Delegatie van bevoegdheid inzake de homologatie van voertuigen aan sommige personeelsleden van het departement Mobiliteit en Openbare Werken

Datum :
10-02-2015
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2015035197
Auteur :
Vlaamse Overheid

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Bij besluit van de secretaris-generaal van het departement Mobiliteit en Openbare Werken van 10 februari 2015 wordt het volgende bepaald:
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het departement Mobiliteit en Openbare Werken.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° het departement: het departement Mobiliteit en Openbare Werken;
2° het hoofd van het departement: het personeelslid, houder van een managementfunctie van N niveau, dat belast is met de leiding van het departement Mobiliteit en Openbare Werken;
3° het afdelingshoofd: het personeelslid, houder van een managementfunctie van N-1 niveau, dat belast is met de leiding van de afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid binnen het departement Mobiliteit en Openbare Werken.
HOOFDSTUK 2. - Delegatie
Art. 3. De bevoegdheid van het hoofd van het departement voor alle aspecten van zowel de typegoedkeuring van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid als voor de individuele goedkeuring van een voertuig, voor de vergunningsprocedure, de afgifte en eventuele intrekking van goedkeuringscertificaten, wordt gedelegeerd aan de volgende personeelsleden van de afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid:
1° de heer Ronny Verhelst;
2° de heer Luc De Ryck;
3° Mevr. Ann Vereecken;
4° de heer Wim Dedoncker.
HOOFDSTUK 3. - Regeling bij vervanging
Art. 4. De bij dit besluit verleende delegaties worden tevens verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van de functie van een bevoegd personeelslid belast is of het bevoegd personeelslid vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en handtekening, de formule "voor (naam bevoegd personeelslid), afwezig".
HOOFDSTUK 4. - Gebruik van de delegaties en verantwoording
Art. 5. De personeelsleden aan wie bevoegdheden werden gesubdelegeerd, nemen de nodige zorgvuldigheid in acht bij het gebruik van de verleende delegaties.
Het gebruik van de verleende delegaties kan door het hoofd van het departement nader worden geregeld bij eenvoudige beslissing die wordt verspreid onder de vorm van een dienstorder of nota.
Art. 6. Het afdelingshoofd organiseert het systeem van interne controle op zodanige wijze dat de verleende delegaties op een doeltreffende en doelmatige wijze worden gebruikt en misbruiken worden vermeden.
Art. 7. Het afdelingshoofd is ten aanzien van het hoofd van het departement verantwoordelijk voor het gebruik van de verleende delegaties.
Art. 8. Over het gebruik van de verleende delegaties wordt periodiek verantwoording afgelegd door middel van een rapport dat door het afdelingshoofd aan het hoofd van het departement wordt voorgelegd.
Het rapport bevat de nodige informatie over de beslissingen die met toepassing van de verleende delegaties in de betrokken periode werden genomen, met inbegrip van informatie over de aangelegenheden waarvoor de bevoegdheid door het afdelingshoofd werd gesubdelegeerd aan andere personeelsleden.
De in het rapport verstrekte informatie is exact, toereikend en ter zake dienend. Ze is op een degelijke wijze gestructureerd en wordt op een toegankelijke wijze voorgesteld.
Voor alle aangelegenheden wordt informatie op geaggregeerd niveau verstrekt. Daarnaast wordt, betreffende de aangelegenheden waarvoor dit relevant en aangewezen is, ook informatie op niveau van afzonderlijke en individuele onderwerpen en dossiers opgenomen.
Het hoofd van het departement stelt, in overleg met het afdelingshoofd, vast met welke periodiciteit het rapport wordt voorgelegd.
Het hoofd van het departement kan, buiten de verplichte periodieke rapportering, op ieder ogenblik aan het afdelingshoofd verantwoording vragen betreffende het gebruik van de delegatie in een bepaalde aangelegenheid.
Art. 9. Het hoofd van het departement kan bij eenvoudige beslissing nadere instructies geven betreffende de concrete informatie die per gedelegeerde aangelegenheid in het rapport verstrekt moet worden en een verplicht te volgen schema voor de rapportering vaststellen.
Art. 10. Het hoofd van het departement kan, buiten de verplichte periodieke rapportering, op ieder ogenblik aan het afdelingshoofd verantwoording vragen betreffende het gebruik van de delegatie in een bepaalde aangelegenheid.
Art. 11. Het hoofd van het departement heeft het recht om, bij eenvoudige beslissing, de verleende delegaties tijdelijk, geheel of gedeeltelijk op te heffen of individuele dossiers naar zich toe te trekken.
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.