Besluit van de Waalse Regering betreffende de toekenning van tegemoetkomingen aan gebieden met natuurlijke beperkingen
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2015204504
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en toepassingsgebied
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 : besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers;
2° subsidiabele hectare : een subsidiabele hectare in de zin van artikel 32, § 2, van verordening nr. 1307/2013, zoals uitgevoerd bij de artikelen 37 tot 42 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015;
3° Verordening nr. 1305/2013 : Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun aan plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad;
4° Verordening nr.1306/2013: Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1200/2005 en nr. 485/2008 van de Raad;
5° Verordening nr. 640/2014 : gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden.
Artikel 2 Overeenkomstig artikel 31, § 2, van Verordening nr. 1305/2013 wordt er een tegemoetkoming verleend aan de landbouwer die minstens twee subsidiabele hectaren van zijn bedrijf uitbaat, gelegen in gebieden met natuurlijke beperkingen.
Die tegemoetkoming bestaat uit een jaarlijkse compenserende vergoeding tegen de voorwaarden van artikel 4.
Hoofdstuk 2. Bepaling van de gebieden met natuurlijke beperkingen
Artikel 3 Overeenkomstig artikel 31, § 5, van Verordening nr. 1305/2013 bepaalt de Minister de gebieden met natuurlijke beperkingen in overeenstemming met het Waalse programma voor plattelandsontwikkeling.
Hoofdstuk 3. Toelatingsvoorwaarden
Artikel 4 Om in aanmerking te komen voor de compenserende vergoeding moet de landbouwer naast de voorwaarden bedoeld in artikel 2 :
1° opgenomen zijn in het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem;
2° zijn activiteit als hoofdberoep uitoefenen;
3° actief landbouwer zijn in de zin van artikel 9 van Verordening nr. 1307/2013, zoals uitgevoerd in de artikelen 10 tot 11 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015;
4° een bedrijf beheren waarvan het landbouwareaal, aangegeven in het formulier voor de verzamelaanvraag en gelegen in gebieden met natuurlijke beperkingen, minstens 40 p.c. bedragen van het totale, op het nationale grondgebied gelegen, landbouwareaal, aangegeven in het formulier voor de verzamelaanvraag.
Om te bewijzen dat de voorwaarde verwoord in lid 1, 2°, vervuld is, toont de landbouwer aan dat hij overeenkomstig artikel 5, § 3, aangesloten is bij een sociale verzekeringskas.
Als het bewijs van aansluiting onvoldoende blijkt om aan te tonen dat de voorwaarde, verwoord in lid 1, 2°, vervuld is, kan het betaalorgaan bijkomende stukken of gegevens van de aanvrager vragen.
Hoofdstuk 4. Procedure voor de tegemoetkomingsaanvraag en verdeling van de compenserende vergoeding
Artikel 5 § 1. De tegemoetkomingsaanvraag wordt jaarlijks ingediend via de verzamelaanvraag bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 en overeenkomstig artikel 3 van hetzelfde besluit.
§ 2. De tegemoetkomingsaanvraag, bedoeld in paragraaf 1, wordt samen met alle nodige stukken ingediend.
Indien de ingediende aanvraag onvolledig is, deelt het betaalorgaan aan de landbouwer mee welk stuk (welke stukken) onvolledig is (zijn) of ontbreekt (ontbreken).
De stukken bedoeld in lid 1 moeten bij het betaalorgaan toekomen binnen de termijn bedoeld in artikel 3, § 3, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015.
§ 3. Uit het certificaat van aansluiting bij een kas voor sociale verzekeringen voor zelfstandige beroepen blijkt dat de landbouwer :
1° zelfstandige in hoofdberoep is in de hoedanigheid van landbouwer, tuinbouwer of fokker;
2° in ordre is met zijn bijdragen of uitstel van betaling van zijn bijdragen verkregen heeft.
Dat certificaat heeft betrekking op het jaar voorafgaand aan het jaar van de betrokken aanvraag.
§ 4. In het geval van een groepering van landbouwers voegt één van de natuurlijke personen die lid is van de groepering en voor de groepering het recht opent op de vergoeding het bewijs van aansluiting bedoeld in paragraaf 3 bij de aanvraag. Als de aanvrager een rechtspersoon is, voegt één van de afgevaardigd-bestuurders, beheerders of beheerders-vennoten die verantwoordelijk is voor het beheer van betrokken bedrijf, het aansluitingsbewijs bedoeld in paragraaf 3 bij de aanvraag.
