Ministerieel besluit houdende verlenging en uitbreiding van de concessie voor de exploratie en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen in de territoriale zee en op het continentaal plat van België toegekend aan de BV De Hoop Bouwgrondstoffen c.o. Satic nv - Noorderlaan 147 B33 te 2030 Antwerpen

Datum :
15-09-2021
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
3 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2021033162
Auteur :
Federale Overheidsdienst Economie, K.m.o., Middenstand En Energie

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

De Minister van Economie,
Gelet op de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat, artikel 3, gewijzigd bij de wetten van 20 januari 1999 en 22 april 1999;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 2004 betreffende de voorwaarden en de toekenningsprocedure van concessies voor de exploratie en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen in de territoriale zee en op het continentaal plat, artikel 15, § 1;
Gelet op het ministerieel besluit E6/2001/CP19/ van 9 januari 2002 houdende verlening aan de BV De Hoop Bouwgrondstoffen c.o. Satic nv - Noorderlaan 147 B33 te 2030 Antwerpen, van een concessie voor de exploratie en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen in de territoriale zee en op het continentaal plat van België, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 4 november 2011;
Overwegende de aanvraag van 9 december 2020 waarbij de BV De Hoop Bouwgrondstoffen c.o. Satic nv - Noorderlaan 147 B33 te 2030 Antwerpen, een verlenging aanvraagt van zijn concessie E6/2001/CP19/ van 9 januari 2002 voor de exploratie en de exploitatie van zand en grind in de controlezones 1, 2, 3, 4 en 5, zoals bepaald in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 22 mei 2019 tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan voor de periode van 2020 tot 2026 in de Belgische zeegebieden;
Overwegende dat de aanvraag tot verlenging en uitbreiding van de concessie ten minste één jaar voorafgaand aan de einddatum van de voorgaande concessie werd ingediend;
Overwegende de volledigheid van de concessieaanvraag;
Overwegende de verklaring van de minister die de Bescherming van het mariene milieu onder zijn bevoegdheid heeft dat het milieueffectbeoordelingsrapport volledig en afdoende is;
Overwegende de bekendmaking van de concessieaanvraag in het Belgisch Staatsblad van 14 januari 2021;
Overwegende het positief advies van de Raadgevende Commissie belast met de coördinatie tussen de administraties die betrokken zijn bij het beheer van de exploratie en de exploitatie van het continentaal plat en van de territoriale zee, gegeven op 1 juni 2021;
Overwegende het gunstig advies van de minister die de Bescherming van het mariene milieu onder zijn bevoegdheid heeft;
Overwegende het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 houdende de regels betreffende de milieueffectenbeoordeling in toepassing van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat,
Besluit :
Artikel 1. De concessie van de BV De Hoop Bouwgrondstoffen c.o. Satic nv (met ondernemingsnummer 0404.669.746) toegekend door het ministerieel besluit van 9 januari 2002 houdende verlening aan de BV De Hoop Bouwgrondstoffen c.o. Satic nv - Noorderlaan 147 B33 te 2030 Antwerpen, van een concessie voor de exploratie en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen in de territoriale zee en op het continentaal plat van België, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 4 november 2011, wordt verlengd en uitgebreid met controlezone 5, zoals bepaald in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 22 mei 2019 tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan voor de periode van 2020 tot 2026 in de Belgische zeegebieden, van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2031.
Art. 2. Er worden geen bijkomende voorwaarden opgelegd en geen compensatie in milieuvoordelen gevraagd voor deze de concessie.
Art. 3. Het besluit van de gemotiveerde conclusie, opgesteld overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 houdende de regels betreffende de milieueffectenbeoordeling in toepassing van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat, is gevoegd als bijlage bij dit besluit.
De volledige gemotiveerde conclusie van juni 2021 wordt gepubliceerd op de website van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie onder het thema Ondernemingen/Specifieke sectoren/ Zandwinning op Zee/Concessievergunningen.
Art. 4. De gemotiveerde conclusie, opgesteld overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 houdende de regels betreffende de milieueffectenbeoordeling in toepassing van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat en het concessiebesluit worden betekend aan de aanvrager. Een afschrift van het ministerieel besluit en de gemotiveerde conclusie worden overgemaakt aan de leden van de raadgevende Commissie vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 12 augustus 2000 tot instelling van de raadgevende Commissie belast met de coördinatie tussen de administraties die betrokken zijn bij het beheer van de exploratie en de exploitatie van het continentaal plat en van de territoriale zee en tot vaststelling van de werkingsmodaliteiten en -kosten ervan.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 15 september 2021.
P.-Y. DERMAGNE

