Ministerieel besluit betreffende de voorlopige opname van een selectie juweelkunst in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Bij besluit van de Vlaamse minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, Digitalisering en Facilitair Management van 17 november 2022 betreffende de voorlopige opname van roerende goederen in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap wordt bepaald:
Artikel 1. Volgende stukken juweelkunst worden als voorlopige maatregel opgenomen in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap in hoofdafdeling 1, individuele voorwerpen; afdeling 1, archeologisch erfgoed:
1° a) korte beschrijving: Omgeving Tongeren,
Zegelring met portret van Keizer Commodus I, Ca. 185,
Goud en nicolo, (lengte) gem. 1,8 cm, buitenste diameter ring: 2,1 cm,
Inv.nr. GRM 1892;
b) motivatie: De gesloten elipsvormige gouden zegelring bestaat uit een enkelvoudige metaalband met onderaan een halfronde doorsnede. Op de ring is in een polygonale celvormige ringkas met vlakke randen een blauwe camee gemonteerd, waarin in de diepte een keizersportret kijkend naar links, waarschijnlijk het portret van Keizer Commodus I, is uitgesneden. De beide zijden van de ring zijn onder de camee in afgeronde driehoekige schouders ajour opengewerkt in een asymmetrisch rankpatroon, zogenaamd opus interrasile. Deze ring is voor Vlaanderen de enige gouden uitgewerkte ring met beeltenis van een keizer (uniek). Het snijwerk van het keizersportret is van absoluut hoogstaande kwaliteit. De prachtig afgewerkte gem getuigt van een hogere kwaliteit in een keizerlijke graveertraditie. Het portret lijkt sterk op munten en cameeën uit het begin van de regeerperiode van Commodus I. Mogelijk gaat het hier om een stuk met officieel karakter. Op basis van zijn vindplaats - in de omgeving van het forum en een thermencomplex - is de ring in een eliteomgeving te situeren. Zowel het type object als de hoge kwaliteit van het snijwerk wijzen in de richting van een civiele of militaire toplaag. Dit kleine object is daardoor een boeiende getuige van de Romeinse aanwezigheid in de omgeving van Tongeren, en bij extensie in onze gebieden. De ring vertaalt als het ware de in archeologische fenomenen vervatte socio-historische informatie naar de dagelijkse realiteit van de antieke oudheid in Vlaanderen en neemt daarbij een belangrijke plaats in voor het collectieve geheugen.;
c) bewaarplaats: Tongeren, Provinciaal Gallo-Romeins Museum;
d) eigendomssituatie: Overheidsbezit
2° a) korte beschrijving: Ring, Zuid-Frankrijk of Italië,
1ste eeuw,
Zilver,
Diameter: 2,2 cm,
Inv.nr. B514/1;
b) motivatie: Bij de aanleg van de hogesnelheidslijn van Brussel naar Amsterdam werd in de periode 1999-2003 te Ekeren, Schoten, Brasschaat, Brecht, Wuustwezel en Hoogstraten archeologisch onderzoek verricht. De zilveren ring werd op de site Brecht-Zoegweg in de waterput van een inheems-Romeinse nederzetting gevonden. Dit type ring met windingen en gegranuleerde zilverbolletjes, waarschijnlijk afkomstig uit Zuid-Frankrijk of zelfs Italië, wijst op vroege contacten met grotere handelscentra (belang voor het collectieve geheugen). In België zijn verder enkel bronzen voorbeelden bekend (uniek).;
c) bewaarplaats: Antwerpen, DIVA, museum voor diamant, juwelen en zilver;
d) eigendomssituatie: Overheidsbezit.