§ 5. In afwijking van paragraaf 2, lid 2, kan hij, indien dat bewijs niet aan de landbouwer was uitgereikt binnen de termijn bedoeld in artikel 3, § 3, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, dat bewijs tot en met 31 december van het jaar van de aanvraag bij het betaalorgaan indienen.
In afwijking van paragraaf 2, lid 2, kan de landbouwer, indien hij het betaalorgaan een document voorlegt waaruit blijkt dat hij uitstel van betaling of het spreiden van de betaling van zijn bijdrage heeft gekregen voor 31 december van het jaar van de aanvraag, dat bewijs tot en met 31 december van het jaar volgend op het jaar van de aanvraag bij het betaalorgaan indienen.
Overeenkomstig artikel 13, § 1, lid 2, van Verordening nr. 640/2014 wordt, in de gevallen bedoeld in de leden 1 en 2, een korting toegepast op het als tegemoetkoming uit te betalen bedrag in geval van overschrijding van de in die leden vastgestelde termijnen bij het overmaken van de stukken.
Artikel 6 Het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, dat toegekend wordt rekening houdend met het aantal subsidiabele hectaren gelegen in gebieden met natuurlijke beperkingen die de landbouwer uitbaat, bedraagt per subsidiabele hectare :
1° tweeënveertig euro voor de twintig eerste hectaren;
2° daarna, vijfentwintig euro.
Het bedrag van de tegemoetkoming bedoeld in lid 1 is beperkt tot de eerste 75 subsidiabele hectaren.
Hoofdstuk 5. Omzeilingsclausule en strafrechtelijke bepalingen
Artikel 7 Overeenkomstig artikel 60 van Verordening nr. 1306/2013 wordt geen enkele betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen toegekend aan landbouwers en natuurlijke personen of rechtspersonen van wie is komen vast te staan dat zij kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om voor dergelijke betalingen in aanmerking te komen en dus een voordeel zouden genieten dat niet in overeenstemming is met de doelstellingen van dit besluit.
Artikel 8 De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig titel 13 van het Waals Landbouwwetboek.
Hoofdstuk 6. Overgangsen slotbepalingen
Artikel 9 De artikelen 68 tot 75 van het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2008 voor de investeringen in de landbouwsector worden opgeheven.
Artikel 10 Dit besluit houdt op uitwerking te hebben op 31 december 2017.
Artikel 11 De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 : besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers;
2° subsidiabele hectare : een subsidiabele hectare in de zin van artikel 32, § 2, van verordening nr. 1307/2013, zoals uitgevoerd bij de artikelen 37 tot 42 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015;
3° Verordening nr. 1305/2013 : Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun aan plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad;
4° Verordening nr.1306/2013: Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1200/2005 en nr. 485/2008 van de Raad;
5° Verordening nr. 640/2014 : gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden.
Artikel 2 Overeenkomstig artikel 31, § 2, van Verordening nr. 1305/2013 wordt er een tegemoetkoming verleend aan de landbouwer die minstens twee subsidiabele hectaren van zijn bedrijf uitbaat, gelegen in gebieden met natuurlijke beperkingen.
Die tegemoetkoming bestaat uit een jaarlijkse compenserende vergoeding tegen de voorwaarden van artikel 4.
Hoofdstuk 2. Bepaling van de gebieden met natuurlijke beperkingen
Artikel 3 Overeenkomstig artikel 31, § 5, van Verordening nr. 1305/2013 bepaalt de Minister de gebieden met natuurlijke beperkingen in overeenstemming met het Waalse programma voor plattelandsontwikkeling.
Hoofdstuk 3. Toelatingsvoorwaarden
Artikel 4 Om in aanmerking te komen voor de compenserende vergoeding moet de landbouwer naast de voorwaarden bedoeld in artikel 2 :
1° opgenomen zijn in het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem;
2° zijn activiteit als hoofdberoep uitoefenen;
3° actief landbouwer zijn in de zin van artikel 9 van Verordening nr. 1307/2013, zoals uitgevoerd in de artikelen 10 tot 11 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015;
4° een bedrijf beheren waarvan het landbouwareaal, aangegeven in het formulier voor de verzamelaanvraag en gelegen in gebieden met natuurlijke beperkingen, minstens 40 p.c. bedragen van het totale, op het nationale grondgebied gelegen, landbouwareaal, aangegeven in het formulier voor de verzamelaanvraag.
Om te bewijzen dat de voorwaarde verwoord in lid 1, 2°, vervuld is, toont de landbouwer aan dat hij overeenkomstig artikel 5, § 3, aangesloten is bij een sociale verzekeringskas.
