Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verplichte bijdragen bestemd voor het Bevorderingsfonds "Agro-voedingsmiddelen" . -
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1996027199
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° de Dienst : de "Office régional de Promotion de l'Agriculture et de l'Horticulture";
2° (Bedienden : de werknemers en gelijkgestelden die onder de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ressorteren, met uitzondering van de leerlingen en stagiaires;
3° Opslagplaatsen : bakkerijen, banket- en suikerbakkerijen.) <BWG 1997-12-04/39, Art. 9, 003; En vigueur : 01-01-1998>
Artikel 2 § 1. De verplichte bijdragen bestemd voor de bevordering van de afzet van de produkten van het Bevorderingsfonds "Agro-voedingsmiddelen" worden vastgesteld als volgt :
Een jaarlijkse bijdrage van (186 euro) dient betaald te worden door : <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
- (de brood- en banketbakkerijen en de opslagplaatsen, met uitzondering van de bij de wet van 27 juni 1921 bedoelde verenigingen zonder winstgevend doel;) <BWG 1996-10-17/35, Art. 5, 002; En vigueur : 01-10-1996>
- de bakkers die geen verkoopspunt hebben maar aan huis bezorgen;
- (opgeheven) <BWG 1997-12-04/39, Art. 10, 003; En vigueur : 01-01-1998>
(§ 2. De in § 1 vermelde bijdrage wordt verhoogd met een variabele bijdrage van :
- (62 euro) voor de bijdrageplichtigen met 4 tot 9 werknemers; <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
- (125 euro) voor de bijdrageplichtigen met 10 tot 20 werknemers; <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
- (186 euro) voor de bijdrageplichtigen met meer dan 20 werknemers.) <BWG 1996-10-17/35, Art. 5, 002; En vigueur : 01-10-1996> <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
Artikel 3 <BWG 1997-12-04/39, Art. 11, 003; En vigueur : 01-01-1998> De in artikel 2, § 2, bedoelde variabele bijdrage wordt vastgesteld op grond van het gemiddeld aantal werknemers die tewerkgesteld zijn in de loop van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is.
Om het bedrag van die bijdrage te kunnen bepalen, kan de Dienst de bijdrageplichtigen vragen binnen dertig dagen na de zending van het aangifteformulier een aangifte in te dienen m.b.t. de tewerkstelling binnen hun bedrijf of verkooppunt.
Indien de aangifte niet is ingediend binnen de voorgeschreven termijn, moet een forfaitaire bijdrage van (1.250 euro) betaald worden. <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
Artikel 4 (opgeheven) <BWG 1997-12-04/39, Art. 13, 003; En vigueur : 01-01-1998>
Artikel 5 De Dienst wordt belast met de inning van de bij dit besluit bedoelde verplichte bijdragen.
Het bedrag van de bijdragen wordt ter kennis van de bijdrageplichtige gebracht, die ze moet betalen binnen dertig dagen na de kennisgeving ervan.
Bij gebrek aan tijdige betaling is van rechtswege en zonder aanmaning of ingebrekestelling de wettelijke verwijlinterest verschuldigd, alsook een vergoeding van de werkelijk door de Dienst voorgelegde bijkomende administratie- en inningskosten, (met een minimum van (75 euro) per achterstallige bijdrage.) <BWG 1997-12-04/39, Art. 12, 003; En vigueur : 01-01-1998> <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
Artikel 6 Voor de uitoefening van hun opdracht mogen de (door de raad van bestuur van de Dienst) ambtenaren alle lokalen, behalve deze die tot woning dienen, betreden om de aangiften in het bijzonder te controleren. <BWG 1996-10-17/35, Art. 7, 002; En vigueur : 01-10-1996>
Zij kunnen zich alle inlichtingen en bescheiden doen verstrekken die zij tot het volbrengen van hun opdracht nodig achten. Zij zijn gemachtigd processen-verbaal op te stellen, meer bepaald indien zij vaststellen dat de verklaringen laattijdig ingediend zijn of onjuiste of onvolledige gegevens bevatten.
Artikel 7 Overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en gestraft (overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 22 december 1994 tot oprichting van de Dienst, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 juli 1996, inzonderheid op artikel 4, § 3). <BWG 1996-10-17/35, Art. 8, 002; En vigueur : 01-10-1996>
Voor de burgerrechtelijke inning van deze bijdragen zijn alleen de rechtbanken te Namen bevoegd.
Artikel 8 De hiernagenoemde openbare besturen verstrekken de Dienst, op eenvoudige aanvraag, al de nodige inlichtingen en gegevens die deze nodig heeft voor de toepassing van dit besluit :
* de diensten van het federaal Ministerie van Middenstand en Landbouw,
* de diensten van het Ministerie van Economische Zaken,
* de diensten van het Ministerie van Financiën,
* de diensten van de Algemene Directie van Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest.
Artikel 9 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996.
Artikel 10 De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 14 december 1995.
