Hof van Beroep: Arrest van 9 Februari 2010 (Brussel). RG 2005AR2446
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20100209-8
- Rolnummer :
- 2005AR2446
Samenvatting :
I. Art. 35 Ger. W. bepaalt dat indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, zij geschiedt aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel. Het afschrift van de akte wordt ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde. Het behoort niet aan de gerechtsdeurwaarder om na te gaan of degene die zich - ter maatschappelijke zetel van de rechtspersoon aandient als zijnde de aangestelde van de rechtspersoon - ook daadwerkelijk door een statuut, een contract of enigerlei mandaat, gerechtigd is om namens de rechtspersoon betekeningen in ontvangst te nemen. Indien de verweerder voorhoudt dat de beweerde dienstbode - alhoewel deze zich als haar aangestelde heeft voorgedaan aan de instrumenterende gerechtsdeurwaarder - toch niet haar aangestelde zou zijn of dat hij zijn mandaat zou te buiten gegaan zijn, dan behoort het aan de verweerder desgevallend te ageren, hetzij tegen wie zijn mandaat zou overschreden hebben, hetzij tegen de gerechtsdeurwaarder. Het behoort niet aan het hof om deze discussie te beslechten. Het hof stelt vast dat de verweerder zelfs geen actie heeft ondernomen noch tegen de beweerde dienstbode, noch tegen de gerechtsdeurwaarder. Het hof dient enkel na te gaan of het bestreden vonnis formeel gezien werd betekend en of deze betekening prima facie voldoet aan de bij wet gestelde vereisten. II. Artikel 1051 Ger. W. De termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden zijn op straffe van verval voorgeschreven; het verval wegens de laattijdigheid van het hoger beroep moet door de rechter ambtshalve worden uitgesproken (art. 860, lid 2, 862, par. 1, 1° en par. 2, 865 en 1051 Ger.W.). Wanneer het verzoekschrift ter griffie van het gerecht in hoger beroep is ingediend meer dan een maand na de betekening van het beroepen vonnis is dit hoger beroep niet-ontvankelijk. III. De nieuwe vordering wegens tergend en roekeloos hoger beroep is ontvankelijk ook al is het hoofdberoep niet ontvankelijk. Wanneer een hoger beroep, wegens laattijdigheid, niet ontvankelijk is, kan het hof vrij oordelen of dat beroep tergend is en, desnoods, de eiser veroordelen tot schadevergoeding (art. 147, lid 2 G.W. 1994; art. 563, lid 3 Ger.W.) _
Arrest :
ARREST
N°
Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :
Rep. Nr. 2010/
A.R. nr. 2005/AR/2446
INZAKE VAN :
De B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATION SERVICES, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1170 WATERMAAL-BOSVOORDE, Vorstlaan 94, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0448.568.976,
appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Brussel van 17 december 2004,
vertegenwoordigd door Meester Axel VANDAM, advocaat te 1700 DILBEEK, Baron R. de Vironlaan 60/7,
1ste kamer
TEGEN :
De C.V.B.A. LOEFF CLAEYS VERBEKE SERVICES, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1150 SINT-PIETERS-WOLUWE, Tervurenlaan 268 A, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0427.901.048,
geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Marjolein LIEFSOENS loco Meester Koen VANOPPEN, advocaat te 3510 HASSELT, Diestersteenweg 146,
I. Art. 35 Ger. W. bepaalt dat indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, zij geschiedt aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel. Het afschrift van de akte wordt ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde. Het behoort niet aan de gerechtsdeurwaarder om na te gaan of degene die zich - ter maatschappelijke zetel van de rechtspersoon aandient als zijnde de aangestelde van de rechtspersoon - ook daadwerkelijk door een statuut, een contract of enigerlei mandaat, gerechtigd is om namens de rechtspersoon betekeningen in ontvangst te nemen.
Indien de verweerder voorhoudt dat de beweerde dienstbode - alhoewel deze zich als haar aangestelde heeft voorgedaan aan de instrumenterende gerechtsdeurwaarder - toch niet haar aangestelde zou zijn of dat hij zijn mandaat zou te buiten gegaan zijn, dan behoort het aan de verweerder desgevallend te ageren, hetzij tegen wie zijn mandaat zou overschreden hebben, hetzij tegen de gerechtsdeurwaarder.
Het behoort niet aan het hof om deze discussie te beslechten. Het hof stelt vast dat de verweerder zelfs geen actie heeft ondernomen noch tegen de beweerde dienstbode, noch tegen de gerechtsdeurwaarder.
