroepen, voor het uitvoeren van bepaalde werken of voor bepaalde categorieën van werkneemsters. Overeenkomstig het K.B. van 24.12.1968 en artikel 2 K.B. 10.2.1965 mogen slechts die personen die uitdrukkelijk in artikel 2 K.B. 10.2.1965 genoemd zijn nachtarbeid verrichten. Het betreft werkneemsters die met een leidende funktie of met een vertrouwenspost zijn bekleed in de particuliere sector van 's lands bedrijfsleven. Als dusdanig worden beschouwd de personen belast met de controle- of inspectieopdrachten, welke geheel of gedeeltelijk buiten de normale werkuren uitgeoefend moeten worden. Hieruit wordt afgeleid dat werkneemsters binnen het bedrijf van hun werkgever belast met de controle- en inspectieopdrachten nachtarbeid mogen verrichten. Dit is echter slechts in zoverre toegelaten wanneer deze opdrachten geheel of gedeeltelijk buiten de normale werkuren moeten worden uitgeoefend.De werkneemsters (veiligheidsagenten) van een bewakingsfirma kunnen niet worden beschouwd als de personen belast met de controle- en inspectieopdrachten in het bedrijf van hun werkgever. De werkgever diende het verbod op nachtarbeid te respecteren. Daar de feiten zich in februari 1991 afspeelden zou de werkgever zich op dat ogenblik nog niet kunnen beroepen op het arrest " Stoeckel " om zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid te ontlopen. Dit arrest werd uitgesproken op 25.7.1991 en achtte het verbod van nachtarbeid voor vrouwen strijdig met de Europese richtlijn 76/207 dat gelijke behandeling voor mannen en vrouwen en dus ook tot het presteren van nachtarbeid vooropstelt. (Europees Hof van Justitie, 25.7.1991, Sociaalrechtelijke Kronieken 1991, blz. 385). Daar de werkweigering gesteund is op het verbod van nachtarbeid voor vrouwelijke werknemers en de werkgever in strijd met de wettelijke bepalingen dit verbod negeerde, bewijst de werkgever de ongerechtvaardigde werkweigering niet. Er kan geen dringende reden worden weerhouden.

Arrest :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.