Artikel 128, alinéa 1, 4°, van het Werkloosheidsbesluit stelt dat wanneer de werkloze gedurende zijn werkloosheid een nevenactiviteit uitoefent, hij maar zijn recht op uitkeringen behoudt als hij die activiteit reeds vóór zijn werkloosheid heeft uitgeoefend.
Hierbij wordt niet vereist dat die activiteit ook zou hebben bestaan bij de aanvang van de werkloosheid.
Arrest :
De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.