Arbeidshof: Arrest van 30 Juni 1995 (Brussel). RG 26.579

Datum :
30-06-1995
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19950630-2
Rolnummer :
26.579

Samenvatting :

Loonbriefjes kunnen op zich niet gelden als bewijs van het bestaan van de arbeidsovereenkomst. Zelfs wanneer aangenomen wordt dat loonfiches niet de waarde hebben van een akte zoals vermeld in art. 1341, 1° zin B.W., vertonen zij nochtans een specifieke bewijswaarde in het kader van de sociale zekerheidsreglementering. Immers de aangifte door de werkgever, waarvan de loonfiche een weerslag is, aan de R.S.Z. bepaalt het recht op sociale zekerheidsuitkeringen van een werknemer (zie o.a. art. 1, §1, 1° lid en 5 W. 27.6.1969; art. 38, §2, W. 29.6.1981). Tengevolge de aangifte aan de R.S.Z. en het betalen van sociale zekerheidsbijdragen zou uit de aangifte inderdaad kunnen worden afgeleid dat een persoon als werknemer verbonden is met een arbeidsovereenkomst, vermits de Wet van 27.6.1969 enkel toepasselijk is op de werknemers en de werkgevers die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden, behoudens de wettelijk bepaalde uitbreidingen (art. 1, 1e alinea en art. 5 W. 27.6.1969). Er moet evenwel op gewezen worden dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid toeziet op de realiteit van de onderwerping. Wanneer zij van oordeel is dat het bestaan van een arbeidsovereenkomst niet bewezen is, kan de onderwerping worden geweigerd, zelfs wanneer er sociale zekerheidsbijdragen werden betaald. Nu niet wordt betwist dat de inhoud van de loonfiches niet beantwoordt aan de realiteit en geen andere overtuigende gegevens worden aangereikt, die het bestaan van een arbeidsovereenkomst waarschijnlijk maken, kunnen zij, in acht genomen hogervermelde overwegingen, op zich geen aanwijzing geven omtrent het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen de partijen en kunnen zij niet gelden als een buitengerechtelijke bekentenis.

Arrest :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.