Art. 2. Volgende stukken juweelkunst worden als voorlopige maatregel opgenomen in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap in hoofdafdeling 2, verzamelingen; afdeling 1, archeologisch erfgoed:
1° a) korte beschrijving: Goudschat van Beringen, Centraal-Europa en Noord-Frankrijk, Ca. 125-100 voor Christus,
Goud,
Variabele afmetingen,
Inventarislijst Bijlage 1;
b) motivatie: Het ensemble bestaat uit Keltische gegoten gouden munten en halssierraden, zogenaamde torques. De munten zijn niet vlak, maar hebben een concave en een convexe zijde. Onder de juwelen zijn verschillende types, bestaande uit gladde dan wel getorseerde ringen, eventueel met doorboorde sierschijfjes. Het betreft het enige Keltische votiefgouddepot voor Vlaanderen (uniek). De `schat' bevat naast munten ook prachtig uitgewerkte sierraden. Het geheel is van een bijzondere kwaliteit: technisch sterk en met een goudgehalte dat hedendaagse juwelen ver overstijgt. Hoewel het hier gegoten voorwerpen betreft, weegt een materiaaltechnisch criterium niet op tegen de grote uniciteit en kwalitatieve hoogwaardigheid van dit archeologisch ensemble. Met munten afkomstig uit Centraal-Europa en Noord-Frankrijk getuigt deze goudschat wellicht van de opkomst van de Eburonen in deze gebieden (belang voor het collectieve geheugen).;
c) bewaarplaats: Provinciaal Gallo-Romeins Museum Tongeren;
d) eigendomssituatie: overheidsbezit.
Art. 3. Volgende stukken juweelkunst worden als voorlopige maatregel opgenomen in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap in hoofdafdeling 1, individuele voorwerpen; afdeling 4, artistiek erfgoed:
1° a) korte beschrijving: Hanger met oorlepeltje en tandenstoker, eind 16de eeuw, Goud, email, parels, robijn smaragd en diamant,
lengte met ringetje: 8,3 cm; lengte zonder ringetje 7,7 cm, breedte: 7 cm,
inv.nr. 480;
b) motivatie: De hanger met oorlepeltje en tandenstoker werd door Mayer van den Bergh vóór 1902 aangekocht. In dit schitterend, laat 16de-eeuws juweel in geëmailleerd goud werden barokparels, een robijn, een smaragd en een diamant verwerkt. Robijn en smaragd werden in tafelvorm en de diamant in punt geslepen. De papegaai werd met donker- en lichtgroen, donker- en lichtblauw, wit en zwart email gekleurd. Als plaats van herkomst worden zowel Duitsland, Spanje als Praag naar voor geschoven. Op basis van een aantal bewaarde en goed gedocumenteerde `vogelhangers' wordt meestal naar Spanje als land van herkomst verwezen. Anderzijds sluit dit type juweel ook aan bij een hanger in de vorm van een valk, weliswaar zonder oorlepel en tandenstoker, uit de Waddeston Bequest, die naargelang de auteur als Weens, Praags of Hongaars wordt omschreven. Van de combinatie oorlepel met tandenstoker in een hanger zijn ook iconografische voorbeelden. Dit zeldzaam 16de-eeuwse type `vogelhanger' met oorlepeltje en tandenstoker is van artistiek uitzonderlijke kwaliteit door het gebruik van verschillende kleuren email. Het voorwerp, dat in een internationale hofcultuur moet gesitueerd worden, heeft een belangrijke cultuurhistorische waarde; het toont de traditie om hygiënische instrumenten in zilver of goud als oorlepel en tandenstoker toe te voegen aan juwelen of vouwbestek, zodat deze objecten te allen tijde beschikbaar waren voor gebruik.;
c) bewaarplaats: Antwerpen, Museum Mayer van den Bergh;
d) eigendomssituatie: Overheidsbezit.