De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, KMO's, Toerisme en Patrimonium,
R. COLLIGNON
De Minister van Leefmilieu, Natuurlijke Hulpbronnen en Landbouw,
G. LUTGEN
1° de Dienst : de "Office régional de Promotion de l'Agriculture et de l'Horticulture";
2° (Bedienden : de werknemers en gelijkgestelden die onder de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ressorteren, met uitzondering van de leerlingen en stagiaires;
3° Opslagplaatsen : bakkerijen, banket- en suikerbakkerijen.) <BWG 1997-12-04/39, Art. 9, 003; En vigueur : 01-01-1998>
Artikel 2 § 1. De verplichte bijdragen bestemd voor de bevordering van de afzet van de produkten van het Bevorderingsfonds "Agro-voedingsmiddelen" worden vastgesteld als volgt :
Een jaarlijkse bijdrage van (186 euro) dient betaald te worden door : <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
- (de brood- en banketbakkerijen en de opslagplaatsen, met uitzondering van de bij de wet van 27 juni 1921 bedoelde verenigingen zonder winstgevend doel;) <BWG 1996-10-17/35, Art. 5, 002; En vigueur : 01-10-1996>
- de bakkers die geen verkoopspunt hebben maar aan huis bezorgen;
- (opgeheven) <BWG 1997-12-04/39, Art. 10, 003; En vigueur : 01-01-1998>
(§ 2. De in § 1 vermelde bijdrage wordt verhoogd met een variabele bijdrage van :
- (62 euro) voor de bijdrageplichtigen met 4 tot 9 werknemers; <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
- (125 euro) voor de bijdrageplichtigen met 10 tot 20 werknemers; <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
- (186 euro) voor de bijdrageplichtigen met meer dan 20 werknemers.) <BWG 1996-10-17/35, Art. 5, 002; En vigueur : 01-10-1996> <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
Artikel 3 <BWG 1997-12-04/39, Art. 11, 003; En vigueur : 01-01-1998> De in artikel 2, § 2, bedoelde variabele bijdrage wordt vastgesteld op grond van het gemiddeld aantal werknemers die tewerkgesteld zijn in de loop van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is.
Om het bedrag van die bijdrage te kunnen bepalen, kan de Dienst de bijdrageplichtigen vragen binnen dertig dagen na de zending van het aangifteformulier een aangifte in te dienen m.b.t. de tewerkstelling binnen hun bedrijf of verkooppunt.
Indien de aangifte niet is ingediend binnen de voorgeschreven termijn, moet een forfaitaire bijdrage van (1.250 euro) betaald worden. <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
Artikel 4 (opgeheven) <BWG 1997-12-04/39, Art. 13, 003; En vigueur : 01-01-1998>
Artikel 5 De Dienst wordt belast met de inning van de bij dit besluit bedoelde verplichte bijdragen.
Het bedrag van de bijdragen wordt ter kennis van de bijdrageplichtige gebracht, die ze moet betalen binnen dertig dagen na de kennisgeving ervan.
Bij gebrek aan tijdige betaling is van rechtswege en zonder aanmaning of ingebrekestelling de wettelijke verwijlinterest verschuldigd, alsook een vergoeding van de werkelijk door de Dienst voorgelegde bijkomende administratie- en inningskosten, (met een minimum van (75 euro) per achterstallige bijdrage.) <BWG 1997-12-04/39, Art. 12, 003; En vigueur : 01-01-1998> <BWG 2002-01-17/36, Art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2002>
Artikel 6 Voor de uitoefening van hun opdracht mogen de (door de raad van bestuur van de Dienst) ambtenaren alle lokalen, behalve deze die tot woning dienen, betreden om de aangiften in het bijzonder te controleren. <BWG 1996-10-17/35, Art. 7, 002; En vigueur : 01-10-1996>
Zij kunnen zich alle inlichtingen en bescheiden doen verstrekken die zij tot het volbrengen van hun opdracht nodig achten. Zij zijn gemachtigd processen-verbaal op te stellen, meer bepaald indien zij vaststellen dat de verklaringen laattijdig ingediend zijn of onjuiste of onvolledige gegevens bevatten.
Artikel 7 Overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en gestraft (overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 22 december 1994 tot oprichting van de Dienst, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 juli 1996, inzonderheid op artikel 4, § 3). <BWG 1996-10-17/35, Art. 8, 002; En vigueur : 01-10-1996>
Voor de burgerrechtelijke inning van deze bijdragen zijn alleen de rechtbanken te Namen bevoegd.
Artikel 8 De hiernagenoemde openbare besturen verstrekken de Dienst, op eenvoudige aanvraag, al de nodige inlichtingen en gegevens die deze nodig heeft voor de toepassing van dit besluit :
* de diensten van het federaal Ministerie van Middenstand en Landbouw,
* de diensten van het Ministerie van Economische Zaken,
* de diensten van het Ministerie van Financiën,
* de diensten van de Algemene Directie van Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest.
Artikel 9 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996.
Artikel 10 De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 14 december 1995.
De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, KMO's, Toerisme en Patrimonium,
R. COLLIGNON
De Minister van Leefmilieu, Natuurlijke Hulpbronnen en Landbouw,
G. LUTGEN