Geen titel
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
Door de correctionele rechtbank te Kortrijk, K.15, op datum van 17 oktober 2018, werd een vonnis op tegenspraak gewezen ten laste van :
Khurshid Khan Muhammad, geboren te Poonch, A-K Pakistan op 3 juni 1963, van Belgische nationaliteit, wonende te 8870 Izegem, Mentenhoekstraat 68;
Verdacht van :
Als dader, mededader om het misdrijf te hebben uitgevoerd of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks te hebben medegewerkt, of om door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend, dat het misdrijf zonder zijn bijstand niet kon worden gepleegd, of om door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, het misdrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt.
A. Als bestuurder in rechte of in feite van de gefailleerde handelsvennootschap BVBA ROYAL ENTERPRISE, ingeschreven in de kruispuntbank voor Ondernemingen onder het nummer 0545.933.618, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 01.12.2016, van de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Kortrijk, doch in staat van virtueel faillissement sedert 05.03.2016 (st. 82).
1. Met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden een gedeelte van de activa te hebben verduisterd of verborgen (art. 489ter, par. 1 Sw.), nl.
1.1. De eerste
verkoop van een voertuig Toyota Land Cruiser voor euro 25.000 op 27.04.2016, terwijl dit voertuig op 02.03.2016, werd gekocht voor euro 39.750 (st. 52-53)
te Spiere-Helkijn op 27.04.2016.
1.2. De eerste en tweede
cashafhalingen van bankrekening ING voor een bedrag van euro 37.000.
Te Spiere-Helkijn, herhaaldelijk in de periode van 15.03.2016, tot 04.05.2016 (st. 3738).
2. De eerste en tweede
met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen binnen de bij artikel 9 van de Faillissementswet gestelde termijn de aangifte niet te hebben gedaan van het faillissement (art. 489bis, par. 4 Sw.).
Bij samenhang te Brugge op 06.04.2016.
B. De eerste
Bij inbreuk op art. I.5, III.82, XV.69, XV.70 en XV.75 van het Wetboek van Economisch Recht, als natuurlijke persoon die koopman is of als bestuurder, zaakvoerder, directeur of procuratiehouder van rechtspersonen, nl. van de BVBA ROYAL ENTERPRISE, wetens geen aan de aard en de omvang van het bedrijf van zijn onderneming passende boekhouding te hebben gevoerd en de bijzondere wetsvoorschriften betreffende dat bedrijf niet in acht te hebben genomen.
Te Spiere-Helkijn, herhaaldelijk in de periode van 18.04.2016, tot 01.12.2016 (st. 2).
De eerste en tweede tevens gedagvaard teneinde, overeenkomstig artikel 1 van het Koninklijk Besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, hun veroordeling te doen gepaard gaan met het verbod om, persoonlijk of door een tussenpersoon, de functie van bestuurder, commissaris of zaakvoerder in een vennootschap op aandelen, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een coöperatieve vennootschap, enige functie waarbij macht wordt verleend om een van die vennootschappen te verbinden, de functie van persoon belast met het bestuur van een vestiging in België, bedoeld in artikel 198, 6, eerste lid, van de op 30 november 1935, gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, of het beroep van effectenmakelaar of correspondent-effectenmakelaar uit te oefenen
en teneinde, overeenkomstig artikel 1bis van het Koninklijk Besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, hun veroordeling te doen gepaard gaan met het verbod om persoonlijk of door een tussenpersoon een koopmansbedrijf uit te oefenen telkens gedurende vijf jaar.
Khurshid Khan Muhammad, werd wegens de tenlasteleggingen A1.1 zoals heromschreven, A1.2, A2 en B veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van zeven maanden, uitstel 5 jaar, en een geldboete van 500 euro (te verhogen met 50 opdeciemen hetzij 3.000 euro of een vervangende gevangenisstraf van 50 dagen).
Khurshid Khan Muhammad, werd tevens veroordeeld tot :
- de gerechtskosten;
- een vergoeding van euro 53,58 (art. 91 K.B. 28.12.1950, op de gerechtskosten);
- een bijdrage van euro 25, te verhogen met 70 opdeciemen, hetzij euro 200,00 tot financiering van het Fonds tot hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden;
- een bijdrage van euro 20 voor het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand;
Er werd verbod opgelegd aan Khurshid Khan Muhammad, om gedurende een periode van vijf jaar, de functies bepaald bij artikel 1 van het K.B. nr. 22 van 24.10.1934, uit te oefenen, alsook, overeenkomstig art. 1bis van voornoemd K.B., om persoonlijk of door een tussenpersoon een koopmansbedrijf uit te oefenen.
De publicatie van het vonnis bij uittreksel werd bevolen in het Belgisch Staatsblad op kosten van Khurshid Khan Muhammad.
Kortrijk, 20 september 2019.
Voor eensluidend uittreksel : afgeleverd aan de procureur des Konings te Kortrijk, voor publicatie in het Belgisch Staatsblad, de griffier, (get.) Valerie LEYMAN.