Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2013, gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, betreffende de risicogroepen (1)
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2014012053
- Auteur :
- Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid En Sociaal Overleg
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2013, gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, betreffende de risicogroepen.
Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 maart 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage
Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2013
Risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 1 oktober 2013 onder het nummer 117180/CO/304)
Artikel 1. Doel
Deze collectieve arbeidsovereenkomst strekt ertoe overeenkomstig artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 januari 2008 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid (1) de bijdrage en de aanwending te bepalen voor de bijzondere inspanningen van de werkgevers ten voordele van de personen die behoren tot de risicogroepen met toepassing van wet van 27 december 2006 zoals gewijzigd door hoofdstuk III van de wet van 1 februari 2011 (2).
Art. 2. Toepassingsgebied
Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de organisaties of instellingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf en zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :
- een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in het Vlaams Gewest;
- een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid op de Nederlandse taalrol.
Art. 3. Begrip risicogroepen
Met "risicogroepen" dienst verstaan te worden :
- alle werkzoekenden die in aanmerking wensen te komen voor een tewerkstelling in de sector;
- de werknemers tewerkgesteld in de sector die tengevolge van de toepassing van nieuwe technologieën of arbeidsprocessen een bij- of omscholing moeten ontvangen om werkzekerheid te behouden;
- werkzoekende jongeren;
- oudere werknemers en mindervalide werknemers;
- alle personen die zich in een precair statuut bevinden;
- alle laaggeschoolde werknemers.
Art. 4. Bijdrage
Voor de periode 2013-2014 zal elke werkgever, die valt onder het toepassingsgebied zoals vermeld in artikel 2, een bijdrage ten belope van 0,10 pct. berekend op basis van de brutolonen betaald aan de werknemers zoals aangegeven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, aan het in artikel 5 vermelde fonds voor bestaanszekerheid, waarvan de financiële middelen een fonds vormen, dat het mogelijk moet maken de doelstelling vastgelegd in artikel 1, te bereiken.
Art. 5. Stortingen
Deze bijdragen worden samen met de sociale zekerheidsbijdragen gestort aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid die deze bijdragen doorstort aan het "Sociaal Fonds voor de podiumkunsten van de Vlaamse Gemeenschap", met als maatschappelijke zetel Sainctelettesquare 17 te 1000 Brussel zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 2004 ter bepaling en aanwending van de bijdrage voor de risicogroepen geïnd door de RSZ.
Art. 6. Beheer en aanwending van het fonds
Deze bijdrage zal, binnen de perken van de financiële middelen van het fonds voor bestaanszekerheid, worden aangewend voor initiatieven ten voordele van de risicogroepen zoals omschreven in artikel 3, volgens de modaliteiten en de mogelijkheden bepaald door hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006, het koninklijk besluit van 26 april 2009 en de wet van 1 februari 2011.
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (3), dient 0,05 pct. van de loonmassa aan te rekenen op de voornoemde bijdrage bepaald in artikel 2, voorbehouden te worden ten gunste van één of meerdere groepen opgesomd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 februari 2013. Van deze 0,05 pct., dient de helft besteed te worden aan werknemers bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit (zie bijlage).
Het in artikel 5 genoemde fonds wordt paritair beheerd en werd opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 31 januari 2008.
Het beheerscomité van het in artikel 5 genoemde fonds zal de nodige initiatieven ontwikkelen om deze bijdrage te besteden zoals voorzien in artikel 1 van deze overeenkomst.
Art. 7. Inwerkingtreding en duur
Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten voor een bepaalde duur. Zij treedt in werking op 1 januari 2013 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2014.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 maart 2014.
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK
_______
Nota
(1) Registratienummer 88263.
(2) Belgisch Staatsblad van 7 februari 2011, ed. 2.
(3) Belgisch Staatsblad 8 april 2013.
Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de vermakelijkheidsbedrijf, betreffende de risicogroepen
Categorieën opgesomd in artikel 1 :
1° de werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken;
2° de werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en bedreigd zijn met ontslag :
a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de opzeggingstermijn loopt;
b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering;
c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een collectief ontslag werd aangekondigd;
3° de niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. Onder "niet-werkenden" wordt verstaan :
a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit zijn van een werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden;
b) de uitkeringsgerechtigde werklozen;
c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de tewerkstelling;
d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven;
e) de personen die gerechtigde zijn op maatschappelijke integratie in toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen;
g) de werkzoekenden die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of niet bezaten bij overlijden;
4° de personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk :
- de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden in een regionaal agentschap voor personen met een handicap;
- de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens 33 pct.;
- de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming ingevolgde de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
- de personen die als doelgroepwerknemer tewerkgesteld zijn of waren bij een werkgever die valt onder het Paritair Comité voor de beschutte en de sociale werkplaatsen;
- de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 pct.;
- de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de algemene directie personen met een handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen;
- de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot werkhervatting;
5° de jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk besluit van 25 november 1991.
Categorieën opgesomd in artikel 2 :
a) de in artikel 1, 5°, bedoelde jongeren;
b) de in artikel 1, 3° en 4° bedoelde personen die nog geen 26 jaar oud zijn.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 maart 2014.
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK