Omzendbrief BA 2003/06 betreffende het vakantiegeld van de burgemeesters, schepenen en O.C.M.W.-voorzitters

Datum :
16-05-2003
Taal :
Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2003035582
Auteur :
Ministerie Van De Vlaamse Gemeenschap

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Drpartement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw

Aan de provinciegouverneurs
Ter kennisgeving aan :
- de colleges van burgemeester en schepenen
- de voorzitters van de O.C.M.W.'s
1. Inleiding
Met het aantreden van de nieuwe gemeentebesturen op 1 januari 2001 hebben burgemeesters en schepenen, in het kader van de financiële herwaardering van hun mandaat, recht gekregen op een vakantiegeld ingevolge artikel 19, § 1bis, van de nieuwe gemeentewet, zoals ingevoegd door de wet van 4 mei 1999.
Parallel daarmee werd ook voor O.C.M.W.-voorzitters een recht op vakantiegeld, aansluitend op dat van de schepenen, ingeschreven in de O.C.M.W.-wet (cf. artikel 38 van de O.C.M.W.-wet, zoals gewijzigd door het decreet van 18 mei 1999).
Met een koninklijk besluit van 16 november 2000 heeft de Koning, ter uitvoering van de nieuwe gemeentewet die op dat ogenblik nog niet geregionaliseerd was, als berekeningswijze van dit vakantiegeld de regels van toepassing gesteld van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's Lands algemeen bestuur.
Inmiddels werd de nieuwe gemeentewet geregionaliseerd door de bijzondere Lambermontwet van 13 juli 2001. Het is dan ook niet logisch dat het vakantiegeld van de Vlaamse gemeentelijke uitvoerende mandatarissen en O.C.M.W.-voorzitters gekoppeld blijft aan het vakantiegeld van het personeel van de federale overheid. Het is veeleer wenselijk dat hun vakantiegeld aansluit op de regeling die ook geldt voor het personeel van hun eigen bestuursniveau.
De Vlaamse regering opteert er dan ook voor om het vakantiegeld van de gemeentelijke mandatarissen en de O.C.M.W.-voorzitters te koppelen aan de regels die gelden voor het personeel van niveau A van de Vlaamse lokale en provinciale besturen. De Vlaamse regering zal daartoe op korte termijn de nodige juridische stappen zetten.
Met deze omzendbrief verzoeken wij de besturen dan ook om inzake de vaststelling van het vakantiegeld voor de genoemde mandatarissen, in afwachting van deze besluiten, al rekening te houden met deze beleidslijn. Tegelijkertijd willen wij ook inzicht geven in de wijze waarop vanaf 2004 het vakantiegeld voor de desbetreffende gemeentelijke en O.C.M.W.-mandatarissen, berekend zal worden.
Het sectoraal akkoord 2003-2004 voor het personeel van de lokale en provinciale besturen bevat een gefaseerde verhoging van het vakantiegeld voor het lokale personeel die ingaat vanaf 2004.
2. Vakantiegeld 2003
Zoals reeds vermeld, is het vakantiegeld voor de uitvoerende gemeentelijke mandatarissen en de O.C.M.W.-voorzitters thans gekoppeld aan het vakantiegeld van het federale overheidspersoneel.
Ter uitvoering van het intersectoraal akkoord 2001-2002 van 21 juni 2001 (Comité A) wordt voor de federale ambtenaren al in 2003 voorzien in een verhoging van het vakantiegeld. Dat betekent dat het vakantiegeld voor de gemeentelijke uitvoerende mandatarissen en O.C.M.W.-voorzitters in 2003 eveneens op dezelfde wijze verhoogd zou kunnen worden.
Om te voorkomen dat er in 2003 een discrepantie ontstaat tussen de bedragen van het vakantiegeld van de lokale mandatarissen en van het personeel dat onder hun gezag staat, verzoeken wij u om, in afwachting van de hierboven aangekondigde wijziging van de regelgeving via een besluit van de Vlaamse regering, deze verhoging voor 2003 niet toe te passen en u bij de berekening van het vakantiegeld te beperken tot de gebruikelijke indexberekening zoals bepaald in het koninklijk besluit van 30 januari 1979.
3. Vakantiegeld 2004 en volgende jaren
Het vakantiegeld voor dit personeel is momenteel geregeld in het besluit van de Vlaamse regering van 13 september 2002. Met toepassing van dit besluit wordt het vakantiegeld tot nog toe berekend op grond van een forfaitair gedeelte (te indexeren) en een variabel gedeelte.
Het sectoraal akkoord 2003-2004 voor het personeel van de lokale en provinciale besturen heeft de gefaseerde verhogingen van het vakantiegeld gedifferentieerd per niveau. De uitvoerende mandatarissen van gemeenten en O.C.M.W.'s zullen een vakantiegeld genieten zoals het personeel van het niveau A.
De tabel hierna geeft de gefaseerde verhogingen van het vakantiegeld voor het niveau A weer, zoals die ingevoegd zullen worden in het besluit van de Vlaamse regering van 13 september 2002.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
(*) Het totale bedrag van het vakantiegeld (forfaitair + veranderlijk gedeelte) mag nooit hoger zijn dan 92 % van een twaalfde van het jaarsalaris, vastgesteld volgens de indexverhogingscoëfficiënt van de maand maart van het vakantiejaar.
Voor een meer uitgebreide toelichting omtrent de wijze van berekening verwijzen wij naar de omzendbrief BA 2003/05 houdende toelichting bij het sectoraal akkoord 2003-2004 voor het personeel van de lokale en provinciale besturen.
Wij verzoeken u de datum van de bekendmaking van deze omzendbrief in het Belgisch Staatsblad op te nemen in het volgende nummer van het Bestuursmemoriaal.
Wij bezorgen deze omzendbrief ook rechtstreeks aan alle gemeentebesturen.
Deze omzendbrief staat ook op het volgende internetadres : http://www.binnenland.vlaanderen.be/omzend.htm.
P. VAN GREMBERGEN,
Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken
M. VOGELS,
Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid, Gelijke Kansen en Ontwikkelingssamenwerking