Arbeidsrechtbank: Vonnis van 3 Oktober 1972 (Mechelen). RG 32881

Datum :
03-10-1972
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19721003-7
Rolnummer :
32881

Samenvatting :

Wanneer aan verwerende partij tijdig en regelmatig een gerechtsbrief werd betekend ter toepassing van art. 751 van het gerechtelijk wetboek en die partij ter aldus vastgestelde zitting verschijnt met schriftelijke conclusies tegen wier neerlegging eisende partij zich verzet op grond van het feit dat die conclusies niet ter griffie werden neergelegd en niet aan de tegenpartij werden medegedeeld, dient aan eisende partij het voordeel van de toepassing van voormeld art. 751 toegekend. Verwerende partij heeft inderdaad binnen de vastgestelde termijn geen conclusies genomen. Overeenkomstig artikelen 742 en 745 van het gerechtelijk wetboek moeten die conclusies immers ter griffie worden neergelegd en tegelijkertijd aan de tegenpartij of haar advokaat worden gezonden, wat niet is gebeurd. Daaraan wordt niet verholpen door het feit dat de advokaat, die verwerende partij ter zitting vertegenwoordigde, drager was van schriftelijke conclusies. Die conclusies van verwerende partij zijn niet te aanzien als zittingsconclusies zoals bedoeld bij art. 747 van het gerechtelijk wetboek, aangezien bij dat artikel 747 enkel sprake is van nieuwe conclusies door partijen op de zitting genomen, wat uiteraard eerste conclusies uitsluit.

Vonnis :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.