Besluit van de Regering houdende vastlegging van de procedure voor de erkenning en de sluiting van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten .
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1995033075
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
1° de wet op de ziekenhuizen : de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 7 augustus 1987;
2° de Minister : de bevoegde Minister van de Duitstalige Gemeenschap;
3° de Adviescommissie : de Adviescommissie voor de ziekenhuizen, bejaardentehuizen en rust- en verzorgingstehuizen;
4° de Commissie van beroep : de Commissie van beroep der ziekenhuizen opgericht door het koninklijk besluit van 19 november 1993 betreffende de samenstelling en de werking van het rechtscollege opgericht door artikel 76 van de wet op de ziekenhuizen.
Artikel 2 Om een ziekenhuis of een ziekenhuisdienst te mogen exploiteren is een erkenning verplicht welke door de Minister uitgereikt wordt.
Hoofdstuk 2. Voorlopige erkenning
Artikel 3 § 1. Wie voor de eerste keer een aanvraag om erkenning indient voor een ziekenhuis of ziekenhuisdienst verkrijgt een voorlopige erkenning wanneer die aanvraag aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden opgenomen in artikel 4 voldoet. Zo niet wordt de voorlopige erkenning geweigerd.
De diensten die het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot sluiting mogen een voorlopige erkenning niet verkrijgen.
§ 2. Binnen veertien dagen na de ontvangst van de aanvraag bedoeld in § 1, betekent de Minister de voorlopige erkenning aan de inrichtende macht. Een ziekenhuis of ziekenhuisdienst mag slechts na de ontvangst van die voorlopige erkenning in dienst worden genomen.
De voorlopige erkenning is voor zes maanden geldig maar mag voor dezelfde termijn verlengd worden.
Artikel 4 § 1. Opdat een aanvraag om erkenning ontvankelijk is, moet zij ten minste volgende documenten omvatten :
1° een door de Minister, bij toepassing van artikel 26 van de wet op de ziekenhuizen uitgereikte vergunning waaruit blijkt dat het ziekenhuis of de ziekenhuisdienst in het raam van het ziekenhuisprogramma past;
2° een bijzondere vergunning uitgereikt door de Minister bij toepassing van artikel 29 van de wet op de ziekenhuizen, overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 oktober 1992 tot vaststelling van de procedure voor de toekenning van een vergunning voor de indienstneming en de exploitatie van ziekenhuisdiensten werkzaam in het Duitse taalgebied;
3° een nota met vermelding van de samenstelling van de inrichtende macht van het ziekenhuis, namen en onderschriften van de directeur en van de hoofdgeneesheer;
4° een document met de samenstelling van de Medische Raad;
5° een lijst van de geneesheren, van het verpleegkundig en verplegend personeel per dienst, alsmede van het paramedisch personeel met kwalificatie, inschrijvingsnummer en tewerkstellingsduur;
6° een plan dat de bestemming der lokalen en het aantal bedden in de kamers voor de ziekenhuisverpleging alsmede de interne verbindingswegen van de inrichting aanduidt;
7° een beschrijvende nota die aanduidt of de normen inzake technische uitrusting al dan niet worden nageleefd en, desgevallend, op welke wijze;
8° in voorkomend geval een afschrift van de overeenkomst tussen het betrokken ziekenhuis en de instellingen waarmee een functionele binding moet verzekerd worden overeenkomstig de geldende erkenningsnormen;
9° een attest uitgereikt door de bevoegde burgemeester op basis van een verslag van de bevoegde brandweerdienst en waaruit blijkt dat de inrichting aan de normen inzake brandveiligheid voldoet. Het attest en het verslag mogen bij het indienen van de aanvraag niet ouder zijn dan één jaar.
§ 2. Wanneer het dossier niet volledig is moet het gebrek aan documenten uitdrukkelijk met redenen omkleed zijn. De ontbrekende documenten moeten ten laatste binnen veertien dagen ingediend worden.
Hoofdstuk 3. Erkenning
Artikel 5 In de loop van de termijn van de voorlopige erkenning gaan de ambtenaren belast met het toezicht op de ziekenhuizen na of het ziekenhuis of de ziekenhuisdienst aan de normen voldoet.
De Minister kan de inrichtende macht om aanvullende documenten of inlichtingen verzoeken. Hij kan haar een termijn geven om zich naar de voormelde normen te schikken.
Artikel 6 § 1. De Minister zendt de aanvraag om erkenning alsmede alle documenten over aan de Adviescommissie.