2° a) korte beschrijving: Anoniem meester, Zuidelijke Nederlanden (?), Hanger, ca. 1580-1600,
Goud, email en parel,
3,7 cm x 2,2 cm;
b) motivatie: De hanger bestaat uit één grote barokke parel verwerkt in de vorm van een ram met gouden pootjes, hoorns en ogen, alle wit geëmailleerd. Bovenaan is er een eenvoudig ophanghaakje. Achteraan is de parel met een stukje bijgewerkt. Het werd aan de kerk geschonken in 1771 door juffrouw Maria Isabella Josepha van Horne, dochter van de stadssecretaris van Antwerpen die de Hemiksemse lusthof Hoogpoort bewoonde en zelf weldoenster was van de kerk. In het Resolutieboek (register C, 1619-1815) bewaard in het kerkarchief, noteert pastoor Mortelmans "sy heeft mij ook gegeven een doosken daer een coetelyke paerel in was verbeldende Lammeken voor de Remonstrantie. Met [sic] zegt dat ze duysent gulden daervoor heeft gegeven". Geen merken. Of dit juweel enig verband heeft met het Gulden Vlies is zéér twijfelachtig. Het moet eerder aanzien worden als een typisch - hoewel erg onvolledig - voorbeeld van een renaissance juweel, opgebouwd rond de natuurlijke vorm van een barokke parel (ijkwaarde, artistieke waarde). Elders in Vlaanderen zijn dergelijke voorbeelden weinig of niet te vinden (uniek).;
c) bewaarplaats: Hemiksem, Sint-Niklaaskerk;
d) eigendomssituatie: Bezit kerkfabriek;
3° a) korte beschrijving: Clusterring met miniatuurportret, ca. 1670-1680, Goud, email, diamanten, 23 x 16 mm, kast 16 x 13 mm, 6,6 gram, inv. B512/25;
b) motivatie: Ringen met scharnierend deksel met daarin een miniatuurportret zijn bijzonder zeldzaam (uniek). In deze ring wordt het gegraveerde miniatuurportret bovendien gecombineerd met een geëmailleerd figuurtje waarvan de betekenis nog niet helemaal duidelijk is. De ring kan als een herinnering aan een overledene opgevat worden, maar evenzo als een verlovingsring. De gouden clusterring is representatief voor de 17de eeuw, wat ondersteund wordt door iconografische bronnen, in casu vrouwenportretten. Op basis van bewaarde exemplaren en die iconografische bronnen wordt aangenomen dat de clusterringen meestal rond zijn. Ovale exemplaren zijn zeldzamer. Er zijn voor de 17de eeuw nauwelijks ringen bekend met miniatuurportretten. De sleutel voor het ontcijferen van de betekenis van de ring ligt besloten in die miniatuurvoorstelling die vooralsnog niet met zekerheid ontsluierd is en dus nog meerdere interpretaties toelaat. De analyse van het miniatuurportret biedt mogelijkheden om het geheel op basis van mode-elementen preciezer te dateren of op zijn minst een datum post quem aan te geven wat betreft de integratie van het portret. De introductie van bepaalde slijpvormen en de kledij in het portret zijn alvast in +/- dezelfde decennia van de 17de eeuw te situeren. Door de combinatie van de verschillende slijpvormen van de diamanten - waaronder de in de laatste decennia van de 17de eeuw geïntroduceerde tafelfacetsteen -, het gebruik van email, de typologie van de ring, de integratie van grafiek en een miniatuur vormt dit juweel een scharnierstuk in de studie van de Europese juweelkunst, zowel naar realisatie als naar gebruik en betekenis (ijkwaarde, schakelfunctie, artistieke waarde).;
c) bewaarplaats: Antwerpen, DIVA, museum voor diamant, juwelen en zilver;
d) eigendomssituatie: Privébezit.
4° a) korte beschrijving: Heilige Geesthanger, ca. 1640, inv.nr. S2014/4:
- Ring goud, robijnen, parel en email, 35 x 22 x 6 mm, 3,82 gram: inv.nr.: S2014/4/1;
- Etui: Leer, fluweel, papier en koper; 45 x 29 x 11 mm: inv.nr. S2014/4/2;
b) motivatie: Heilige Geesthanger in een lederen schrijn dat binnenin bekleed is met fluweel en aan de onderzijde afgewerkt met gemarmerd papier. De scharnieren en sluitingen zijn in verguld koper. Op de onderzijde van het etui staat in inkt het getal "14752" genoteerd. Mogelijk is dit een verwijzing naar een voormalige collectie en/of verkoop. De hanger is een neerwaarts hangende duif met gespreide vleugels, met aan de bovenzijde vijf robijnen. Aan de open bek hangt een pareltje. Op het wit email is in grijs de vedertextuur aangegeven. Heilige Geesthangers komen in de 17de eeuw zowel in de Zuidelijke als de Noordelijke Nederlanden in inventarissen en op kinder- en vrouwenportretten voor. Het juweel benadrukt de band tussen de mens en God. De juwelen worden als uitdrukking van hun geloof gekoesterd, in beeld gebracht en uit devotie soms bij testament overgemaakt aan kerken. Deze Heilige geesthanger met typisch 17de-eeuws emailwerk en robijnen - en dus zeldzamer dan exemplaren met diamanten - bleef afgaande op het bijpassende etui zeer lang in familiebezit. Dit extra stuk context, maakt samen met het gebruik van email, robijnen en parel van dit object een bijzonder exemplaar waaraan de beschrijvende elementen uit boedelinventarissen afgetoetst kunnen worden (uniek, artistieke waarde, belang voor het collectieve geheugen).;
c) bewaarplaats: Antwerpen, DIVA, museum voor diamant, juwelen en zilver;
d) eigendomssituatie: Overheidsbezit.
5° a) korte beschrijving: Demi-parure Vilain XIIII met etui, ca. 1810, inv. nr.: B560/1:
- Halsketting: Zilver, goud, amethist en diamant, Hoogte 0,9 cm, lengte 46,5 cm, 86,06 gram, inv.nr.: B560/1/1;
- Oorhangers: Zilver, goud, amethist en diamant, Hoogte 1,6 cm, 6,2 x 2,3 cm, 8,69 gram, inv.nr.: B560/1/2;
- Etui, Leer met goudopdruk, inv.nr.: B560/1/3;
b) motivatie: Bij officiële bezoeken aan de Franse departmenten en naar aanleiding van de geboorte van de koning van Rome ontving Napoleon Bonaparte niet alleen geschenken, maar werden mensen uit de keizerlijke entourage ook bedacht met cadeaus. De typische Empire parure met origineel etui dat later door Zoë de Feltz (1780-1853), gravin Vilain XIIII, aan de kerk werd geschonken is daarvan een schitterend en voor onze gewesten een zeldzaam bewaard gebleven voorbeeld met internationale uitstraling. Het ensemble is ook een getuige van de nauwe band van de familie Vilain XIIII met de lokale parochiegemeenschap, die op haar beurt het juweel als onderdeel van de verering van Onze-Lieve-Vrouw van Wissekerke jaarlijks in de processie op 15 augustus meedroeg (uniek, belang voor het collectieve geheugen, artistieke waarde, ijkwaarde).;
c) bewaarplaats: Antwerpen, DIVA, museum voor diamant, juwelen en zilver;
d) eigendomssituatie: Bezit Kerkfabriek.
