Het definitief karakter van de stopzetting van de aktiviteit van een gefailleerde onderneming wordt niet beïnvloed door de omstandigheid dat de curatoren de overdracht van sommige bestanddelen van het aktief onderhandelen noch door het feit dat de vennootschapoverneemster een gelijkaardige aktiviteit uitoefent als die van de gefailleerde vennootschap en een deel van haar personeel overneemt. Het begrip technische bedrijfseenheid mag niet verward worden met het ruimer begrip ekonomische bedrijfseenheid dat de werkgever bepaalt wanneer, en alleen wanneer, de vraag van "dezelfde werkgever" rijst voor de berekening van de vergoeding verschuldigd aan een werknemer krachtens de wet op de arbeidsovereenkomsten. Artikel 2, alinéa 2 van de wet van 30 juni 1967, dat de tussenkomst van het Fonds beperkt, is niet toepasselijk ingeval van sluiting van de onderneming; het Fonds moet dus tussenkomen in de betaling van de opzeggingsvergoedingen verschuldigd aan de werknemers die afgedankt zijn ingevolge een sluiting van onderneming, zelfs indien ze naderhand overgenomen worden door de overnemer van het aktief van de gefailleerde vennootschap. De wettelijke intrest is niet verschuldigd op de bedragen betaald door het Fonds voor vergoeding.
Vonnis :
De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.