Rechtbank van eerste aanleg: Vonnis van 28 Januari 1991 (Namen). RG 10847

Datum :
28-01-1991
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19910128-3
Rolnummer :
10847

Samenvatting :

Niettegenstaande de twijfelachtige tekst van het eerste lid van par. 2 van artikel 215 van het Burgerlijk wetboek, is het vandaag algemeen toegelaten dat deze wettelijke bepaling zowel een actieve als een passieve hoofdelijkheid der huurders heeft doen ontstaan naar aanleiding van een huurovereenkomst met betrekking tot het onroerend goed dat het gezin tot voornaamste woning dient. Dit heeft voor gevolg dat de echtgenoten geacht worden mede-huurders te zijn en aldus persoonlijk verbonden zijn door de verbintenissen die eruit voortvloeien. Zelfs indien bij toepassing van de regel volgens dewelke de hoofdelijkheid niet wordt vermoed en bij toepassing van artikel 215 par. 2 van het Burgerlijk wetboek dat slechts een gezamenlijke verbintenis doet ontstaan in hoofde van beide echtgenoten - huurders, dan nog mag men artikel 222 van het Burgerlijk wetboek niet uit het oog verliezen dat bepaalt dat elke schuld door één van de echtgenoten aangegaan ten behoeve van het huishouden de andere echtgenoot hoofdelijk verbindt. Deze wettelijk bepaling doet integensprekelijk een mechanisme ontstaan van passieve hoofdelijkheid. De huisvestingskosten zijn ongetwijfeld schulden aangegaan ten behoeve van de huishouding. De aldus ontstane hoofdelijkheid is van toepassing zowel op de verbintenissen voortspruitend uit de huurovereenkomst aangegaan tijdens de effectieve periode van samenwonen als op de verbintenissen die ontstaan zijn na de feitelijke scheiding tussen partijen en voor zolang de huwelijksband blijft bestaan. De echtgenote die niet meer in de echtelijke woonplaats verblijft is derhalve nog verplicht de achterstallige huur te betalen tot en met de opzegging van de huurovereenkomst.

Vonnis :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.