Arbeidsrechtbank: Vonnis van 5 Maart 1976 (Brussel). RG 5196

Datum :
05-03-1976
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19760305-4
Rolnummer :
5196

Samenvatting :

Eiser treedt op als algemeen voorlopig bewindvoerder van een gecolloceerde. "Overwegende dat eiser een bestaansminimum van 54.983fr. vordert als alleenstaande persoon, omdat X., hoewel zij haar wettelijke woonplaats bij haar ouders te Z. heeft, sedert 18 jaren te L. verblijft en aldus alleen woont; dat dan ook volgens artikel 5,alinéa 1, 1e lid, van de wet van 7 augustus 1974 en artikel 13 van het uitvoeringsbesluit van 30 okt. 1974, de bestaansmiddelen van de vader niet in aanmerking mogen worden gebracht, terwijl anderzijds de kosten van de plaatsing gedeeltelijk door een ziekenbond, die geen openbaar bestuur is, en gedeeltelijk door betrokkene zelf worden gedragen die over geen bestaansmiddelen beschikt en, nu zij niet ten laste is van een openbaar bestuur er geen aanleiding toe bestaat, met toepassing van de artikelen 11 van de wet en 30 van vermeld koninklijk besluit, de betaling van het bestaansminimum geheel of gedeeltelijk te schorsen; "Overwegende dat uit de gegevens van de zaak niet blijkt dat X. geplaatst is ten laste van een openbaar bestuur, doch integendeel, zoals eiser in zijn conclusie toegeeft, de kosten van de collocatie bijna voor het geheel door een ziekenbond worden gedragen; "Overwegende dat betrokkene haar wettelijke woonplaats bij haar ouders te Z. behouden heeft en aldus niet als alleenstaande persoon kan beschouwd worden."

Vonnis :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.