Tegelijkertijd deelt de Minister de resultaten van het onderzoek aan de aanvrager mede. Die beschikt over een termijn van veertien dagen om zijn opmerkingen aan de Adviescommissie en aan de Minister te laten toekomen.
§ 2. Binnen één maand na het verstrijken van de termijn bedoeld in § 1, tweede lid zendt de Adviescommissie haar advies over aan de Minister. Na het verstrijken van die termijn wordt het advies geacht uitgebracht te zijn.
Bij een negatief advies deelt de Minister de opmerkingen van de Adviescommissie aan de inrichtende macht mede en verzoekt haar om binnen veertien dagen haar stelling daaromtrent aan de Minister te laten kennen.
Artikel 7 De Minister verleent of weigert de erkenning voor het verstrijken van de termijn van de voorlopige erkenning. Hij deelt de inrichtende macht zijn met redenen omklede beslissing mede.
De erkenning wordt voor ten hoogste vijf jaar verleend; het aantal bedden wordt vermeld, waarbij de bedoelde diensten, in voorkomend geval, onderscheiden worden.
Artikel 8 De inrichtende macht deelt de Minister onmiddellijk mede elke wijziging omtrent de in artikel 4 bedoelde gegevens.
De beslissing om het ziekenhuis of de ziekenhuisdienst geheel of gedeeltelijk te sluiten of de directie ervan aan een andere inrichtende macht over te dragen wordt aan de Minister zes maanden voor de sluiting of overdracht medegedeeld.
Hoofdstuk 4. Verlenging van de erkenning
Artikel 9 Ten laatste drie maanden voor het verstrijken van de erkenningstermijn vraagt de inrichtende macht een verlenging aan de Minister en voegt volgende documenten erbij :
1° de documenten bedoeld in artikel 4, 3°, 4° en 5°;2° de documenten bedoeld in artikel 4, 6°, 7° en 8°, indien wijzigingen werden aangebracht;
3° een nieuw attest inzake brandveiligheid wanneer :
a) het vorige attest ouder is dan vijf jaar;
b) aan de gebouwen of aan de inrichting wijzigingen werden aangebracht die de veiligheid in de inrichting kunnen aantasten.
Artikel 10 De procedure waarin de artikelen 5, 6 en 7 voorzien, is van toepassing, wat de verlenging van de erkenning betreft.
Hoofdstuk 5. Intrekking van de erkenning
Artikel 11 Wanneer een ziekenhuis of een ziekenhuisdienst de normen en voorwaarden niet meer vervult die voor de erkenning opgelegd zijn, kan de Minister de inrichtende macht een termijn geven om zich naar de normen te schikken en haar om aanvullende documenten ter zake of inlichtingen verzoeken.
Wanneer de Minister wenst de erkenning in te trekken, zendt hij een met redenen omklede intentieverklaring over aan de inrichtende macht en aan de Adviescommissie.
De inrichtende macht beschikt over een termijn van veertien dagen om aan de Adviescommissie en aan de Minister haar stelling schriftelijk te laten kennen.
Binnen één maand na het verstrijken van de termijn bedoeld in het derde lid zendt de Adviescommissie haar advies over aan de Minister. Na het verstrijken van die termijn wordt het advies geacht uitgebracht te zijn.
De Minister deelt schriftelijk aan de inrichtende macht de opmerkingen van de Adviescommissie mede en verzoekt haar om binnen veertien dagen stelling te nemen.
De Minister beslist binnen veertien dagen na die tweede meningsuiting zijdens de inrichtende macht of na het verstrijken van de termijn bedoeld in het voorafgaande lid en deelt zijn met redenen omklede beslissing mede aan de inrichtende macht.
Hoofdstuk 6. Sluiting
Artikel 12 Tenzij beroep overeenkomstig artikel 14 heeft de beslissing van de Minister om de erkenning te weigeren of in te trekken de sluiting van het ziekenhuis of van de ziekenhuisdienst tot gevolg.
De beslissing van de Minister heeft uitwerking vanaf de elfde dag van haar kennisgeving.
Na die dag mogen geen nieuwe patiënten meer in het ziekenhuis of de ziekenhuisdienst worden opgenomen.
De inrichtende macht dient ervoor te zorgen dat de gehospitaliseerde patiënten binnen de drie maanden de dienst verlaten hebben.
Artikel 13 § 1. Wanneer uit een oogpunt van volksgezondheid dringende redenen zulks wettigen, kan de Minister in een met redenen omklede beslissing onmiddellijk de voorlopige sluiting van een ziekenhuis of ziekenhuisdienst bevelen. Hij geeft hiervan kennis aan de Adviescommissie en aan de inrichtende macht. Die moet voor de onmiddellijke evacuatie van de patiënten zorgen.
§ 2. De Adviescommissie deelt de inrichtende macht de datum mede waarop de zaak zal worden onderzocht en nodigt haar uit om haar opmerkingen te doen gelden en te verschijnen.
De Adviescommissie beraadslaagt, ongeacht het gevolg gegeven aan de uitnodiging tot verschijnen; zij maakt onverwijld haar advies over aan de Minister die op die basis een definitieve beslissing omtrent de sluiting neemt.
Hoofdstuk 7. Beroep
Artikel 14 De inrichtende macht kan bij de Commissie van beroep een beroep indienen tegen een beslissing tot sluiting of tegen een beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning.
Behoudens het geval bedoeld in artikel 13 schort het beroep de beslissing op.
Hoofdstuk 8. Opheffings, overgangsen slotbepalingen
Artikel 15 Het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 betreffende de procedure van erkenning en sluiting van de ziekenhuizen en de ziekenhuisdiensten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1980, is opgeheven wat de Duitstalige Gemeenschap betreft.
Artikel 16 De definitieve beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning of de beslissing tot sluiting wordt als bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
In het bericht moet de datum van de effectieve sluiting van het ziekenhuis of van de ziekenhuisdienst vermeld worden.
Artikel 17 De aanvraag om erkenning, de bewijsstukken alsmede alle documenten betreffende de procedure worden per aangetekende brief toegezonden.
De artikelen 84 en 88 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Administratie van de Raad van State, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 juli 1987, resp. 31 december 1968, zijn van toepassing wat de in dit besluit vastgelegde termijnen betreft.
Artikel 18 Dit besluit treedt in werking op 15 april 1995.
Artikel 19 De Minister-President, Minister van Financiën, Volksgezondheid, Gezin en Bejaarden, Sport, Toerisme, Internationale Betrekkingen en Monumenten en Landschappen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Eupen, 19 april 1995.
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
De Minister-President, Minister van Financiën, Volksgezondheid, Gezin en Bejaarden, Sport, Toerisme, Internationale Betrekkingen en Monumenten en Landschappen,
J. MARAITE
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
1° de wet op de ziekenhuizen : de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 7 augustus 1987;
2° de Minister : de bevoegde Minister van de Duitstalige Gemeenschap;
3° de Adviescommissie : de Adviescommissie voor de ziekenhuizen, bejaardentehuizen en rust- en verzorgingstehuizen;
4° de Commissie van beroep : de Commissie van beroep der ziekenhuizen opgericht door het koninklijk besluit van 19 november 1993 betreffende de samenstelling en de werking van het rechtscollege opgericht door artikel 76 van de wet op de ziekenhuizen.
Artikel 2 Om een ziekenhuis of een ziekenhuisdienst te mogen exploiteren is een erkenning verplicht welke door de Minister uitgereikt wordt.
Hoofdstuk 2. Voorlopige erkenning
Artikel 3 § 1. Wie voor de eerste keer een aanvraag om erkenning indient voor een ziekenhuis of ziekenhuisdienst verkrijgt een voorlopige erkenning wanneer die aanvraag aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden opgenomen in artikel 4 voldoet. Zo niet wordt de voorlopige erkenning geweigerd.
De diensten die het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot sluiting mogen een voorlopige erkenning niet verkrijgen.
§ 2. Binnen veertien dagen na de ontvangst van de aanvraag bedoeld in § 1, betekent de Minister de voorlopige erkenning aan de inrichtende macht. Een ziekenhuis of ziekenhuisdienst mag slechts na de ontvangst van die voorlopige erkenning in dienst worden genomen.
De voorlopige erkenning is voor zes maanden geldig maar mag voor dezelfde termijn verlengd worden.
Artikel 4 § 1. Opdat een aanvraag om erkenning ontvankelijk is, moet zij ten minste volgende documenten omvatten :
1° een door de Minister, bij toepassing van artikel 26 van de wet op de ziekenhuizen uitgereikte vergunning waaruit blijkt dat het ziekenhuis of de ziekenhuisdienst in het raam van het ziekenhuisprogramma past;
2° een bijzondere vergunning uitgereikt door de Minister bij toepassing van artikel 29 van de wet op de ziekenhuizen, overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 oktober 1992 tot vaststelling van de procedure voor de toekenning van een vergunning voor de indienstneming en de exploitatie van ziekenhuisdiensten werkzaam in het Duitse taalgebied;
3° een nota met vermelding van de samenstelling van de inrichtende macht van het ziekenhuis, namen en onderschriften van de directeur en van de hoofdgeneesheer;
4° een document met de samenstelling van de Medische Raad;
5° een lijst van de geneesheren, van het verpleegkundig en verplegend personeel per dienst, alsmede van het paramedisch personeel met kwalificatie, inschrijvingsnummer en tewerkstellingsduur;
6° een plan dat de bestemming der lokalen en het aantal bedden in de kamers voor de ziekenhuisverpleging alsmede de interne verbindingswegen van de inrichting aanduidt;
7° een beschrijvende nota die aanduidt of de normen inzake technische uitrusting al dan niet worden nageleefd en, desgevallend, op welke wijze;
8° in voorkomend geval een afschrift van de overeenkomst tussen het betrokken ziekenhuis en de instellingen waarmee een functionele binding moet verzekerd worden overeenkomstig de geldende erkenningsnormen;
9° een attest uitgereikt door de bevoegde burgemeester op basis van een verslag van de bevoegde brandweerdienst en waaruit blijkt dat de inrichting aan de normen inzake brandveiligheid voldoet. Het attest en het verslag mogen bij het indienen van de aanvraag niet ouder zijn dan één jaar.
§ 2. Wanneer het dossier niet volledig is moet het gebrek aan documenten uitdrukkelijk met redenen omkleed zijn. De ontbrekende documenten moeten ten laatste binnen veertien dagen ingediend worden.
Hoofdstuk 3. Erkenning
Artikel 5 In de loop van de termijn van de voorlopige erkenning gaan de ambtenaren belast met het toezicht op de ziekenhuizen na of het ziekenhuis of de ziekenhuisdienst aan de normen voldoet.
De Minister kan de inrichtende macht om aanvullende documenten of inlichtingen verzoeken. Hij kan haar een termijn geven om zich naar de voormelde normen te schikken.
Artikel 6 § 1. De Minister zendt de aanvraag om erkenning alsmede alle documenten over aan de Adviescommissie.
Tegelijkertijd deelt de Minister de resultaten van het onderzoek aan de aanvrager mede. Die beschikt over een termijn van veertien dagen om zijn opmerkingen aan de Adviescommissie en aan de Minister te laten toekomen.
§ 2. Binnen één maand na het verstrijken van de termijn bedoeld in § 1, tweede lid zendt de Adviescommissie haar advies over aan de Minister. Na het verstrijken van die termijn wordt het advies geacht uitgebracht te zijn.
Bij een negatief advies deelt de Minister de opmerkingen van de Adviescommissie aan de inrichtende macht mede en verzoekt haar om binnen veertien dagen haar stelling daaromtrent aan de Minister te laten kennen.
Artikel 7 De Minister verleent of weigert de erkenning voor het verstrijken van de termijn van de voorlopige erkenning. Hij deelt de inrichtende macht zijn met redenen omklede beslissing mede.
De erkenning wordt voor ten hoogste vijf jaar verleend; het aantal bedden wordt vermeld, waarbij de bedoelde diensten, in voorkomend geval, onderscheiden worden.
Artikel 8 De inrichtende macht deelt de Minister onmiddellijk mede elke wijziging omtrent de in artikel 4 bedoelde gegevens.
De beslissing om het ziekenhuis of de ziekenhuisdienst geheel of gedeeltelijk te sluiten of de directie ervan aan een andere inrichtende macht over te dragen wordt aan de Minister zes maanden voor de sluiting of overdracht medegedeeld.
Hoofdstuk 4. Verlenging van de erkenning
Artikel 9 Ten laatste drie maanden voor het verstrijken van de erkenningstermijn vraagt de inrichtende macht een verlenging aan de Minister en voegt volgende documenten erbij :
1° de documenten bedoeld in artikel 4, 3°, 4° en 5°;2° de documenten bedoeld in artikel 4, 6°, 7° en 8°, indien wijzigingen werden aangebracht;
3° een nieuw attest inzake brandveiligheid wanneer :
a) het vorige attest ouder is dan vijf jaar;
b) aan de gebouwen of aan de inrichting wijzigingen werden aangebracht die de veiligheid in de inrichting kunnen aantasten.
Artikel 10 De procedure waarin de artikelen 5, 6 en 7 voorzien, is van toepassing, wat de verlenging van de erkenning betreft.