Het hof dient enkel na te gaan of het bestreden vonnis formeel gezien werd betekend en of deze betekening prima facie voldoet aan de bij wet gestelde vereisten.
II. Artikel 1051 Ger. W. De termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden zijn op straffe van verval voorgeschreven; het verval wegens de laattijdigheid van het hoger beroep moet door de rechter ambtshalve worden uitgesproken (art. 860, lid 2, 862, par. 1, 1° en par. 2, 865 en 1051 Ger.W.). Wanneer het verzoekschrift ter griffie van het gerecht in hoger beroep is ingediend meer dan een maand na de betekening van het beroepen vonnis is dit hoger beroep niet-ontvankelijk.
III. De nieuwe vordering wegens tergend en roekeloos hoger beroep is ontvankelijk ook al is het hoofdberoep niet ontvankelijk.
Wanneer een hoger beroep, wegens laattijdigheid, niet ontvankelijk is, kan het hof vrij oordelen of dat beroep tergend is en, desnoods, de eiser veroordelen tot schadevergoeding (art. 147, lid 2 G.W. 1994; art. 563, lid 3 Ger.W.)
_ ____________________________________________________________________________
1. de rechtspleging:
Bij verzoekschrift ter griffie van het hof neergelegd op 16 september 2005 stelt de B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATIONS SERVICES hoger beroep in tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Brussel op 17 december 2004 en betekend op 15 februari 2005 (zie hierna).
Bij dagvaarding van 4 november 2004 heeft de C.V.B.A. LOEFF CLAEYS VERBEKE SERVICES, de B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATIONS SERVICES gedagvaard in betaling van een som van euro 6.264,06 plus moratoire intresten vanaf 10 augustus 2000, gerechtelijke intresten en de kosten.
Het bestreden vonnis, op tegenspraak gewezen, vermeldt dat de B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATIONS SERVICES de vordering niet betwist en veroordeelt haar dienvolgens tot betaling van de gevorderde bedragen.
Het proces-verbaal van de terechtzittingen voor de rechtbank van koophandel bevat geen bijkomende vermeldingen.
Voor het hof vordert de B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATIONS SERVICES in hoofdorde de afwijzing van de initiële vordering. Ondergeschikt vordert zij dat een toenmalige medewerker van de raadsman van appellante (in de ene paragraaf) of van geïntimeerde (in de andere paragraaf) zou gehoord worden. Meer ondergeschikt vordert zij het herleiden van het bedrag van de vordering met aftrok van een voorschot van het equivalent in euro van 250.000 BEF.
De vennootschap naar Brits recht ALLEN & OVERY (voorheen de C.V.B.A. LOEFF CLAEYS VERBEKE SERVICES) vordert dat het hoger beroep onontvankelijk zou verklaard worden. Ondergeschikt vraagt zij het afwijzen van het hoger beroep. Zij stelt een nieuwe tussenvordering in die ertoe strekt de B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATIONS SERVICES te horen veroordelen tot het betalen van de som van euro 2.500 wegens tergend en roekeloos hoger beroep.
2. de ontvankelijkheid van het hoger beroep:
Dossierstuk 15 (dossier van ALLEN & OVERY) is een akte van betekening van 15 februari 2005. Gerechtsdeurwaarder Pascal Lombardi, plaatsvervanger van Xavier Cailliau betekende het bestreden vonnis aan "DEFINITIV COMMUNICATION SERVICES B.V.B.A. met ondernemingsnummer 0448.568.976, met btw nr. 448 568 976, met zetel te B-1170 WATERMAAL-BOSVOORDE, VORSTLAAN 94". De gerechtsdeurwaarder vermeldt dat hij het afschrift van de akte van betekening en de kopie van het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis heeft ter hand gesteld - overeenkomstig de artikelen 33 tot 35 Ger. W. - aan "VOEIKOFF Serge, aangestelde".
Het adres en de gegevens aangaande ondernemingsnummer en BTW nummer zijn correct. Het zijn deze gegevens die appellante zelf vermeldt in haar akte van hoger beroep en in haar beroepsconclusie.
Appellante houdt voor - maar toont niet aan - dat de heer VOEIKOFF Serge, haar aangestelde niet zou zijn. Zij weerlegt daarbij de stelling niet zoals deze blijkt uit de brief die de gerechtsdeurwaarder op 5 april 2005 aan de raadsman van de geïntimeerde zendt (stuk 16 uit diens dossier) dat "tegenpartij (...) haar zetel (heeft) in een fiduciaire, waar ze enkel een brievenbus heeft."
