Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 25 maart 2004 tot aanwijzing van de ambtenaren die bevoegd zijn voor bepaalde taken inzake de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen en inzake de kwaliteitsbewaking

Datum :
25-08-2004
Taal :
Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2004036430
Auteur :
Ministerie Van De Vlaamse Gemeenschap

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
Gelet op het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, inzonderheid op hoofdstuk VIII, afdeling 2, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 1996, 8 juli 1997, 15 juli 1997, 7 juli 1998, 18 mei 1999 en 30 juni 2000;
Gelet op het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers, inzonderheid op artikel 15, gewijzigd bij decreten van 3 februari 1998, 14 juli 1998, 8 december 2000 en 19 maart 2004;
Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, inzonderheid op Titel I, artikel 2, § 1, 7° en Titel III, gewijzigd bij decreten van 17 maart 1998, 18 mei 1999, 8 december 2000 en 19 maart 2004;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen, inzonderheid op de artikelen 2, § 3 en 6, § 1, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 juli 1997, 23 juli 1998 en 6 oktober 1998;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998 betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2000;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering;
Gelet op het ministerieel besluit van 25 maart 2004 tot aanwijzing van de ambtenaren die bevoegd zijn voor bepaalde taken inzake de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen en inzake de kwaliteitsbewaking;
Gelet op het ministerieel besluit van 5 augustus 2003 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake huisvesting aan ambtenaren van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid artikel 11, 21°;
Gelet op het besluit van de leidende ambtenaar van AROHM van 7 juli 2004 tot aanwijzing van een ambtenaar die bevoegd is voor bepaalde taken inzake de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen en kwaliteitsbewaking,
Besluit :
Artikel 1. Artikel 1 van het ministerieel besluit van 25 maart 2004 tot aanwijzing van de ambtenaren die bevoegd zijn voor bepaalde taken inzake de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen en inzake kwaliteitsbewaking wordt vervangen door wat volgt :
« Artikel 1. De hierna vermelde ambtenaren van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zijn bevoegd om de taken, verbonden aan het beheer van de inventaris uit te oefenen, bedoeld in artikel 2, § 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen op het grondgebied van het Vlaams Gewest.
Zij oefenen tevens de bevoegdheden uit die verbonden zijn aan de controle van de kwaliteitsbewaking van woningen, bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998 betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen en zijn voorts bevoegd om de kwaliteit en de veiligheid van kamers te beoordelen, zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers.
Zij zijn gerechtigd om bij de uitoefening van die taken melding te maken van de functiebenaming « Controleur kwaliteitsbewaking ».
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Art. 2. Artikel 3 van bovenvermeld besluit wordt vervangen door wat volgt :
« Art. 3. De hierna vermelde ambtenaren van de in artikel 1 vermelde administratie krijgen de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie bij het opsporen van wanbedrijven en het opmaken van processen-verbaal in de gevallen bepaald in het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers en in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Zij zijn gerechtigd om bij de uitoefening van deze taken melding te maken van de functiebenaming « wooninspecteur ».
Art. 3. Het besluit van de leidende ambtenaar van AROHM van 7 juli 2004 tot aanwijzing van een ambtenaar die bevoegd is voor bepaalde taken inzake de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen en kwaliteitsbewaking, wordt opgeheven.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op datum van ondertekening ervan.
Brussel, 25 augustus 2004.
M. KEULEN