Rechtbank van eerste aanleg: Vonnis van 2 Juni 1988 (Mechelen). RG 71/2.595

Datum :
02-06-1988
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19880602-13
Rolnummer :
71/2.595

Samenvatting :

Op basis van artikel 1382 B.W. dient de reële en volledige schade vergoed te worden; het slachtoffer moet het bewijs leveren van het bestaan en de hoegrootheid van zijn schade. Een waardering van de schade naar billijkheidsnormen is volledig verrechtvaardigd wanneer de berekening voorgesteld door het slachtoffer bij gebreke aan voldoende precieze gegevens en bij onmogelijkheid om gegevens voor te leggen die een exacte appreciatie van de schade toelaten, niet in aanmerking kan worden genomen. De morele schade die de echtgenoot geleden heeft bij het zien lijden van zijn echtgenote en dochter is niet bewezen. De morele schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid van de echtgenote wordt, gelet op de vaststellingen van de deskundige, bepaald op 450 F per dag. De rechtbank bepaalt het percentage van de vergoedende intresten op 5 %, te berekenen vanaf een gemiddelde datum. De materiële schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid als huishoudster wordt op 750 F per dag bepaald. De morele schade door dit slachtoffer geleden bij repercussie - volgens de deskundige bevindingen werd zij vooral getroffen door het leed van haar dochter - wordt op 20.000 F geraamd. De morele schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid van de dochter wordt op 500 F per dag bepaald, gelet op de zware morele pijn en smarten. Het schooljaarverlies en de meerinspanningen om het scolariteitsniveau opnieuw te bereiken wordt op 200.000 F geraamd. Voor de blijvende arbeidsongeschiktheid van 40 % in hoofde van de dochter, voornamelijk verlies van rechter oog, wordt 3.200.000 F toegekend. Kapitalisatie op basis van 50.000 F per maand is te hypothetisch om in aanmerking te nemen.

Vonnis :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.