6° a) korte beschrijving: Oscar Massin,
Broche `Couronne pompadour' in etui, 1878,
inv. nr.: B512/24: - Broche: Goud en zilver, ca. 160 x 110 mm, 80,3 gram; Drie spelden: Verguld metaal, lengte 30, 124 en 126 mm, 9,17 gram, inv.nr.: B512/24/1;
- Etui: Sagrijnleder, fluweel, karton, papier en verguld metaal; 60 x 135 x 200 mm, inv.nr.: B512/24/2;
b) motivatie: Werk van de internationaal hoog aangeschreven Oscar Massin, die als juwelier in Parijs werkzaam was, is bijzonder zeldzaam. De broche is het enige juweel van deze uit Luik afkomstige juwelier dat zich in een Vlaamse en bij uitbreiding Belgische openbare collectie bevindt. De aanpasbare broche is een bijzonder goed voorbeeld van de artistieke en technische innovatie waarvoor Massin al in de 19de eeuw geroemd werd. Het juweel kan ook rechtstreeks verbonden worden met prototypes of maquettes die op internationale en industriële tentoonstellingen in 1878 en 1879 in Parijs georganiseerd werden. Massin hechtte veel belang aan de opleiding van juweelontwerpers en juweliers en schonk daarom in meerdere fases een deel van zijn tekeningen, gravures, publicaties en modellen aan het Musée de l'Industrie in Brussel, waarvan de collectie al op het einde van de 19de eeuw verspreid geraakte. Het oeuvre van Massin is van cruciaal belang om de internationale ontwikkelingen van de juweelkunst in het laatste kwart van de 19de eeuw te bestuderen en is ook het ijkpunt om de artistieke en technische kwaliteit van de Belgische juweelkunst, die hem nauw aan het hart lag, in die periode af te toetsen.;
c) bewaarplaats: Antwerpen, DIVA, museum voor diamant, juwelen en zilver;
d) eigendomssituatie: Privébezit
7° a) korte beschrijving: Naar ontwerp van Jean Bethune, parure, 1878 (?) met latere toevoegingen in etui Edouard Bourdon, inv.nr. A2011.11:
- Juwelen: Goud, platina, diamant, safier, smaragd, robijn parel en email;
- Etui: 4,5 x 16,2 x 18,8 cm;
b) motivatie: Juwelen in neogotische burgerlijke context zijn uiterst zeldzaam. Dit ensemble gerealiseerd door het huis Bourdon uit Gent, gespecialiseerd in religieus edelsmeedwerk en juwelen, kan zowel aan de ontwerper Jean Bethune, die een vooraanstaande rol speelde in de ontwikkeling van de neogotiek in België, als de familie (de) Bethune gelinkt worden. Van de zwanenhanger is het ontwerp bekend. Dit ontwerp werd mee afgebeeld op een litho van Ch. Vande Vyvere-Petit die in 1906 door Jules Helbig werd gepubliceerd. Op die plaat staan naast de breloque ook afbeeldingen van medaillons en een halsband die door het huis Bourdon werden uitgevoerd. De halsband in de juwelenset sluit mooi aan bij het gepubliceerde voorbeeld en laat toe om in te schatten welke technieken en materiaal gebruikt werden voor de realisatie van dit model. De zwanenhanger is kort voor of na het huwelijk van Jean-Baptiste de Bethune jr met Anne-Clementine Roger de Villers in 1876 gecreëerd. Op basis van de herkomst moet het geëmailleerde plaatje met monogram onder gravenkroon ten vroegste van 1913 - het jaar waarin Jeanne de Bethune met graaf Louis de Beauffort huwde - dateren. Het ensemble is een representatief en op het vlak van juwelen zeldzaam voorbeeld om de samenwerking met en de impact van Bethune op het atelier Bourdon te illustreren (artistieke waarde, belang voor het collectieve geheugen).;
c) bewaarplaats: Gent, STAM;
d) eigendomssituatie: Overheidsbezit.
