We zijn erg blij om te zien dat u van ons platform houdt! Op hetzelfde moment, hebt u de limiet van gebruik bereikt... Schrijf u nu in om door te gaan.
Koninklijk besluit houdende de afkondiging van de instandhouding van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2022030505
- Auteur :
- Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Van De Voedselketen En Leefmilieu En Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, artikel 3, § 1, tweede lid;
Gelet op de risicoanalyses uitgevoerd op 12, 14 en 19 januari 2022 zoals bedoeld in artikel 3, § 1, tweede lid van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, waaruit blijkt dat er nog steeds sprake is van een epidemische noodsituatie;
Gelet op het advies van de minister van Volksgezondheid gegeven op 21 januari 2022;
Gelet op de vrijstelling van een impactanalyse bedoeld in artikel 8, § 1, 3°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 26 januari 2022;
Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 26 januari 2022;
Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 26 januari 2022;
Overwegende het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, artikel 2, dat het recht op leven beschermt;
Overwegende het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, artikel 191, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
Overwegende de Grondwet, artikel 23;
Overwegende de wet van 10 november 2021 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de afkondiging van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19-pandemie;
Overwegende het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de afkondiging van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie;
Overwegende het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken;
Overwegende het geconsolideerde advies opgesteld door het Commissariaat COVID-19 op 25 oktober 2021, op basis van het advies van de RAG van 20 oktober 2021 dat werd besproken in de RMG, en op basis van de adviezen van de GEMS van 20 en 24 oktober 2021;
Overwegende de daaropvolgende adviezen van het Commissariaat COVID-19 van 11 november 2021 en 16 december 2021 inzake de al dan niet aanwezigheid van een epidemische noodsituatie volgens de criteria van de Pandemiewet;
Overwegende het geconsolideerde advies opgesteld door het Commissariaat COVID-19 op 14 januari 2022 en geüpdatet op 19 januari 2022, op basis van het advies van de RAG van 12 januari 2022 dat werd besproken in de RMG;
Overwegende de epidemiologische update van de RAG van 19 januari 2022;
Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden in frequent gehouden Overlegcomités, in het bijzonder het Overlegcomité van 21 januari 2022;
Overwegende dat de coronavirus COVID-19 pandemie vandaag nog steeds een belangrijke bedreiging vormt voor de bevolking; dat het behouden van bepaalde maatregelen van bestuurlijke politie, alsook de mogelijkheid om er nieuwe aan te nemen in functie van de evolutie van de situatie nog steeds noodzakelijk is om de nefaste gevolgen van deze crisis voor de volksgezondheid te kunnen voorkomen en beperken;
Overwegende dat, in het kader van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, de instandhouding van de epidemische noodsituatie vereist is om dergelijke maatregelen te kunnen behouden, ze te wijzigen of er nieuwe aan te nemen;
Overwegende dat artikel 2, 3°, van deze wet een epidemische noodsituatie definieert als volgt: "elke gebeurtenis die een ernstige bedreiging veroorzaakt of kan veroorzaken ten gevolge van de aanwezigheid van een infectieus agens bij de mens, en:
a. die een groot aantal personen in België treft of kan treffen en er hun gezondheid ernstig aantast of kan aantasten;
b. en die leidt of kan leiden tot één of meerdere van de onderstaande gevolgen in België:
- een ernstige overbelasting van bepaalde gezondheidszorgbeoefenaars en -voorzieningen;
- de noodzaak tot het versterken, ontlasten of ondersteunen van bepaalde gezondheidszorgbeoefenaars en -voorzieningen;
- de snelle en massale inzet van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen of persoonlijke beschermingsmiddelen;
c. en die een coördinatie en beheer van de bevoegde actoren op nationaal niveau vereist om de dreiging weg te nemen of om de nefaste gevolgen van de gebeurtenis te beperken;
d. die desgevallend heeft geleid tot één of meerdere van de onderstaande gevolgen:
- de situatie werd erkend door de Wereldgezondheidsorganisatie als "Public Health Emergency of International Concern";
- de situatie werd erkend door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 12 van besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en houdende intrekking van Beschikking nr. 2119/98/EG.";
Overwegende de epidemiologische update van de RAG van 19 januari 2022 en het epidemiologisch bulletin van Sciensano van 25 januari 2022;
Overwegende dat het daggemiddelde van de nieuwe vastgestelde besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België over de voorbije zeven dagen aanzienlijk gestegen is tot 47.606 bevestigde positieve gevallen;
Overwegende dat de positiviteitsratio gestegen is tot 44,2%, een waarde die tot op heden nooit eerder werd geregistreerd;
Overwegende dat de incidentie op 25 januari 2022 over een periode van 14 dagen 4.531 op 100.000 inwoners bedraagt;
Overwegende dat het reproductiegetal op basis van de nieuwe hospitalisaties 1,276 bedraagt;
Overwegende dat de nog steeds hoge druk op de ziekenhuizen en op de continuïteit van de niet-COVID-19-zorg noopte tot een opschaling sinds 19 november 2021 naar fase 1B van het ziekenhuisnoodplan; dat nog steeds 19% van de erkende bedden voor ICU belast zijn;
Overwegende dat op 25 januari 2022 in totaal 3.303 patiënten getroffen door COVID-19 worden behandeld in de Belgische ziekenhuizen, een stijging van 42% op weekbasis; dat op diezelfde datum in totaal 371 patiënten worden behandeld op de diensten van de intensieve zorg, een daling van 6% op weekbasis; dat de ziekenhuisbelasting erg hoog is; dat, hoewel de bezetting op de diensten van de intensieve zorg een langzame daling vertoont, de bezetting op een heel hoog niveau blijft; dat het Comité Hospital & Transport Surge Capacity (HTSC) de ziekenhuizen nog steeds vraagt om in functie van de richtlijnen van HTSC, niet-dringende electieve zorg te annuleren;
Overwegende dat de lange duur van de pandemie ook een impact heeft op het aantal beschikbare bedden op de diensten van de intensieve zorg door een gebrek aan zorgpersoneel; dat de voorbije week ongeveer 200 van deze bedden gesloten waren door uitval van het zorgpersoneel vanwege het coronavirus COVID-19 en andere (psychosociale) gezondheidsproblemen;
Overwegende dat de viruscirculatie erg hoog is, met een belangrijke impact op het aantal nieuwe hospitalisaties die de voorbije week met 53% zijn gestegen; dat het aantal ingenomen ziekenhuisbedden verder dient te dalen; dat vermeden dient te worden dat deze op een dergelijk hoog niveau blijven, waarbij een nieuwe toename, bijvoorbeeld ten gevolge van nieuwe varianten, onmiddellijk zou leiden tot een overbelasting van het gezondheidszorgsysteem;
Overwegende dat het totaal aantal overlijdens per week de voorbije week met 7% is gestegen;
Overwegende dat het SARS-CoV-2-virus bijgevolg nog steeds een groot aantal personen in België treft, in het bijzonder doordat België op dit moment wordt getroffen door een nieuwe golf, veroorzaakt door de Omikron-variant;
Overwegende dat de vaccinatiegraad van de totale bevolking op 25 januari 2022 76,8% bedraagt en 54,7% van de bevolking een herhalingsdosis ontving en dat bijgevolg belangrijke delen van de bevolking die in aanmerking komen om te worden gevaccineerd of een herhalingsdosis te krijgen noch geheel noch gedeeltelijk werd gevaccineerd;
Overwegende dat het risico op infecties, hospitalisaties en opnames op intensieve zorg bij personen van 65 jaar en ouder die een herhalingsdosis ontvingen, is verminderd met respectievelijk 53%, 78% en 84% in vergelijking met personen van dezelfde leeftijdsgroep die volledig zijn gevaccineerd maar geen herhalingsdosis ontvingen en met respectievelijk 47%, 84% en 94% in vergelijking met personen van dezelfde leeftijdsgroep die helemaal niet zijn gevaccineerd;
Overwegende dat het risico op infecties, hospitalisaties en opnames op intensieve zorg bij personen van 18 tot en met 64 jaar die gevaccineerd werden, is verminderd met respectievelijk 30% (69% in geval van herhaaldosis), 73% (75% in geval van herhaaldosis) en 86% (84% in geval van herhaaldosis) in vergelijking met personen van dezelfde leeftijdsgroep die helemaal niet zijn gevaccineerd;
Overwegende dat het risico op infecties, hospitalisaties en opnames op intensieve zorg bij personen van 12 tot en met 18 jaar die gevaccineerd werden, is verminderd met respectievelijk 8%, 93% en 83% in vergelijking met personen van dezelfde leeftijdsgroep die helemaal niet zijn gevaccineerd;
Overwegende dat de vaccinatie weliswaar een verminderde en afnemende werkzaamheid tegen besmetting met de Omikron-variant vertoont; dat daarom wordt verwacht dat de Omikron-variant, ondanks een toenemende immuniteit door vaccinatie of natuurlijke infectie, in de komende weken een aanzienlijke golf van besmettingen blijft veroorzaken;
Overwegende dat om de voormelde redenen sprake is van een gebeurtenis die een ernstige bedreiging veroorzaakt of kan veroorzaken ten gevolge van de aanwezigheid van een infectieus agens bij de mens, en die een groot aantal personen in België treft of kan treffen en hun gezondheid ernstig aantast of kan aantasten;
Overwegende dat de situatie in het gezondheidszorgsysteem precair blijft, niet alleen in de ziekenhuizen, maar ook in termen van draagkracht in de eerste lijn, met name wat betreft de huisartsen en testcentra, evenals de teststrategie en de contactopvolging; dat er opnieuw uitstel van zorg is, zowel in de eerste lijn als in de ziekenhuiszorg;
Overwegende dat in de epidemiologische update van de RAG van 19 januari 2022 werd geoordeeld dat het land zich nog steeds in het hoogste epidemiologische alarmniveau bevindt en dat de RAG ervan uitgaat dat er voor de komende weken zeker geen beterschap wordt verwacht;
Overwegende dat in de huidige context, met een zeer sterke toename van het aantal nieuwe infecties in alle regio's en provincies, door de verspreiding van de Omikron-variant een verdere hoge druk op de eerstelijnsgezondheidszorg en op de ziekenhuizen wordt verwacht, dat deze hoge druk nog verder kan stijgen, en meer in het algemeen op het functioneren van de samenleving als gevolg van afwezigheid van personeel door ziekte/isolatie of quarantaine, ook in kritieke sleutelsectoren; dat, hoewel het risico van ziekenhuisopname en vooral van opname op intensieve zorgen lager is bij besmetting door de Omikron-variant dan bij besmetting met de Delta-variant, verwacht wordt dat het lagere percentage ziekenhuisopnames minstens deels zal worden gecompenseerd door een veel hoger aantal besmettingen; dat bovendien, zoals hoger werd toegelicht, de bezetting van de ziekenhuisbedden nog steeds hoog is als gevolg van de vierde golf; dat het hoger vermelde, huidig aantal ingenomen ICU-bedden nog steeds boven de drempel van 300 bedden ligt, hetgeen door de Hospital & Transport Surge Capacity is gedefinieerd als de maximum capaciteit die een normale werking van ziekenhuizen toelaat; dat ook de circulatie van andere respiratoire virussen (zoals influenza) toeneemt, wat ook gevolgen kan hebben voor de gezondheidszorg; dat om de voormelde redenen sprake is van een gebeurtenis die een ernstige bedreiging veroorzaakt of kan veroorzaken ten gevolge van de aanwezigheid van een infectieus agens bij de mens, en die leidt of kan leiden tot één of meerdere van de onderstaande gevolgen in België: een ernstige overbelasting van bepaalde gezondheidszorgbeoefenaars en -voorzieningen, de noodzaak tot het versterken, ontlasten of ondersteunen van bepaalde gezondheidszorgbeoefenaars en-voorzieningen of de snelle en massale inzet van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen of persoonlijke beschermingsmiddelen;
Overwegende dat de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19 tot op heden van kracht is, en dit sinds haar afkondiging op 13 maart 2020;
Overwegende dat alle regio's, niettegenstaande er onderlinge verschillen bestaan, worden getroffen door de vijfde golf met in alle regio's het bestaan van het risico op overschrijding van de testcapaciteit en de capaciteiten in de zorg; dat een nationale coördinatie bijgevolg nog steeds vereist is om te beslissen over zowel de toepasselijke maatregelen om de verspreiding van het virus te beperken (zoals vaccinatiestrategie, teststrategie, isolatie- en quarantainemaatregelen, contactopvolging, mondmaskerdracht, luchtkwaliteit en maatregelen voor reizen), als de organisatie van de ziekenhuiscapaciteit over de provincies of regio's heen en de monitoring van de epidemiologische situatie, ook wat betreft de dataverzameling en analyse ervan; dat daarnaast ook voor alle andere sectoren buiten de gezondheidssector een optimale coördinatie nodig is om de impact van de besmettingen op de economische activiteiten te beperken; dat om de voormelde redenen sprake is van een gebeurtenis die een ernstige bedreiging veroorzaakt of kan veroorzaken ten gevolge van de aanwezigheid van een infectieus agens bij de mens, en die een coördinatie en beheer van de bevoegde actoren op nationaal niveau vereist om de dreiging weg te nemen of om de nefaste gevolgen van de gebeurtenis te beperken;
Overwegende dat de situatie bovendien nog steeds wordt erkend door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als "Public Health Emergency of International Concern" (PHEIC), en dit sinds 30 januari 2020;
Overwegende de verklaring van de regionale directeur-generaal van de WHO voor Europa van 11 januari 2022, waarin wordt opgemerkt dat de zeer besmettelijke Omikron-variant een vloedgolf van besmettingen veroorzaakt; dat in de eerste week van 2022 meer dan 7 miljoen nieuwe gevallen zijn gemeld, meer dan het dubbele van de twee weken daarvoor; dat in dit tempo meer dan 50% van de bevolking van deze regio besmet zou kunnen raken in de komende 6 tot 8 weken; dat deze situatie opnieuw een zware belasting zal vormen voor de gezondheidsstelsels en het zorgpersoneel in de verschillende staten;
Overwegende dat dezelfde verklaring oproept tot het nemen van verscheidene maatregelen om de verspreiding van besmettingen tegen te gaan, zoals het algemeen dragen van maskers, vaccinatie en boosterdoses, bewustmaking van de bevolking en in het bijzonder het respecteren van de onmiddellijke isolatie bij het optreden van ziektesymptomen; dat prioriteit moet worden gegeven aan het voorkomen en beperken van negatieve gevolgen voor kwetsbare personen en aan het tot een minimum beperken van de verstoring van gezondheidsstelsels en essentiële diensten;
Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 18 januari 2022, waarin hij met name verklaart dat de COVID-19-epidemie nog lang niet voorbij is en benadrukt dat de minder ernstige aard van de Omikron-variant niet de gevaarlijkheid ervan mag doen vergeten, in het bijzonder wat betreft zijn besmettelijkheid;
Overwegende dat bijgevolg alle criteria zoals voorzien in de definitie van een epidemische noodsituatie in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, nog steeds zijn voldaan;
Overwegende dat ook uit de voormelde risicoanalyses uitgevoerd op 12, 14 en 19 januari 2022 en het advies gegeven op 21 januari 2022 door de Minister van Volksgezondheid blijkt dat de coronavirus COVID-19 pandemie nog steeds een epidemische noodsituatie vormt in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, en dat de criteria zoals voorzien in deze definitie nog steeds voldaan zijn;
Overwegende dat, om al deze redenen, de epidemische noodsituatie in stand moet worden gehouden;
Overwegende dat het advies van de Minister van Volksgezondheid en de hogervermelde risicoanalyses aantonen dat het noodzakelijk is om de epidemische noodsituatie in stand te houden voor een duur van drie maanden, zoals toegestaan door artikel 3, § 1, tweede lid, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie; dat de prospectieve modellering, zoals opgenomen in het document "modelling results by the SIMID-consortium - rapport v20220105", en de observaties tot en met 18/01/2022 op de gemodelleerde scenario's, voor wat de nieuwe hospitalisaties en het reproductiegetal voor nieuwe hospitalisaties betreft, een evolutie onder of aan de onderkant van de verwachtingen met betrekking tot schattingen van de nieuwe hospitalisaties van het model aantonen; dat op dit moment een sterke stijging van de nieuwe hospitalisaties plaatsvindt, hetgeen zich ook vertaalt in het stijgende reproductiegetal voor wat betreft de nieuwe hospitalisaties; dat inzake de totale ziekenhuisbelasting eveneens observaties aan de onderkant van het model met betrekking tot schattingen van de totale ziekenhuisbelasting worden vastgesteld; dat de epidemiologische situatie nog steeds kritiek is, niettegenstaande de boostervaccinatiecampagne; dat, zoals hoger werd toegelicht, een verslechtering van de meeste epidemiologische indicatoren wordt waargenomen, waardoor de gezondheidszorg nog steeds sterk wordt getroffen en de normale werking ervan onmogelijk is met gevolgen voor de niet-COVID-19-zorg; dat de evolutie voor de komende maanden nog onzeker is en dat bijgevolg een coördinatie van de maatregelen op nationaal niveau ten minste voor de komende drie maanden belangrijk is;
Overwegende dat, om deze redenen, de federale regering heeft beslist dat de epidemische noodsituatie in stand wordt gehouden voor een periode van drie maanden; dat de gezondheidssituatie evenwel permanent zal worden geëvalueerd, in functie waarvan nieuwe beslissingen kunnen worden genomen;
Overwegende dat artikel 3, § 2, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, voorziet dat dit advies en deze risicoanalyses zo spoedig mogelijk worden meegedeeld aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers; dat de bevoegde overheden en diensten erop toezien dat deze zo spoedig mogelijk en zodra zij beschikbaar en bruikbaar zijn, worden bekendgemaakt ten behoeve van de bevolking overeenkomstig artikel 3, § 3, van dezelfde wet;
Overwegende dat, op het einde van de periode van drie maanden, indien de situatie aanhoudt, de instandhouding van de epidemische noodsituatie opnieuw voor een periode van maximaal drie maanden kan worden afgekondigd volgens dezelfde procedure, overeenkomstig artikel 3, § 1, tweede lid, van dezelfde wet;
Overwegende dat dit besluit in werking zal treden op 28 januari 2022, maar bij wet moet worden bekrachtigd binnen een termijn van 15 dagen vanaf de inwerkingtreding ervan; dat, bij ontstentenis van zo'n bekrachtiging, dit besluit alsook het koninklijk besluit houdende de maatregelen van bestuurlijke politie buiten werking treden;
Overwegende dat dit besluit niet het vereiste reglementaire karakter heeft in de zin van artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat dit besluit bijgevolg niet voor advies wordt voorgelegd aan de afdeling Wetgeving; dat dit eveneens wordt bevestigd in het advies nr. 68.936/AV van 7 april 2021 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State met betrekking tot het voorontwerp van wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie;
Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. De instandhouding van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie is afgekondigd tot en met 27 april 2022.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 28 januari 2022.
Art. 3. De minister bevoegd voor de Volksgezondheid en de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 27 januari 2022.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
F. VANDENBROUCKE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. VERLINDEN