Art. 35 Ger. W. bepaalt dat indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, zij geschiedt aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel. Het afschrift van de akte wordt ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde.
Het behoort niet aan de gerechtsdeurwaarder om na te gaan of degene die zich - ter maatschappelijke zetel van de rechtspersoon aandient als zijnde de aangestelde van de rechtspersoon - ook daadwerkelijk door een statuut, een contract of enigerlei mandaat, gerechtigd is om namens de rechtspersoon betekeningen in ontvangst te nemen.
Indien de B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATIONS SERVICES voorhoudt dat de heer VOEIKOFF Serge - alhoewel deze zich als haar aangestelde heeft voorgedaan aan de instrumenterende gerechtsdeurwaarder - toch niet haar aangestelde zou zijn of dat hij zijn mandaat zou te buiten gegaan zijn, dan behoort het aan de B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATIONS SERVICES om desgevallend te ageren, hetzij tegen wie zijn mandaat zou overschreden hebben, hetzij tegen de gerechtsdeurwaarder.
Het behoort niet aan het hof om deze discussie te beslechten. Het hof stelt vast dat de B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATIONS SERVICES zelfs geen actie heeft ondernomen noch tegen VOEIKOFF, noch tegen de gerechtsdeurwaarder.
Het hof dient enkel na te gaan of het bestreden vonnis formeel gezien werd betekend en of deze betekening prima facie voldoet aan de bij wet gestelde vereisten.
Het dossierstuk nr. 15 uit het dossier van ALLEN & OVERY, voldoet aan de door artikel 35 Ger. W. gestelde eisen.
De betekening van het bestreden vonnis gebeurde dienvolgens op rechtsgeldige wijze op 15 februari 2005.
Ingevolge artikel 1051 Ger. W. is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis.
Het hoger beroep ingesteld op 16 september 2005, zijnde meer dan één maand ná de betekening van het vonnis, is dienvolgens laattijdig.
De termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden zijn op straffe van verval voorgeschreven; het verval wegens de laattijdigheid van het hoger beroep moet door de rechter ambtshalve worden uitgesproken (art. 860, lid 2, 862, par. 1, 1° en par. 2, 865 en 1051 Ger.W.) .
Wanneer het verzoekschrift ter griffie van het gerecht in hoger beroep is ingediend meer dan een maand na de betekening van het beroepen vonnis is dit hoger beroep niet-ontvankelijk .
3. de nieuwe vordering voor tergend en roekeloos hoger beroep:
De nieuwe vordering wegens tergend en roekeloos hoger beroep is ontvankelijk ook al is het hoofdberoep niet ontvankelijk.
Wanneer een hoger beroep, wegens laattijdigheid, niet ontvankelijk is, kan het hof vrij oordelen of dat beroep tergend is en, desnoods, de eiser veroordelen tot schadevergoeding (art. 147, lid 2 G.W. 1994; art. 563, lid 3 Ger.W.) .
Als enig middel ter staving van haar eis stelt ALLEN & OVERY (conclusie pagina 9 alinea 5) "(de vennootschap naar Brits recht ALLEN & OVERY) lijdt zonder meer schade door het misbruik dat appellante maakt van het juridisch apparaat. Immers zal de beroepsprocedure voor haar weer belangrijke bijkomende kosten met zich brengen".
De aard en omvang van deze ‘kosten' wordt niet toegelicht. In de mate dat hiermede de advocaatkosten bedoeld zijn, kunnen deze niet als afzonderlijke schadepost in aanmerking genomen worden. Immers, artikel 1022 Ger. W. zoals gewijzigd door de wet van 21 april 2007 stelt dat geen partij boven het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding kan worden aangesproken tot betaling van een vergoeding voor de tussenkomst van de advocaat van een andere partij.
De vordering is dienvolgens niet gegrond.
OM DEZE REDENEN :
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;
Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;
Verklaart de nieuwe vordering in graad van hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond;
Veroordeelt de B.V.B.A. DEFINITIV COMMUNICATIONS SERVICES tot de kosten van het hoger beroep, begroot
- in hoofde van haarzelf op euro 1.086 (186 rolrecht + 900 rechtsplegingsvergoeding , en
- in hoofde van geïntimeerde op euro 900 rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 9/2/10
waar aanwezig waren en zitting hielden :
Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter,
Marc BOSMANS, Raadsheer,
Marc DEBAERE, Raadsheer,
bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.
V. DE VIS M. DEBAERE
M. BOSMANS A. DE PREESTER