8° a) korte beschrijving: Anoniem naar ontwerp van Henry Van de Velde, Persoonlijke dasspeld van Henry van de Velde, ca. 1900, Zilver
7x1,6 cm
inv.nr. 1997-0087;
b) motivatie: Dasspeld waarvan het decoratieve element is uitgewerkt als het persoonlijke monogram van Henry Van de Velde. De kunstenaar deponeerde dat monogram op 31 mei 1899. Het werd gebruikt als merkteken op al zijn ontwerpen en realisaties. Henry van de Velde ontwierp verschillende hangers met het monogram van de bestemmelinge. Het zijn waarschijnlijk dergelijke opdrachten die hem ertoe brachten zijn eigen monogram vorm te geven. Hoewel het vóór 1899 tot stand kwam, deponeerde hij het in 1899 in Duitsland toen hij er een toenemend succes kende. Het is omstreeks deze periode dat Van de Velde zijn monogram als dasspeld in zilver liet realiseren. Van de vier dasspelden die Henry van de Velde ontwierp, is het de enige die een monogram als sierknop heeft. Wie ze heeft uitgevoerd - een Brusselse of Berlijnse zilversmid- is onbekend. Juwelen van Henry van de Velde zijn bijzonder zeldzaam. Deze dasspeld is een uniek exemplaar afkomstig uit het nalatenschap van de kunstenaar. Het werd in 1997 door Nicole van de Velde geschonken aan het Design museum Gent. Zoals de hangers met het monogram die hij voor vrouwelijke opdrachtgevers ontwierp, past hij voor zijn persoonlijke dasspeld hetzelfde principe toe. Zijn monogram groeide uit tot een icoon (zeldzaam, ijkwaarde, artistieke waarde).;
c) bewaarplaats: Gent, Design museum Gent;
d) eigendomssituatie: Overheidsbezit.
9° a) korte beschrijving: Jean Baptiste Dees, Ring Leopold I in etui met bijhorende schenkingbrief gericht aan Gérard Waefelaer, 1835, Inv.nr. B512/10:
- B512/10/1 Ring: Goud, zilver, diamant en email; Hoogte 23 mm; diameter 23 mm;
- B512/10/2 Etui: Leer, fluweel, zijde en messing; 43 x 43 x 50 mm;
- B512/10/3 Brief: Papier ; 275 x 222 mm;
b) motivatie: Koninklijke juwelen uit de regeerperiode van Leopold I zijn uiterst zeldzaam en in het bijzonder uit deze beginperiode van de Belgische monarchie. De heer Gérard Waefelaer was stadssecretaris van Brussel en heeft bij de geboorte van Leopold II de officiële akte opgemaakt. Gezien het belang van een mannelijke opvolger heeft koning Leopold I bij de geboorte van de kroonprins aan de heer Waefelaer deze gouden ring met diamanten en email cadeau gedaan. Dit geschenk kadert dus in een ruimer gebruik waarmee de 'dynastieke aspiraties' van de monarchie in de verf gezet konden worden. Dat de ring samen met het oorspronkelijk etui en de schenkingsbrief bewaard is gebleven is van wezenlijk belang. Deze gouden ring is het eerste stuk uit de periode 1830-1865 dat als Belgisch geïdentificeerd kan worden en ook het eerste stuk waarop het persoonlijk meesterteken van juwelier Jean-Baptiste Dees werd teruggevonden. Van deze juwelier is ook bekend dat hij meerdere trofeeën in opdracht van Leopold I geleverd heeft voor de paardenrennen in Brussel. Daarvoor werkte hij samen met edelsmid Paul Wouters en werden de nieuwste technieken aangewend. Dees is in wezen de opvolger van Joseph Germain Dutalis (1780-1852), die hofleverancier van Koning Willem i was. Zijn plaats als hofjuwelier wordt later ingenomen door Jean Dufour (1803-1877). Met andere woorden het is een uiterst zeldzaam en historisch belangrijk stuk dat het gebruik om hofdignitarissen, kunstenaars, nijveraars en ambtenaren te begiftigen, illustreert. Bovendien is het een scharnierstuk voor de kennis van de Belgische juweelkunst in de 19de eeuw.
c) bewaarplaats: Antwerpen, DIVA, museum voor diamant, juwelen en zilver;
d) eigendomssituatie: Privébezit.
Tegen dit besluit kan een beroep tot nietigverklaring of een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden ingediend bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het verzoekschrift wordt ingediend, hetzij elektronisch via een beveiligde website van de Raad van State (http://eproadmin.raadvst-consetat.be/), of met een ter post aangetekende brief die wordt toegezonden aan de Raad van State (Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel). Het verzoekschrift wordt ingediend binnen een termijn van zestig dagen nadat de beslissing werd betekend. Indien de beslissing niet betekend diende te worden, gaat de termijn in met de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gehad
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld