Besluit van de Vlaamse regering houdende de nadere regels betreffende de subsidieverlening voor inburgeringstrajecten 2002.
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2002035837
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan personen;
2° administratie : de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
3° regeringsnota inburgeringsbeleid 2002 : de nota, op 24 mei 2002 goedgekeurd door de Vlaamse regering in afwachting van een definitieve regeling van het inburgeringsbeleid, waarin de maatregelen worden vermeld betreffende de voorwaarden en procedure voor de toekenning van subsidies voor inburgeringstrajecten 2002;
4° inburgeringstrajecten : inburgeringstrajecten als bedoeld in de regeringsnota inburgeringsbeleid 2002;
5° beoordelingscommissie : de beoordelingscommissie als bedoeld regeringsnota inburgeringsbeleid 2002;
6° onthaalbureau : een openbaar bestuur dat of een vereniging zonder winstoogmerk die door één of meer gemeenten of door de Vlaamse Gemeenschapscommissie aangeduid wordt voor het realiseren van inburgeringstrajecten;
7° gemeente : het college van burgemeester en schepenen van een gemeente;
8° centrumgemeente : het college van burgemeester en schepenen van de gemeente die binnen het intergemeentelijk samenwerkingsverband een centrumfunctie heeft;
9° provincie : de bestendige deputatie van de provincie waar een aantal gemeenten via intergemeentelijke samenwerking een gezamenlijk onthaalbureau inrichten;
10° Vlaamse Gemeenschapscommissie : het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
11° cliëntvolgsysteem : het computergestuurd registratie- en cliëntvolgsysteem dat in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap voor de onthaalbureaus ontwikkeld werd.
Hoofdstuk 2. Procedure
Artikel 2 Binnen de perken van b.a. 34.02 van programma 41.7 van de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 kan door de minister aan onthaalbureaus, op aanvraag van de gemeente of in geval van intergemeentelijke samenwerking de centrumgemeente of de provincie of op aanvraag van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, een subsidie worden toegekend op basis van de hen toegewezen inburgeringstrajecten.
Artikel 3 Om ontvankelijk te zijn dient de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2, uiterlijk op 13 september 2002 bij de administratie te worden ingediend met een aangetekend schrijven. Enkel de subsidieaanvragen ingediend door de gemeente of in geval van intergemeentelijke samenwerking de centrumgemeente of de provincie of de Vlaamse Gemeenschapscommissie die in 2001 subsidies voor de realisatie van inburgeringstrajecten ontvingen, komen in aanmerking voor de subsidieverlening inburgeringstrajecten 2002.
De subsidieaanvraag dient aan de volgende voorwaarden te voldoen :
1° ze is opgemaakt volgens een standaarddocument waarvan de minister de nadere vorm en inhoud bepaalt na advies van de beoordelingscommissie;
2° ze bevat een duidelijke beschrijving van de te realiseren inburgeringstrajecten en hieraan gekoppeld de verwachte kostprijs daarvan. Per inburgeringstraject kan maximaal de kostprijs aangerekend worden die in de regeringsnota inburgeringsbeleid 2002 is vastgesteld;
3° ze bevat een samenwerkingsovereenkomst met de taalaanbodverstrekkers voor de organisatie van de basiscursus Nederlands als Tweede Taal en met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding voor de regeling van de overdracht zoals voorzien in de regeringsnota inburgeringsbeleid 2002;
4° ze bevat een projectbegroting;
5° ingeval het onthaalbureau een vereniging zonder winstoogmerk is, is ze vergezeld van een kopie van de in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad gepubliceerde statuten. Openbare besturen of diensten die ervan afhangen dienen andere identificatiebewijzen voor te leggen.
Artikel 4 Onvolledige of niet tijdig ingediende aanvragen zijn niet ontvankelijk. Deze aanvragen worden uiterlijk dertig dagen na ontvangst door de administratie teruggezonden aan de aanvrager met vermelding van de reden van de niet-ontvankelijkheid.
Artikel 5 De minister beslist over de subsidieaanvraag, na advies van de beoordelingscommissie. De beslissing wordt uiterlijk binnen zestig dagen na indiening van de aanvraag ter kennis gebracht van het onthaalbureau.
Artikel 6 De inburgeringstrajecten kunnen pas starten na kennisgeving van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 5. De beslissing van de minister kan echter ingaan met terugwerkende kracht voor inburgeringstrajecten die volgens de aanvraag starten vanaf 1 september 2002. Een inburgeringstraject dient ten laatste te starten op 31 oktober 2003.
Artikel 7 Het onthaalbureau ontvangt na ondertekening van het subsidiebesluit een voorschot van 90 % op de toegekende subsidie. Het saldo van 10 % zal uitbetaald worden na controle van de verslagen, bedoeld in artikel 9.
Artikel 8 De minister kan, na advies van de beoordelingscommissie, nadere regels bepalen betreffende de subsidiëringsvoorwaarden inzake de inburgeringstrajecten, de subsidiëringsprocedure en de wijze van vaststelling en uitbetaling van de subsidie.
Artikel 9 § 1. De gemeente of in geval van intergemeentelijke samenwerking de centrumgemeente of provincie of de Vlaamse Gemeenschapscommissie dient binnen de twee weken na afloop van de werkingsperiode waarop de subsidie betrekking heeft en uiterlijk op 15 november 2003 bij de administratie een werkings- en financieel verslag in, waarin de aanwending van de subsidie verantwoord wordt.
§ 2. Het werkingsverslag, bedoeld in § 1, is gebaseerd op het cliëntvolgsysteem en geeft een evaluatie van de samenwerking met de taalaanbodverstrekkers voor de organisatie van de basiscursus Nederlands als Tweede Taal en met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. De minister bepaalt de nadere modaliteiten van het werkingsverslag.
§ 3. De minister bepaalt aan welke voorwaarden het financieel verslag, bedoeld in § 1, moet voldoen.
Artikel 10 De minister regelt de samenstelling en de werking van de beoordelingscommissie.
Artikel 11 De Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2002.
Brussel, 24 mei 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
M. VOGELS.
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan personen;
2° administratie : de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
3° regeringsnota inburgeringsbeleid 2002 : de nota, op 24 mei 2002 goedgekeurd door de Vlaamse regering in afwachting van een definitieve regeling van het inburgeringsbeleid, waarin de maatregelen worden vermeld betreffende de voorwaarden en procedure voor de toekenning van subsidies voor inburgeringstrajecten 2002;
4° inburgeringstrajecten : inburgeringstrajecten als bedoeld in de regeringsnota inburgeringsbeleid 2002;
5° beoordelingscommissie : de beoordelingscommissie als bedoeld regeringsnota inburgeringsbeleid 2002;
6° onthaalbureau : een openbaar bestuur dat of een vereniging zonder winstoogmerk die door één of meer gemeenten of door de Vlaamse Gemeenschapscommissie aangeduid wordt voor het realiseren van inburgeringstrajecten;
7° gemeente : het college van burgemeester en schepenen van een gemeente;
8° centrumgemeente : het college van burgemeester en schepenen van de gemeente die binnen het intergemeentelijk samenwerkingsverband een centrumfunctie heeft;
9° provincie : de bestendige deputatie van de provincie waar een aantal gemeenten via intergemeentelijke samenwerking een gezamenlijk onthaalbureau inrichten;
10° Vlaamse Gemeenschapscommissie : het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
11° cliëntvolgsysteem : het computergestuurd registratie- en cliëntvolgsysteem dat in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap voor de onthaalbureaus ontwikkeld werd.
Hoofdstuk 2. Procedure
Artikel 2 Binnen de perken van b.a. 34.02 van programma 41.7 van de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 kan door de minister aan onthaalbureaus, op aanvraag van de gemeente of in geval van intergemeentelijke samenwerking de centrumgemeente of de provincie of op aanvraag van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, een subsidie worden toegekend op basis van de hen toegewezen inburgeringstrajecten.
