Arbeidshof: Arrest van 16 Januari 1976 (Gent). RG 1951

Datum :
16-01-1976
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19760116-1
Rolnummer :
1951

Samenvatting :

1. De toetredingsverbintenis tot een kloostergemeenschap verschilt fundamenteel van de verbintenis welke tot stand komt bij het aanvaarden van een taak van onderwijzeres. De eerste is louter van morele aard, beheerst door het Kerkelijk recht. De tweede aangegaan tegenover een inrichtende macht, dewelke een feitelijke vereniging kan zijn, doet een burgerlijke verbintenis ontstaan waarvan de uitvoering zelfs aan wettelijke normen moet beantwoorden en door de burgerlijke overheid wordt gecontroleerd. 2. De stelling dat een kloosterlinge over geen vrije wilsuiting zou beschikken waardoor het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst zou worden verhinderd, vindt geen steun in het burgerlijk verbintenissenrecht hetwelk in wezen nochtans ook de arbeidsovereenkomst beheerst; zo bedoeld wordt dat een kloosterlinge onder zodanig morele dwang verkeert dat zij niet kan weigeren aan haar geestelijke oversten te gehoorzamen, dan zou, voor zover dit bewijs geleverd wordt, dergelijk wilsgebrek alleen aanleiding geven tot een vordering tot nietigverklaring overeenkomstig de artikelen 1117 en 1304 van het B.W. zonder afbreuk te doen aan het tot stand komen van de verbintenis. 3. De constitutieve elementen van de arbeidsovereenkomst dienen in concreto beoordeeld. Zo het verschaffen van een loon in ruil voor de arbeidsprestaties een essentieel bestanddeel is, is het nochtans niet noodzakelijk dat dit loon persoonlijk door de werkgever wordt betaald; het mag ook voor zijn rekening door een derde worden betaald Het is in rechte ook zonder belang welke bestemming de werknemer aan zijn loon heeft gegeven; zelfs een voorafgaand uitdrukkelijk of stilzwijgend beding om afstand te doen van het loon en het te laten besteden voor het onderhoud van de commune, zou enkel nietig kunnen worden verklaard in het belang en op verzoek van de werknemer zonder afbreuk te doen aan het bestaan zelf van de arbeidsovereenkomst. Wanneer derhalve het bewijs wordt geleverd dat een subsidie door het toenmalig Ministerie van Onderwijs, zo niet nominatim, minstens geindividualiseerd per leerkracht, werd toegekend, dient deze als een betaling in ruil voor de geleverde arbeidsprestaties te worden aangezien.

Arrest :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.