Hoofdstuk 5. Intrekking van de erkenning
Artikel 11 Wanneer een ziekenhuis of een ziekenhuisdienst de normen en voorwaarden niet meer vervult die voor de erkenning opgelegd zijn, kan de Minister de inrichtende macht een termijn geven om zich naar de normen te schikken en haar om aanvullende documenten ter zake of inlichtingen verzoeken.
Wanneer de Minister wenst de erkenning in te trekken, zendt hij een met redenen omklede intentieverklaring over aan de inrichtende macht en aan de Adviescommissie.
De inrichtende macht beschikt over een termijn van veertien dagen om aan de Adviescommissie en aan de Minister haar stelling schriftelijk te laten kennen.
Binnen één maand na het verstrijken van de termijn bedoeld in het derde lid zendt de Adviescommissie haar advies over aan de Minister. Na het verstrijken van die termijn wordt het advies geacht uitgebracht te zijn.
De Minister deelt schriftelijk aan de inrichtende macht de opmerkingen van de Adviescommissie mede en verzoekt haar om binnen veertien dagen stelling te nemen.
De Minister beslist binnen veertien dagen na die tweede meningsuiting zijdens de inrichtende macht of na het verstrijken van de termijn bedoeld in het voorafgaande lid en deelt zijn met redenen omklede beslissing mede aan de inrichtende macht.
Hoofdstuk 6. Sluiting
Artikel 12 Tenzij beroep overeenkomstig artikel 14 heeft de beslissing van de Minister om de erkenning te weigeren of in te trekken de sluiting van het ziekenhuis of van de ziekenhuisdienst tot gevolg.
De beslissing van de Minister heeft uitwerking vanaf de elfde dag van haar kennisgeving.
Na die dag mogen geen nieuwe patiënten meer in het ziekenhuis of de ziekenhuisdienst worden opgenomen.
De inrichtende macht dient ervoor te zorgen dat de gehospitaliseerde patiënten binnen de drie maanden de dienst verlaten hebben.
Artikel 13 § 1. Wanneer uit een oogpunt van volksgezondheid dringende redenen zulks wettigen, kan de Minister in een met redenen omklede beslissing onmiddellijk de voorlopige sluiting van een ziekenhuis of ziekenhuisdienst bevelen. Hij geeft hiervan kennis aan de Adviescommissie en aan de inrichtende macht. Die moet voor de onmiddellijke evacuatie van de patiënten zorgen.
§ 2. De Adviescommissie deelt de inrichtende macht de datum mede waarop de zaak zal worden onderzocht en nodigt haar uit om haar opmerkingen te doen gelden en te verschijnen.
De Adviescommissie beraadslaagt, ongeacht het gevolg gegeven aan de uitnodiging tot verschijnen; zij maakt onverwijld haar advies over aan de Minister die op die basis een definitieve beslissing omtrent de sluiting neemt.
Hoofdstuk 7. Beroep
Artikel 14 De inrichtende macht kan bij de Commissie van beroep een beroep indienen tegen een beslissing tot sluiting of tegen een beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning.
Behoudens het geval bedoeld in artikel 13 schort het beroep de beslissing op.
Hoofdstuk 8. Opheffings, overgangsen slotbepalingen
Artikel 15 Het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 betreffende de procedure van erkenning en sluiting van de ziekenhuizen en de ziekenhuisdiensten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1980, is opgeheven wat de Duitstalige Gemeenschap betreft.
Artikel 16 De definitieve beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning of de beslissing tot sluiting wordt als bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
In het bericht moet de datum van de effectieve sluiting van het ziekenhuis of van de ziekenhuisdienst vermeld worden.
Artikel 17 De aanvraag om erkenning, de bewijsstukken alsmede alle documenten betreffende de procedure worden per aangetekende brief toegezonden.
De artikelen 84 en 88 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Administratie van de Raad van State, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 juli 1987, resp. 31 december 1968, zijn van toepassing wat de in dit besluit vastgelegde termijnen betreft.
Artikel 18 Dit besluit treedt in werking op 15 april 1995.
Artikel 19 De Minister-President, Minister van Financiën, Volksgezondheid, Gezin en Bejaarden, Sport, Toerisme, Internationale Betrekkingen en Monumenten en Landschappen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Eupen, 19 april 1995.
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
De Minister-President, Minister van Financiën, Volksgezondheid, Gezin en Bejaarden, Sport, Toerisme, Internationale Betrekkingen en Monumenten en Landschappen,
J. MARAITE