Artikel 3 Om ontvankelijk te zijn dient de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 2, uiterlijk op 13 september 2002 bij de administratie te worden ingediend met een aangetekend schrijven. Enkel de subsidieaanvragen ingediend door de gemeente of in geval van intergemeentelijke samenwerking de centrumgemeente of de provincie of de Vlaamse Gemeenschapscommissie die in 2001 subsidies voor de realisatie van inburgeringstrajecten ontvingen, komen in aanmerking voor de subsidieverlening inburgeringstrajecten 2002.
De subsidieaanvraag dient aan de volgende voorwaarden te voldoen :
1° ze is opgemaakt volgens een standaarddocument waarvan de minister de nadere vorm en inhoud bepaalt na advies van de beoordelingscommissie;
2° ze bevat een duidelijke beschrijving van de te realiseren inburgeringstrajecten en hieraan gekoppeld de verwachte kostprijs daarvan. Per inburgeringstraject kan maximaal de kostprijs aangerekend worden die in de regeringsnota inburgeringsbeleid 2002 is vastgesteld;
3° ze bevat een samenwerkingsovereenkomst met de taalaanbodverstrekkers voor de organisatie van de basiscursus Nederlands als Tweede Taal en met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding voor de regeling van de overdracht zoals voorzien in de regeringsnota inburgeringsbeleid 2002;
4° ze bevat een projectbegroting;
5° ingeval het onthaalbureau een vereniging zonder winstoogmerk is, is ze vergezeld van een kopie van de in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad gepubliceerde statuten. Openbare besturen of diensten die ervan afhangen dienen andere identificatiebewijzen voor te leggen.
Artikel 4 Onvolledige of niet tijdig ingediende aanvragen zijn niet ontvankelijk. Deze aanvragen worden uiterlijk dertig dagen na ontvangst door de administratie teruggezonden aan de aanvrager met vermelding van de reden van de niet-ontvankelijkheid.
Artikel 5 De minister beslist over de subsidieaanvraag, na advies van de beoordelingscommissie. De beslissing wordt uiterlijk binnen zestig dagen na indiening van de aanvraag ter kennis gebracht van het onthaalbureau.
Artikel 6 De inburgeringstrajecten kunnen pas starten na kennisgeving van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 5. De beslissing van de minister kan echter ingaan met terugwerkende kracht voor inburgeringstrajecten die volgens de aanvraag starten vanaf 1 september 2002. Een inburgeringstraject dient ten laatste te starten op 31 oktober 2003.
Artikel 7 Het onthaalbureau ontvangt na ondertekening van het subsidiebesluit een voorschot van 90 % op de toegekende subsidie. Het saldo van 10 % zal uitbetaald worden na controle van de verslagen, bedoeld in artikel 9.
Artikel 8 De minister kan, na advies van de beoordelingscommissie, nadere regels bepalen betreffende de subsidiëringsvoorwaarden inzake de inburgeringstrajecten, de subsidiëringsprocedure en de wijze van vaststelling en uitbetaling van de subsidie.
Artikel 9 § 1. De gemeente of in geval van intergemeentelijke samenwerking de centrumgemeente of provincie of de Vlaamse Gemeenschapscommissie dient binnen de twee weken na afloop van de werkingsperiode waarop de subsidie betrekking heeft en uiterlijk op 15 november 2003 bij de administratie een werkings- en financieel verslag in, waarin de aanwending van de subsidie verantwoord wordt.
§ 2. Het werkingsverslag, bedoeld in § 1, is gebaseerd op het cliëntvolgsysteem en geeft een evaluatie van de samenwerking met de taalaanbodverstrekkers voor de organisatie van de basiscursus Nederlands als Tweede Taal en met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. De minister bepaalt de nadere modaliteiten van het werkingsverslag.
§ 3. De minister bepaalt aan welke voorwaarden het financieel verslag, bedoeld in § 1, moet voldoen.
Artikel 10 De minister regelt de samenstelling en de werking van de beoordelingscommissie.
Artikel 11 De Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2002.
Brussel, 24 mei 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
M. VOGELS.