xxxFeiten van voor de inwerkingtreding van de wet van 11 juni 2002 maken weliswaar geen pesterijen uit in de zin van die wet, maar kunnen in overweging worden genomen bij de beoordeling van de feiten van na die inwerkingtreding. Om te genieten van de omkering van de bewijslast bepaald in artikel 32undecies van de wet van 4 augustus 1996, moet de werknemer feiten inroepen die voldoende nauwkeurig beschreven zijn in tijd en ruimte: getuigschriften in verband met de context, de omgeving en de sfeer op het werk volstaan niet om een vermoeden van pesterijen te weerhouden. Dit geldt des te meer wanneer de werknemer naliet een klacht in te dienen bij de gespecialiseerde preventieadviseur, wat een grotere objectivering van de verwijten mogelijk had gemaakt, en hij pas meerdere maanden na de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst klaagde over pesterijen, terwijl hij reeds geruime tijd arbeidsongeschikt was. Pesterijen worden niet gemeten in functie van een onvermijdelijk subjectief aanvoelen, maar van gedragingen die objectiveerbaar zijn in tijd en ruimte.
De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.
Al geregistreerd? Nu inloggen