Als het bewijs van aansluiting onvoldoende blijkt om aan te tonen dat de voorwaarde, verwoord in lid 1, 2°, vervuld is, kan het betaalorgaan bijkomende stukken of gegevens van de aanvrager vragen.
Hoofdstuk 4. Procedure voor de tegemoetkomingsaanvraag en verdeling van de compenserende vergoeding
Artikel 5 § 1. De tegemoetkomingsaanvraag wordt jaarlijks ingediend via de verzamelaanvraag bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 en overeenkomstig artikel 3 van hetzelfde besluit.
§ 2. De tegemoetkomingsaanvraag, bedoeld in paragraaf 1, wordt samen met alle nodige stukken ingediend.
Indien de ingediende aanvraag onvolledig is, deelt het betaalorgaan aan de landbouwer mee welk stuk (welke stukken) onvolledig is (zijn) of ontbreekt (ontbreken).
De stukken bedoeld in lid 1 moeten bij het betaalorgaan toekomen binnen de termijn bedoeld in artikel 3, § 3, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015.
§ 3. Uit het certificaat van aansluiting bij een kas voor sociale verzekeringen voor zelfstandige beroepen blijkt dat de landbouwer :
1° zelfstandige in hoofdberoep is in de hoedanigheid van landbouwer, tuinbouwer of fokker;
2° in ordre is met zijn bijdragen of uitstel van betaling van zijn bijdragen verkregen heeft.
Dat certificaat heeft betrekking op het jaar voorafgaand aan het jaar van de betrokken aanvraag.
§ 4. In het geval van een groepering van landbouwers voegt één van de natuurlijke personen die lid is van de groepering en voor de groepering het recht opent op de vergoeding het bewijs van aansluiting bedoeld in paragraaf 3 bij de aanvraag. Als de aanvrager een rechtspersoon is, voegt één van de afgevaardigd-bestuurders, beheerders of beheerders-vennoten die verantwoordelijk is voor het beheer van betrokken bedrijf, het aansluitingsbewijs bedoeld in paragraaf 3 bij de aanvraag.
§ 5. In afwijking van paragraaf 2, lid 2, kan hij, indien dat bewijs niet aan de landbouwer was uitgereikt binnen de termijn bedoeld in artikel 3, § 3, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015, dat bewijs tot en met 31 december van het jaar van de aanvraag bij het betaalorgaan indienen.
In afwijking van paragraaf 2, lid 2, kan de landbouwer, indien hij het betaalorgaan een document voorlegt waaruit blijkt dat hij uitstel van betaling of het spreiden van de betaling van zijn bijdrage heeft gekregen voor 31 december van het jaar van de aanvraag, dat bewijs tot en met 31 december van het jaar volgend op het jaar van de aanvraag bij het betaalorgaan indienen.
Overeenkomstig artikel 13, § 1, lid 2, van Verordening nr. 640/2014 wordt, in de gevallen bedoeld in de leden 1 en 2, een korting toegepast op het als tegemoetkoming uit te betalen bedrag in geval van overschrijding van de in die leden vastgestelde termijnen bij het overmaken van de stukken.
Artikel 6 Het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, dat toegekend wordt rekening houdend met het aantal subsidiabele hectaren gelegen in gebieden met natuurlijke beperkingen die de landbouwer uitbaat, bedraagt per subsidiabele hectare :
1° tweeënveertig euro voor de twintig eerste hectaren;
2° daarna, vijfentwintig euro.
Het bedrag van de tegemoetkoming bedoeld in lid 1 is beperkt tot de eerste 75 subsidiabele hectaren.
Hoofdstuk 5. Omzeilingsclausule en strafrechtelijke bepalingen
Artikel 7 Overeenkomstig artikel 60 van Verordening nr. 1306/2013 wordt geen enkele betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen toegekend aan landbouwers en natuurlijke personen of rechtspersonen van wie is komen vast te staan dat zij kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om voor dergelijke betalingen in aanmerking te komen en dus een voordeel zouden genieten dat niet in overeenstemming is met de doelstellingen van dit besluit.
Artikel 8 De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig titel 13 van het Waals Landbouwwetboek.
Hoofdstuk 6. Overgangsen slotbepalingen
Artikel 9 De artikelen 68 tot 75 van het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2008 voor de investeringen in de landbouwsector worden opgeheven.
Artikel 10 Dit besluit houdt op uitwerking te hebben op 31 december 2017.
Artikel 11 De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.