Naar luid van artikel 876 Ger.W. berecht de rechtbank het aanhangig geschil volgens de bewijsregels die van toepassing zijn op de aard van het geschil. Wanneer de eisende partij de rechtsregel betreffende de bewijslevering niet voorstelt en de partij tegen wie de vordering is ingesteld bij conclusie aanvoert dat, nu zij geen handelaar is, de regels van het bewijs in burgerlijke zaken in het geding dienen te worden toegepast, kan de rechter, na de commerciële aard van de verbintenis te hebben vastgesteld, de regels van de bewijsvoering in handelszaken toepassen (Cass. 17 juni 1983, Arr. Cass. 1982-83,1290). Wanneer een handeling wordt gesteld met het oog op de uitvoering of aanvulling van een commerciële operatie, waarvan deze een bijzaak is, neemt deze handeling zelf een commercieel karakter aan, wat ook de hoedanigheid is van de auteur ervan. Derhalve zijn de bewijsregels in handelszaken van toepassing en kan de verkoopovereenkomst met alle middelen van recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, worden bewezen.
De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.
Al geregistreerd? Nu inloggen