Rechtbank van eerste aanleg: Vonnis van 25 Januari 1991 (Brussel). RG 895230

Datum :
25-01-1991
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19910125-3
Rolnummer :
895230

Samenvatting :

Indien het juist is dat artikel 61, alinéa 5 WBTW aan de ambtenaren van de administratie slechts het recht geeft om facturen en andere stukken, welke de verschuldigdheid van de belasting of een geldboete aantonen, te behouden tegen afgifte van ontvangstbewijs, met uitsluiting van de handelsboeken die niet uitdrukkelijk door deze tekst zijn voorzien, staat het echter de belastingplichtige en de administratie vrij, bij gezamenlijk akkoord en zonder dwang of zonder mogelijkheid tot dwang, alle praktische maatregelen te nemen tot afgifte of behoud van documenten die niet door dit artikel zijn voorzien. Dit kan onder meer om de ongemakken te beperken van een lange aanwezigheid van belastingambtenaren ter domicilie of ter zetel van de belastingplichtige. De vrijstelling om een factuur uit te reiken voorzien door artikel 8, 1° al. K.B. n° 1 d.d. 23 juli 1969 is niet van toepassing voor leveringen verricht in verkoopinrichtingen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren of voor voortbrengers of grossiersbedrijven die niet bijzonder ingericht zijn voor de verkoop in het klein. Het feit dat er geen uithangbord aanwezig is maar slechts een aanduiding van de maatschappelijke zetel en het feit dat er geen uitstalraam aanwezig is, hoe klein ook, van goederen aan de straatkant, wordt door de rechtbank beschouwd als voldoende aanduidingen dat er geen inrichting is die bijzonder ingericht is voor de verkoop in het klein. De loutere aanwezigheid in de winkel van een uitstalkast waarin goederen zijn tentoongesteld, wordt door de rechtbank als onvoldoende aangemerkt. De verplichting een juiste factuur af te leveren, moet de administratie in de mogelijkheid stellen de persoon of vennootschap aan wie de factuur geadresseerd of afgeleverd wordt in concreto te identificeren. Hiertoe is het nodig, maar volstaat het, dat de klant fysisch teruggevonden kan worden louter op basis van de gegevens die voorkomen op de factuur welke in zijn naam is afgeleverd. Artikel 6 EVRM is niet van toepassing in fiscale zaken. De rechter is om die reden niet bevoegd de aanrekening of de opportuniteit van boetes te controleren, opgelegd door de BTW -administratie. Artikel 84, al. 2 WBTW staat slechts aan de Minister van Financiën of de door hem gedelegeerde ambtenaar toe de fiscale boetes kwijt te schelden of te verminderen.

Vonnis :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.