Bijlage
Besluit van de gemotiveerde conclusie van juni 2021
20. Besluit
De aanvragen van Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, afdeling Kust, C.B.R. Cementbedrijven nv - Afdeling SAGREX en De Hoop Bouwgrondstoffen bv c.o. SATIC nv voor de extractie van mariene aggregaten in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België werd onderzocht en beoordeeld door de experten van het bestuur en OD Natuur. De invloed van de aangevraagde activiteit werd in deze gemotiveerde conclusie onderzocht voor alle relevante disciplines.
20.1 Aanvaardbaarheid van de activiteit
De aanvraag voor het winnen van 15 Mm 3 zand gespreid over 5 jaar is aanvaardbaar voor wat betreft de effecten op de disciplines behandeld in deze gemotiveerde conclusie, mits inachtname van de toepasselijke mitigerende maatregelen en voorwaarden die in deze beoordeling geformuleerd worden en die tot doelstelling hebben om de impact op klimaat en atmosfeer, hydrodynamica en sedimentologie, onderwatergeluid, veiligheid, verontreiniging, schadelijke stoffen, soorten en habitats, zeezicht, cultureel erfgoed, onderwaterlandschap, en conflicten met andere menselijke activiteiten te vermijden of op zijn minst tot een aanvaardbaar minimum te herleiden. Het project heeft geen effect op de bevolking of de volksgezondheid.
De verdeling van de volumes over de verschillende controlezones en sectoren moet rekening houden met wettelijk vastgelegd maxima.
Tot sector 4a gesloten wordt, blijft zandwinning in deze zone toegelaten voor commerciële bedrijven.
Voor uitzonderlijke projecten dient sector 4a gebruikt te worden in plaats van sector 4c tot sector 4a gesloten wordt.
De cumulatieve en grensoverschrijdende effecten zijn, voor zo ver die kunnen beoordeeld worden, niet betekenisvol en aanvaardbaar.
20.2 Compensatie in milieuvoordelen
Er wordt geen compensatie in milieuvoordelen gevraagd.
20.3 Aanbevelingen
Het bestuur heeft geen bijkomende aanbevelingen.
20.4 Monitoring
Overeenkomstig de wet van 13 juni 1969 is de exploratie en de exploitatie van zand onderworpen aan een continu onderzoek naar de invloed van de betrokken activiteiten op de sedimentafzettingen en op het mariene milieu. Indien uit het continu onderzoek blijkt dat de betrokken activiteit onaanvaardbare nadelige gevolgen voor de sedimentafzettingen of voor het mariene milieu heeft, kan de concessie, geheel of gedeeltelijk, opgeheven of geschorst worden. Deze continue monitoring wordt uitgevoerd door de FOD Economie, de BMM en het Instituut voor Landbouw- Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). Om de drie jaar worden de resultaten van dat onderzoek aan de Raadgevende Commissie voorgelegd. Daarnaast wordt een studiedag georganiseerd waar de resultaten ook aan een breder publiek voorgesteld worden.
In het monitoringprogramma wordt de impact bepaald op zandvoorraden, bathymetrie, zeebodemsamenstelling, sedimenttransport en stromingen, en op biologische parameters, waaronder de impact op habitats, benthos en visbestanden. De meest recente studiedag werd gehouden op 20 november 2020 (Vandenreyken, 2020).
Er wordt geen bijkomende monitoring van bodemleven, zeebodem, zeebodemintegriteit, sediment en sedimenttransport voorgesteld buiten deze reeds voorzien, maar er worden wel aandachtspunten naar voren geschoven (zie hoofdstuk Hydrodynamica en sedimentologie). Daarnaast worden, binnen het bestaande monitoringprogramma, de aanbevelingen geformuleerd in het hoofdstuk Hydrodynamica en sedimentologie onderzocht, met tot doel deze, indien opportuun, eventueel gewijzigd als voorwaarde te stellen in de toekomst voor alle concessiehouders.
Naast deze continue monitoring is er een automatisch registreersysteem aan boord van elk ontginningsvaartuig dat actief is in het BNZ (`Black Box' - electronic monitoring system (EMS)). Dit systeem registreert informatie met betrekking tot de locatie, het tijdstip en de ontginningsactiviteit (vb. de status van de pompen en het ontgonnen volume). Aan de hand van de via EMS verzamelde gegevens kunnen ontgonnen volumes in kaart gebracht worden tegenover de bathymetrie, die in kaart gebracht wordt via metingen door middel van een Multibeam Ecosounder (MBES). Meetdienst Oostende van het KBIN staat in voor het beheer van het Black Box systeem en de rapportering van eventuele inbreuken. Het percentage van de vergunde zones waar effectief zand gewonnen wordt kan in kaart gebracht worden, en geeft wetenschappelijke informatie inzake de footprint van deze activiteit.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 15 september 2021 houdende verlenging en uitbreiding van de concessie voor de exploratie en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen in de territoriale zee en op het continentaal plat van België toegekend aan de BV De Hoop Bouwgrondstoffen c.o. Satic nv - Noorderlaan 147 B33 te 2030 Antwerpen.
De Minister van Economie,
P.-Y. DERMAGNE