Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 september 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de bestaanszekerheid (1)

Datum :
07-01-2020
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2019205759
Auteur :
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid En Sociaal Overleg

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 17 september 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de bestaanszekerheid.
Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 7 januari 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
N. MUYLLE
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage
Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid
Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 september 2019
Bestaanszekerheid (Overeenkomst geregistreerd op 15 oktober 2019 onder het nummer 154419/CO/116)
Artikel 1. Toepassingsgebied
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders, hierna "de werknemer(s)" genoemd, van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid.
Artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst is enkel van toepassing op de werknemers waarvoor de uitbreiding en/of de verhoging van de bedragen vermeld in artikel 2 geen aanleiding geeft tot toepassing van de capitatieve bijdragen zoals voorzien in artikelen 119 en 120 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I).
Met "werknemers" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werknemers.
Art. 2. Aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij gedeeltelijke werkloosheid
De werknemers die ten minste zes maanden anciënniteit in de onderneming hebben en die gedeeltelijk werkloos worden gesteld ingevolge economische of technische redenen of ingevolge overmacht in hoofde van de onderneming, hebben recht, ten laste van hun werkgever en gedurende een periode van maximum zestig dagen per jaar, op een aanvullende werkloosheidsuitkering vastgelegd vanaf 1 juli 2019 op 11 EUR per dag gedeeltelijke werkloosheid.
Art. 3. Vergoedingen bij ontslag om economische of technische redenen of redenen van structurele aard
De werknemers die door hun werkgever worden ontslagen om economische of technische redenen of redenen van de structurele aard, hebben recht, ten laste van hun werkgever, op een vergoeding waarvan het bedrag als volgt wordt vastgelegd :
- 70 EUR na 1 jaar dienst;
- 140 EUR na 2 jaar dienst;
- 200 EUR na 5 jaar dienst, verhoogd met een bedrag van 20 EUR per jaar dienst boven de 5 jaar.
Art. 4. Aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij ontslag om economische of technische redenen of redenen van structurele aard
Onverminderd de vergoeding bij ontslag om economische of technische redenen of redenen van structurele aard, zoals bepaald in artikel 3 hierboven, wordt volgende bijzondere regeling van aanvullende werkloosheidsuitkering voorzien volgens onderstaand schema voor werknemers die om economische of technische redenen of redenen van structurele aard worden ontslagen.
Werknemers met een anciënniteit van 5 tot minder dan 10 jaar in de onderneming ontvangen het in artikel 2 voorzien dagbedrag van de aanvullende werkloosheidsuitkering voor de eerste 26 dagen bewezen dagen effectieve werkloosheid, die aanvangt vanaf het verstrijken van de opzeggingstermijn of vanaf het verstrijken van de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode.
Voor de werknemers met een anciënniteit van 10 tot minder dan 15 jaar in de onderneming wordt dit gebracht op de eerste 52 bewezen dagen effectieve werkloosheid.
Voor werknemers met een anciënniteit van 15 tot minder dan 20 jaar in de onderneming wordt dit gebracht op de eerste 78 bewezen dagen effectieve werkloosheid.
Voor werknemers met een anciënniteit van 20 jaar en meer wordt dit gebracht op de eerste 104 bewezen dagen effectieve werkloosheid.
Het recht op deze aanvullende werkloosheidsuitkering wordt behouden in geval van werkhervatting.
Bestaande gunstigere regelingen op bedrijfsvlak blijven behouden.
Art. 5. De in de ondernemingen bestaande voor de werknemers gunstiger stelsels blijven behouden.
Art. 6. Opheffingsbepalingen
Volgende collectieve arbeidsovereenkomsten worden integraal opgeheven en vervangen door onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst :
- De collectieve arbeidsovereenkomst van 17 mei 2017 betreffende de bestaanszekerheid, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid (nr. 140251/CO/116);
- De collectieve arbeidsovereenkomst van 31 mei 2011 betreffende de bestaanszekerheid, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid (nr. 104417/CO/116).
Art. 7. Duur
Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 2019. Ze is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door elk der partijen worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid. De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum waarop de aangetekende brief aan de voorzitter wordt toegezonden. De poststempel geldt als bewijs.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst zal worden neergelegd ter Griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en de algemeen verbindende kracht bij koninklijk besluit wordt gevraagd.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari 2020.
De Minister van Werk,
N. MUYLLE