Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 maart 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1999 betreffende het statuut van de vakbondsafvaardiging .
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2002A12562
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen ressorteren.
Artikel 2 Artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1999, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardiging, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 september 2000, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 3. Op verzoek van één of meer werknemersorganisaties die deze collectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten, wordt een vakbondsafvaardiging in de bedrijfszetels ingesteld.
Het aantal gewone en plaatsvervangende afgevaardigden mag voor elke bedrijfszetel niet lager liggen dan :
Gewone Plaatsvervangende
van 51 tot 150 werklieden 3 3
van 151 tot 500 werklieden 5 5
Vanaf 501 werklieden mag het aantal gewone en evenzoveel plaatsvervangende afgevaardigden niet hoger liggen dan 1 pct. van de totale personeelssterkte van de tewerkgestelde werklieden.
In de ondernemingen waar dit aantal bij de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst is overschreden, mag het echter niet worden verminderd.
De werkgevers die geen 50 arbeiders tewerkstellen aanvaarden de vertegenwoordiging, per geografische zone, van 2 vakbondswoordvoerders (1 per organisatie), waarvan de financiering gebeurt via het "Fonds voor bestaanszekerheid van de Paritaire Subcomités voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen en voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant", ten bedrage van 37,18 EUR per werknemer en per jaar.
De vertegenwoordiging wordt verzekerd door de vrijgestelden van de organisaties.
De werkgevers staan het bezoek toe van de onderneming en van de werknemers aan de vertegenwoordigers van de vakorganisaties.
De werkgevers verbinden zich ertoe het overleg te bevorderen met het oog op het voorkomen van elk geschil inzake naleving van de wetgeving en van de collectieve arbeidsovereenkomsten.
De modaliteiten betreffende de verdeling van de financiering tussen de vakorganisaties zal bepaald worden door de raad van beheer van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de Paritaire Subcomités voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen en voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant. "
Overgangsmaatregel.
Artikel 3 De artikelen of onderdelen ervan die in de eerste rij en de eerste en vierde kolom van de volgende rij(en) van onderstaande tabel worden vermeld, hebben betrekking op deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede kolom van de tabel gelden vanaf de dag van inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst tot 31 december 2001 de bedragen die in Belgische frank worden vermeld in de derde kolom.
Art. 2
EUR BEF
Zevende lid 37,18 1.500
Artikel 4 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001 en heeft dezelfde duur als deze welke ze wijzigt.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 april 2002.
(Voor het KB, zie %%2002-04-23/36%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Artikel 2 Artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1999, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardiging, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 september 2000, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 3. Op verzoek van één of meer werknemersorganisaties die deze collectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten, wordt een vakbondsafvaardiging in de bedrijfszetels ingesteld.
Het aantal gewone en plaatsvervangende afgevaardigden mag voor elke bedrijfszetel niet lager liggen dan :
Gewone Plaatsvervangende
van 51 tot 150 werklieden 3 3
van 151 tot 500 werklieden 5 5
Vanaf 501 werklieden mag het aantal gewone en evenzoveel plaatsvervangende afgevaardigden niet hoger liggen dan 1 pct. van de totale personeelssterkte van de tewerkgestelde werklieden.
In de ondernemingen waar dit aantal bij de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst is overschreden, mag het echter niet worden verminderd.
De werkgevers die geen 50 arbeiders tewerkstellen aanvaarden de vertegenwoordiging, per geografische zone, van 2 vakbondswoordvoerders (1 per organisatie), waarvan de financiering gebeurt via het "Fonds voor bestaanszekerheid van de Paritaire Subcomités voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen en voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant", ten bedrage van 37,18 EUR per werknemer en per jaar.
De vertegenwoordiging wordt verzekerd door de vrijgestelden van de organisaties.
De werkgevers staan het bezoek toe van de onderneming en van de werknemers aan de vertegenwoordigers van de vakorganisaties.
De werkgevers verbinden zich ertoe het overleg te bevorderen met het oog op het voorkomen van elk geschil inzake naleving van de wetgeving en van de collectieve arbeidsovereenkomsten.
De modaliteiten betreffende de verdeling van de financiering tussen de vakorganisaties zal bepaald worden door de raad van beheer van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de Paritaire Subcomités voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen en voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant. "
Overgangsmaatregel.
Artikel 3 De artikelen of onderdelen ervan die in de eerste rij en de eerste en vierde kolom van de volgende rij(en) van onderstaande tabel worden vermeld, hebben betrekking op deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede kolom van de tabel gelden vanaf de dag van inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst tot 31 december 2001 de bedragen die in Belgische frank worden vermeld in de derde kolom.
Art. 2
EUR BEF
Zevende lid 37,18 1.500
Artikel 4 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001 en heeft dezelfde duur als deze welke ze wijzigt.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 april 2002.
(Voor het KB, zie %%2002-04-23/36%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.